Het geheugen van S. is nagenoeg verdwenen

Gisteren begon het proces tegen advocaat Monique S. Corine de Ruiter zegt dat zij sterk verminderd toerekeningsvatbaar is.

„Ik ben er voor 99,9 procent van overtuigd dat mevrouw S. deze handelingen niet had gepleegd als ze niet met deze man verzeild was geraakt.” Hoogleraar forensische psychologie Corine de Ruiter, opgeroepen als getuige-deskundige door de verdediging van S., zei dat gisteren in de rechtbank in Den Haag over voormalig advocaat Monique S. Die wordt ervan verdacht zes miljoen euro van cliënten te hebben verduisterd. Gisteren begon haar proces.

Tussen 2008 en 2012 zou S. brieven hebben vervalst van gerechtelijke instellingen om zo cliënten geld afhandig te maken. Daarnaast wordt ze verdacht van witwassen en oplichting. Twee jaar geleden gaf S. zichzelf aan bij de politie, waarna haar man – PVV-Statenlid Jos van Hal Scheffer – zelfmoord pleegde.

De verdediging schetste gisteren het beeld van een vrouw die niet meer vrijwillig handelde, omdat ze geterroriseerd werd door haar man. Dat beeld berustte op verklaringen van vooral De Ruiter en S.

De Ruiter was na onderzoek van S. tot het oordeel gekomen dat zij sterk verminderd toerekeningsvatbaar was. De voormalig advocate zou slachtoffer geworden zijn van Van Hal. Hoewel De Ruiter Van Hal niet heeft kunnen onderzoeken, verklaarde ze dat hij een zieke man was die S. volledig onder controle wilde krijgen. Hij was „psychopathisch”, mishandelde S. en voerde seksuele handelingen uit die duiden op sadisme.

Wanneer de rechter vraagt waar ze dat op baseert, antwoordt De Ruiter: „Op getuigen en op het dossier.”

S. legt uit hoe Van Hal haar onder druk zette. De voormalig advocate moest strikte regels naleven. Deed ze dit niet, dan kreeg ze straf, in de vorm van bijvoorbeeld mishandelingen. Ook doodde Van Hal hond Lies en dreigde hij haar ouders iets aan te doen.

Door alle traumatische gebeurtenissen kampt de ex-advocate nu met een posttraumatisch stresssyndroom (PTSS), zegt De Ruiter. Volgens De Ruiter kwamen de handelingen van S. voort uit de PTSS en de druk die haar man op haar uitoefende. Daardoor deed ze dingen die ze normaal niet zou doen. „Weigeren kon niet, dat was gevaarlijk”, zegt S.

Het PVV-Statenlid begon zich ook te bemoeien met het advocatenkantoor van de ex-advocate, waar hij uiteindelijk verantwoordelijk werd voor de financiën en de personeelszaken. Het was volgens S. zijn idee om brieven te vervalsen.

Een ander gevolg van de PTSS is volgens een andere getuige-deskundige dat het geheugen van S. niet goed lijkt te functioneren. Dat probleem speelt regelmatig tijdens de rechtszaak. Bijvoorbeeld wanneer de rechter zegt dat S. haar secretaresse opdracht gegeven zou hebben tot het ondertekenen van valse facturen. Aanvankelijk vertelt S. dat ze die macht niet had. „Ik deed alles wat mijn man zei. Ik had niet de macht om opdrachten te geven.” Later voegt ze toe: „Als ik dat zou hebben gedaan, dan was dat niet uit vrije wil.” Om uiteindelijk te verklaren: „Ik herinner het me niet.” Ook zegt ze niet meer te weten of ze kleding, poppenhuizen, juwelen en andere spullen met crimineel geld heeft aangeschaft. „Dat kan ik u oprecht niet zeggen.”

Zelf zegt ze over haar slechte geheugen: „Dat komt door de druk waaronder ik in die periode functioneerde. Het was geen leven meer, het was een bestaan waarin één ding centraal stond en dat was hoe ik mijn man zou overleven.”

De zaak wordt op 1 september vervolgd.