Trio van Belkin zorgt voor weelde

Na het afzeggen van Robert Gesink kreeg Steven Kruijswijk de kans in de Tour. Die grijpt hij met beide handen.

Lars Boom ontsnapt op de Tourmalet. Later in de etappe bracht hij Laurens ten Dam terug in de kopgroep. Foto AP

Nog één keer moeten de klassementsrenners aan de bak. Na de enige tijdrit van deze Tour de France, zaterdag in de Dordogne, zal de top van de rangschikking definitief vast komen te staan. Maar na de laatste berg van gisteren, de Hautacam, kan alvast de conclusie worden getrokken dat drie Nederlanders van de Belkin-ploeg bij de beste vijftien renners horen in deze Tour de France.

‘Bau en Lau’ – Bauke Mollema en Laurens ten Dam – kenden we al van vorig jaar, toen ze zesde en dertiende werden. De derde renner, Steven Kruijswijk, is iets onbekender. Met zijn 27 jaar is hij weliswaar geen jonkie meer, maar hij rijdt pas zijn tweede Tour. Bij zijn eerste deelname, twee jaar geleden, zat het niet mee. Net als onder anderen Mollema en Robert Gesink sloeg Kruijswijk hard tegen het asfalt in de beruchte etappe naar Metz. Hij beëindigde die ronde als 33ste. „Het is allemaal kut”, zei hij na weer een valpartij tegen deze krant.

Toen moest de echte ellende nog komen. Kruijswijk had zijn naam als rondetalent gevestigd in 2011, toen hij achtste werd in de Giro d’Italia en derde in de Ronde van Zwitserland. Maar na de tegenvallende Tour van 2012 zakte hij ver weg. Een blessure aan zijn liesslagader belemmerde rijden op topniveau. Hij vreesde al dat hij voortaan niet verder zou komen dan een rol als helper voor de echte toppers. Maar na een operatie komt hij inmiddels weer „tegen mijn niveau aan”, zei hij gisteren na de etappe naar Hautacam bij de Belkin-ploegbus in Ayros-Arbouix.

Dertiende werd de man uit Nuenen in die loodzware Pyreneeënrit. Keurig in een groepje met de Luxemburger Fränk Schleck en de Est Tanel Kangert, en voor klassementsrenners als de Fransman Pierre Rolland, de Amerikaan Christopher Horner en de Belg Jurgen Van den Broeck. „Vandaag was mijn beste dag in de bergen”, aldus Kruijswijk. Jammer eigenlijk dat de laatste beklimmingen al achter de rug zijn.

Aanvankelijk hoopte Belkin het ploegenklassement te winnen. In die rangschikking telt elke dag de tijd van de derde renner van de ploeg die binnenkomt. Met Kruijswijk en Stef Clement afwisselend als derde man na Mollema en Ten Dam had dat moeten kunnen. Maar Clement viel al vroeg uit in de Tour. Het collectief van AG2R bleek sterker en inmiddels is de afstand niet meer te overbruggen.

Kruijswijk ziet zijn vijftiende plaats als een bevestiging dat hij het nog kan. Eigenlijk zou hij deze Tour niet rijden. In de Giro liep hij na een valpartij een barstje in zijn schouder op. Maar omdat zijn ploeggenoot Robert Gesink door zijn hartprobleem de Tour moest overslaan, werd Kruijswijk aan de selectie toegevoegd. „Dit geeft moed voor de toekomst”, zegt Kruijswijk, terwijl renners, motoren en ploegleiderswagens zich vlak achter hem een weg proberen te banen door een haag van enthousiaste fans op de smalle Chemin du Pouey Peyrous.

Algemeen directeur Richard Plugge van Belkin noemt Kruijswijk expliciet als hij uitlegt dat hij „een goed gevoel” overhoudt aan deze Tour. „Ik weet niet wanneer het voor het laatst was dat er twee Nederlanders van dezelfde ploeg in de toptien reden”, zegt hij. [Antwoord: Gert-Jan Theunisse en Steven Rooks (PDM) in 1989.] „En dan staat Steven ook nog eens vijftiende.” De laatste keer dat er drie Nederlanders van dezelfde ploeg in de topvijftien eindigden, was in 1980: winst voor Joop Zoetemelk en hoge klasseringen voor zijn TI Raleigh-ploeggenoten Henk Lubberding en Johan van der Velde. „We wisten dat Steven dit kon”, zegt Plugge. „Met de prestaties van Bauke en Laurens erbij hebben we onze doelstelling gehaald.”

Ziekte

Dat is niet helemaal het geval – voorafgaand aan de Tour, op een persconferentie in Leeds, luidde de doelstelling dat Mollema het beter moest doen dan zijn zesde plaats van vorig jaar. Hij staat nu zevende. Het wrange is dat hij na ziekte in de eerste week inmiddels met de dag beter aan het worden is. Ook voor hem komt er dus te vroeg een eind aan de bergen. Maar echt erg vindt hij dat niet, zegt hij. „Ik ben gewoon blij dat ik die benen weer heb. Ik kan weer diep gaan.”

Ondanks het trio in de topvijftien van de rangschikking was de sfeer rond de Belkin-ploeg vorig jaar uitgelatener. Natuurlijk werd de Tour de France dit jaar overschaduwd door eerst het WK voetbal en vervolgens de vliegramp met de MH17. Maar wat ook meespeelt, is dat de verwachtingen vorig jaar relatief laag waren. Daardoor was het ineens fantastisch dat Mollema op de tweede rustdag nog steeds tweede stond in het klassement, achter de latere Tourwinnaar Chris Froome. Inmiddels geldt de zevende plaats voor Mollema als licht tegenvallend, hoewel er in 2011 en 2012 nog geen enkele Nederlandse renner in de toptwintig eindigde. En dan won Lars Boom ook nog eens een etappe, als eerste Nederlander in negen jaar. Het Nederlandse wielrennen leeft weer in weelde.