Gaan zij dan de musea redden?

Nu veel subsidie is weggevallen, proberen musea jongeren aan zich te binden met privérondleidingen en netwerkborrels. Het zijn privileges met een prijskaartje:het lidmaatschap kan oplopen tot honderden euro’s.

Het Young Stedelijk comité Foto Reinier van der Aart

Op een vrijdagavond na sluitingstijd is het Stedelijk Museum in Amsterdam gevuld met honderden jonge mensen. Op de zorgvuldig samengestelde gastenlijst staat de fine fleur van de stad: van bankiers en juristen tot acteurs en creatievelingen. Ze zijn bij elkaar gekomen voor de lancering van ‘Young Stedelijk’, een club voor museumdonateurs van onder de veertig. „Ergens voelt dit als een tupperware party”, grapt één van de sprekers. Want in de zaal, tegenover de dj en de open bar, staat een inschrijfbalie, waar de mensen uit de doelgroep lid kunnen worden, voor 300 euro per persoon. Die avond schrijven 160 donateurs zich in.

De lancering van Young Stedelijk, begin dit jaar, staat niet op zichzelf. Steeds meer culturele instellingen in Nederland richten soortgelijke ‘cirkels’ op voor een jong, donerend publiek. Met een exclusief minifestival ging in februari Club Foam van start, voor donateurs tussen de 25 en de 40, bij het gelijknamige fotografiemuseum.

Half juli werd met een chique tuinfeest in het Rijksmuseum de ‘soft launch’ van Rijksextra gevierd, voor jongeren tot en met 40 jaar. Sinds 2011 bestaat de Caius Cirkel (genoemd naar de Romeinse kunstminnaar Caius Maecenas) bij Vereniging Rembrandt, voor twintigers en dertigers.

„Jonge Nederlanders beseffen steeds meer dat de overheid niet de hele culturele sector kan dragen”, zegt Katrien van de Linde, de oprichter van Young Stedelijk. „Ze zien dat de overheid zich terugtrekt en dat het budget niet onbeperkt is. En dat je, als jij zelf een hart hebt voor kunst en cultuur, verantwoordelijkheid neemt en daaraan bijdraagt.” Leden van Young Stedelijk betalen 300 tot 800 euro per jaar. Van dat bedrag gaat een kwart naar evenementen voor de club, de rest vloeit als donatie naar het museum, die er bijvoorbeeld nieuwe aankopen mee doet. In ruil daarvoor krijgen leden een rits aan privileges.

Exclusiviteit

Want dat is waar de jongerencirkels op leunen: exclusiviteit en privileges. „Wij organiseren een aantal keer per jaar evenementen die niet toegankelijk zijn voor anderen”, zegt Mathilde Smit van Club Foam. „Dan krijg je bijvoorbeeld als eerste een tentoonstelling te zien, in de aanwezigheid van de kunstenaar. We willen onze leden net iets extra’s bieden. Dingen waar je anders niet bij kunt zijn.”

Dat zegt ook Stephanie Drabbe van Rijksextra. „Jongeren leiden een druk bestaan en vinden het fijn om snel een bezoek te brengen aan een museum, zonder in de rij te hoeven staan. Of een evenement na sluitingstijd, zodat ze in alle rust kunnen rondlopen.” Bij de lancering van Rijksextra werden totebags uitgedeeld met de opdruk ‘Omzeil rijen’ en ‘Open deuren’.

Vrijwel alle cirkels bieden soortgelijke privileges aan: van privérondleidingen tot diners, van netwerkborrels tot workshops ‘collectioneren’. Privileges met een prijskaartje: lid worden van de cirkels kan oplopen tot honderden euro’s. Geld dat de musea goed kunnen gebruiken. „Onze leden zitten vaak in hun eerste of tweede baan. Ze zijn in een fase in hun leven gekomen dat ze meer te besteden hebben”, zegt Mathilde Smit.

Mad Men-avond

Hoewel de jongerencirkels een relatief nieuwe fenomeen zijn in Nederland, bestaan deze al jarenlang bij de internationale topmusea. Onder andere het Tate Modern in Londen, MoMA in New York en het Louvre in Parijs kennen er één. Katrien van de Linde van het Stedelijk deed in het buitenland inspiratie op voor ‘haar’ club. „In Angelsaksische landen is een geefcultuur veel gebruikelijker.”

Ze bezocht evenementen van de Young Associates van het MoMA. „Dan hadden ze een Mad Men-avond georganiseerd, en de zaal ingericht met sixties design uit hun collectie.” Wat haar opviel was dat de buitenlandse clubs minder divers waren. „Je betaalt daar veel meer om lid te worden, dus dat trekt ook een ander publiek. Veel Wall Street-jongens. Bij Young Stedelijk wil ik juist een diverse groep, uit alle disciplines.”

De oprichting van de jongerencirkels is niet alleen een gevolg van de zware overheidsbezuinigingen op subsidie voor de cultuursector in 2010. Ook heeft het te maken met een vergrijzend publiek. De ‘babyboomers’, nu in de zestig en zeventig, vallen straks weg als donateurs. „We hopen natuurlijk dat de jonge donateurs lang bij ons blijven. Dat ze op hun veertigste overstappen naar het Foam Fund”, zegt Mathilde Smit van Foam.

Van de Linde van het Stedelijk beaamt dit. „Dat houdt ons bezig: hoe zorgen we ervoor dat we ze niet laten vallen na hun veertigste? Misschien willen ze patroon worden?”

Minder afhankelijkheid van de overheid, afhankelijker van mecenassen. Is dat de toekomst voor Nederlandse musea? Mathilde Smit van Foam denkt van wel. „Het wordt meer gemeengoed om bij te dragen aan wat jij belangrijk vindt. Om een band aan te gaan met een instituut.” Club Foam heeft nu 60 leden. 150 is het maximum. „Anders wordt het te massaal en kun je niet meer genoeg bieden aan de leden. We willen het wel exclusief houden.”Daarbij is het ook de vraag of te veel afhankelijkheid van een exclusieve, betalende groep niet tot artistieke inmenging zal leiden. Volgens Smit van is dat tot nu toe niet aan de orde. Lachend: „Tenzij een donateur zal zeggen: hier heb je een miljoen. Dan kunnen we praten.”