Column

Het is nu ook onze oorlog geworden

Hoe mooi, waardig en troostrijk de plechtigheden op de Dag van Nationale Rouw ook waren, in Oekraïne ging de oorlog ondertussen door. En die oorlog is sinds vorige week donderdag ook een beetje onze oorlog. Volkomen onverwacht en ongewild is Nederland het conflict ingezogen, zoals dat landen en mensen soms overkomt. En voorlopig hebben we ons er nog niet uit losgemaakt. Veertig marechaussees gaan nu, ongewapend, naar het rampgebied dat ook een deel is van het oorlogsgebied. De luchtmobiele brigade staat klaar om zo nodig ook te gaan.

Gisteren schreef Thomas de Veen in deze krant een fraai verslag van de ceremonie bij de aankomst van de eerste veertig kisten met stoffelijke resten op luchthaven Eindhoven. „De militaire precisie was het ultieme tegenwicht voor de chaos van de crash site” , schreef hij treffend. „De orde van de wereld werd hier en nu hersteld, dát sprak uit de beelden.”

Dat sprak inderdaad uit de beelden, en dat deed veel mensen goed. Maar in werkelijkheid heeft Nederland vorige week donderdag juist ervaren hoe dichtbij de chaos is. En hoe makkelijk je erdoor opgeslokt wordt. Het is de chaos van een schimmige, complexe oorlog, met schijnbaar ongeregelde maar zwaar bewapende strijders, met schaamteloze propaganda, oude ressentimenten, nationalistische en geopolitieke drijfveren en een agressieve grootmacht op de achtergrond – en met honderden onschuldige burgers die gedood kunnen worden of het niets is. Hier, in Europa.

Plotseling, in al zijn onvoorspelbaarheid en gruwelijkheid, is dat een deel van onze werkelijkheid geworden. Er is iets fundamenteels veranderd, zei premier Rutte eerder deze week in Brussel. Hij doelde op de verhouding met Rusland, maar je zou het ook breder kunnen zien. Nederland is hardhandig wakker geschud uit de droom dat niets ons kan deren als we ons maar nergens mee bemoeien.

Ook al ben je misschien niet geïnteresseerd in oorlog, de oorlog is wel geïnteresseerd in jou, luidt een citaat van Trotski dat de laatste tijd weer veel wordt aangehaald. En dat is de onheilspellende situatie waarin Nederland nu terecht is gekomen.

Een jaar of tien geleden werd het opeens taboe om nog te zeggen dat de Europese eenwording belangrijk was bij het bewaren van de vrede in Europa. Dat was een ‘versleten verhaal’. Daar mocht je niet meer mee aankomen. De gedachte dat het ooit nog oorlog zou kunnen worden was bangmakerij.

Maar zonder de Europese Unie was de chaos nu heel wat dichterbij geweest. Vraag dat maar aan de Polen en de Balten. De NAVO betekent voor die landen gezamenlijke veiligheid, de EU ontwikkeling van economie, rechtsstaat en stabiliteit - en daarmee ook veiligheid, want al die zaken zijn wezenlijk om de chaos en destabilisatie uit het oosten buiten de deur te houden of in eigen huis onder controle te krijgen.

Dat betekent niet dat de EU boven kritiek verheven is of dat iedere land maar lid moet kunnen worden. Het gaat om de erkenning dat het hele Europese project wel degelijk met vrede en veiligheid te maken heeft. Ook voor landen waarvoor toetreding nog heel lang een wenkend perspectief zal blijven. De aanpassingen die ze doen om ooit kandidaat te kunnen worden, de normen die ze overnemen, komen hun en daarmee onze stabiliteit en veiligheid ten goede. Des te bitterder als Moskou ze verhindert die stappen te zetten en daarmee, zoals nu, een oorlog ontketent.

Vaak wordt smalend gezegd dat de Europese Unie geen buitenlandse politiek heeft – maar de Europese Unie ís buitenlandse politiek. Stel je voor dat al die landen van het voormalige Oostblok nu geen lid waren geweest? Dan zou de dreiging uit het Kremlin nog acuter zijn.