Techniektekort rekt de EU-crisis

De best and brightest zoeken hun carrière in lucratieve sectoren als de advocatuur. Maar de economische crisis bestrijd je daar niet mee. Werk in de technologie helpt ons er bovenop, menen Wim Rietdijk en Paul Frentrop.

Illustratie pavel constantin

Het grote probleem in de vergrijzende westerse economie is het gebrek aan economische groei. Zelfs nu de Amerikaanse hypothekencrisis en de eurocrisis beteugeld lijken, willen economieën nauwelijks groeien. Voor Nederland bijvoorbeeld verwacht het IMF dit jaar een groei van 0,8 procent. Voor volgend jaar wordt 1,6 procent voorzien. Dat is geen groei; dat is net geen stilstand.

Dit probleem wordt onderkend en op twee manieren aangepakt: via politieke hervormingen en door middel van monetair beleid. Beide aanpakken doen de economie echter niet harder groeien, hetgeen niet verrast aangezien geen van beide een wetenschappelijke onderbouwing kent.

De politieke aanpak werkt al niet sinds in maart 2000 op een Europese top de Lissabondoelstellingen werden geformuleerd. Politieke en sociale hervormingen zouden Europa in 2010 moeten hebben veranderd in de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie ter wereld, met een arbeidsparticipatie van 70 procent en een duurzame economische groei van drie procent. Dit bleken praatjes voor de vaak. De eurosector is inmiddels de minst concurrerende economische zone in de wereld. Nog steeds wordt gehamerd op de noodzaak van politieke en sociale hervormingen, maar dat schiet niet op. In arren moede werd vervolgens het monetaire beleid ingezet om de groei aan te wakkeren. Allereerst in de Verenigde Staten waar de Federal Reserve sinds 2008 de economie heeft overspoeld met een vloedgolf van geld, die op zijn best de huizenprijzen en de koersen van aandelen heeft geholpen, maar aan de reële economie weinig anders heeft bijgedragen dan de vorming van grote risico’s in het internationale systeem, waarvoor onlangs de Bank voor Internationale Betalingen nog waarschuwde. Frankrijk en Italië willen een soortgelijk beleid voor de Eurozone, maar vooralsnog houdt de ECB dat tegen.

Zou het niet verstandig zijn eerst eens vast te stellen wat de oorzaken zijn van de terugvallende economische groei? Een aantal economen is overtuigd van het bestaan van de zogeheten Kondratieff-golven. Naast of bovenop de conjuncturele economische cyclus zou er nog een extra cyclus bestaan van ongeveer 50 jaar, waarin de groei aantrekt en weer daalt. Deze Kondratieff-golf zou vooral worden veroorzaakt door nieuwe technologische uitvindingen die ervoor zorgen dat er geheel nieuwe producten op de markt komen. De Amerikaanse econoom Robert M. Solow liet al in 1957 zien dat technologische vernieuwing de voornaamste motor is van de economische groei.

Er zijn in de geschiedenis vijf van die Kondratieff-golven geïdentificeerd. De vierde begon een eeuw geleden, rond 1908, corresponderend met de opkomst van de benzinemotor, auto’s en wegen. De vijfde en tot nu toe laatste begon 1971 en was gebaseerd op informatietechnologie, zoals computers, telecommunicatie en internet.

Wat we nodig hebben, zijn nieuwe technologische vindingen die ons een zesde Kondratieff-golf kunnen opleveren. Het is de vraag of overheidsbeleid enige invloed kan uitoefenen op het doen van nieuwe uitvindingen, maar we kunnen het in ieder geval proberen. Terwijl de afgelopen jaren enorme bedragen zijn uitgegeven aan politiek-sociale hervormingen, steun van het financiële stelsel en monetaire ingrepen, wordt in de industriële landen gemiddeld slechts 0,3 procent van het bruto binnenlands product aan fundamenteel technologisch-wetenschappelijk onderzoek uitgegeven.

Geen wonder dat zich al een aantal decennia een braindrain (kennisvlucht) voordoet, in de zin dat de voornaamste ‘grondstof’ voor nieuwe technologie – en dus van economische expansie – nutteloos wegvloeit.

De best and brightest zoeken hun carrière in lucratieve sectoren als de beleggingssector, de advocatuur, of internationale semi-overheidsorganisaties. Allemaal functies die geen rechtstreekse bijdragen leveren aan de groei van de reële economie, waar de wereld naar smacht.

Het past niet in dit bestek om een oplossing voor het probleem aan te geven, maar we kunnen wel de richting aanduiden waarin nieuwe economische groei kan worden gevonden. Ga de braindrain tegen door het werken aan nieuwe technologie aantrekkelijker te maken. Laat de overheid opdrachten geven die bijdragen aan het beginnen of uitbreiden van techno-scienceprojecten, bijvoorbeeld op het terrein van kunstmatige intelligentie en computers, genetica, kernfusie, milieutechniek, medisch onderzoek, ruimtevaart en nanotechnologie.

Op die wijze krijgt Solows motor extra brandstof. De financiering ervan kan gevonden worden door te stoppen met de nutteloze aanpak die nu wordt gevolgd.