Talentvolle waterpolosters pakken kans om zich te tonen

De Nederlandse vrouwen staan morgen in de finale tegen Spanje. Het vertrek van routiniers bood kansen.

Arno Havenga (links) viert de overwinning van Nederland op Italië. Die zege levert morgen een plaats in de finale op. Foto AFP

Nog geen jaar geleden leken de eens zo succesvolle Nederlandse waterpolosters op een steile weg recht naar beneden te zijn beland. Na een teleurstellend verlopen WK in Barcelona werd de Italiaanse bondscoach Mauro Maugeri ontslagen. De ervaren keepster Ilse van der Meijden moest door blessures haar loopbaan beëindigden.

Maar het meeste pijn deed de beslissling van sterspeelster Iefke van Belkum zich niet meer beschikbaar te stellen voor het Nederlands team. De volgens velen beste waterpoloster ter wereld hekelde het gebrek aan professionalisme bij haar medespeelsters en de zwembond. „De speelsters weten niet hoe je als topsporter moet leven”, vertelde ze vorig jaar tegen deze krant.

En dus moesten de gouden dames van Peking, die tijdens de Olympische Spelen in 2008 de waterpolotitel hadden veroverd, opnieuw beginnen. Met een nieuwe bondscoach (Arno Havenga), en met nog maar een speelster die er ook al bij was tijdens het olympische succes in 2008 (Yasemin Smit).

Des te groter is de verrassing dat de waterpolosters zich op het Europees kampioenschap in Boedapest hebben geplaatst voor de finale. Italië werd gisteren na een spannende wedstrijd in de halve finale verslagen. Na de reguliere speeltijd stond het 8-8, waarna Nederland de strafworpen beter nam. Regerend wereldkampioen Spanje is morgen de tegenstander in de finale.

Verrassend? Niet voor bondscoach Arno Havenga, voormalig assistent van Maugeri en als teammanger ook bij de ploeg betrokken bij de olympische ploeg van 2008. „Je ziet zoiets wel vaker in de sport”, vertelt Havenga vanuit Boedapest. „Als ervaren speelsters stoppen en wegvallen, zijn talenten gedwongen meer verantwoordelijkheid te nemen. Ze krijgen dan een andere rol. En ik probeer speelsters ook het vertrouwen te geven om die rol op te pakken.”

Wie praat met betrokkenen rond het Nederlandse waterpoloteam, hoort al snel de termen vertrouwen en vrijheid. Vrijheid om niet altijd vast te houden aan vooraf bedachte spelsystemen, maar ook eens te doen wat het gevoel je ingeeft. Schiet eens op doel in plaats van nog een keer over te spelen. En vertrouwen van de trainer om risico’s te nemen. Fouten maken mag, daar word je niet langer voor afgestraft.

„Dat is het belangrijkste dat ik heb veranderd”, vergelijkt Havenga zichzelf met de vorige bondscoach. „Mauro bedacht een strategie en hield daar vervolgens aan vast en ik heb dat losgelaten en de speelsters meer vrijheid gegeven.”

Dat bevalt goed en levert vooralsnog ook het gewenste resultaat op, bevestigt aanvoerster Yasemin Smit. „Soms is het gewoon uitgewerkt met een coach. We hebben vijf jaar keihard met Mauro getraind, maar op een gegeven moment is het klaar. Dan moet je een frisse start maken.”

Smit roemt de sfeer in het team en het verantwoordelijkheidsgevoel van ook de jonge speelsters in de selectie. „Ze durven nu meer te laten zien. Dat moeten ze ook nu ze die verantwoordelijkheid krijgen. En de sfeer in de groep is ook gewoon uitstekend. Natuurlijk heeft dat met de resultaten te maken, maar ook met dit nieuwe begin. Er wordt weer gelachen.”

Al snel na zijn aanstelling bedacht Havenga dat de speelsters ook eens uit het bad moesten. Niet alleen maar trainen in het water, maar ook met de ploeg hardlopen of fietsen. „Dat heb ik vooral gedaan om de sfeer in de ploeg te verbeteren. Want dat zat niet goed na het WK. En als je dan iets anders doet dan normaal, kan dat helpen.”

De aanpak van Havenga had effect. De groepjesvorming en de verziekte sfeer die hij na het WK in de groep constateerde was verdwenen. „Bij een deel van de groep was verzadiging opgetreden en als de resultaten dan ook slecht zijn, levert dat problemen op.”

Niets van dat alles in Boedapest. Nederland won alle wedstrijden en is volgens bondscoach en speelsters zeker niet kansloos tegen wereldkampioen Spanje. Havenga: „Spanje is een zeer degelijke, goede en uitgebalanceerde ploeg die na de wereldtitel helemaal intact is gebleven. Het wordt heel lastig, maar net als de andere wedstrijden tot nu toe, niet onmogelijk.”