Eerst met de spuitbus, daarover olieverf

Honderden kunstenaars studeerden weer af deze zomer. Wie springt eruit? Vandaag Frederique Jonker van de HKU in Utrecht.

Haar zes grote schilderijen dansten van de muren op de examenexpositie van de HKU in Utrecht. Allemaal stillevens, de grootste van een rommelige schilderskamer. „Het is mijn moeders zolder”, zegt Frederique Jonker (23). „Ik heb daar een speelplaats waar ik me soms een week terugtrek om te werken.”

Op het schilderij zie je een potje omgevallen roze verf, blikjes op de vloer en iets blauws op een wiebelige keukenstoel. Maar wat meteen opvalt, zijn de schitterende kleurtonen. Het hele schilderij heeft een mistige sfeer, vage zwemen groen en grijs overheersen.

„Ik begin met het opzetten met verf uit spuitbussen en dat geeft die vage achtergrond”, legt Jonker uit. „Daarover gebruik ik olieverf, die ik met soms wel tien verschillende soorten kwasten opbreng.” Soms schildert ze daarmee brede banen, op andere plaatsen is het fijn borstelwerk.

Centraal in het naamloze 2 bij 2,5 meter grote doek zit een vet felrood kloddertje verf. De voorwerpen op het schilderij zijn overal herkenbaar, maar nooit in focus, waardoor je ogen door de ruimte blijven dwalen. Een paar jaar geleden begon Jonker met ‘vaag’ schilderen na het zien van een schilderij van de Duitse topschilder Gerhard Richter. „Ik kon het effect van Richter met verf niet bereiken. In het vierde jaar zei een leraar, die wist dat ik vroeger veel met graffiti experimenteerde, dat het misschien met een spuitbus zou kunnen.”

Het grote schilderij is het eerste wat ze maakte in wat haar eigen stijl is geworden. „Bijna niemand combineert spuitbussen zo met verf op het doek. Ik merk trouwens dat spuitbus steeds meer mijn medium wordt, meer dan schilderen.”

Door haar graffitiverleden kon ze al goed overweg met de spuitbus. „Ik kan er nu ook heel realistische dingen mee schilderen.” Ook een voordeel is dat je er sneller mee kan werken, zegt Jonker, want de verf is binnen drie seconden droog. „En je kunt niet goed zien hoe het gemaakt is, dat is een leuke bijkomstigheid.”

Op de expositie liet ze verder een rood schilderij zien, waarvan het perspectief je ogen nog meer aan het dwalen zet: je kijkt vanaf een kastplank schuin omlaag een kamer in waar een wijnfles en een schaal lijken te zweven. De rode kleur is zo bijzonder dat het doek licht lijkt uit te stralen.

„Het is mijn nieuwste schilderij. Ik vind het ook mijn beste. Ik heb eerst de achtergrond met een neonroze spuitbus gemaakt. Daar heb ik een dunne laag olieverf overheen gedaan en toen het droog was, ging ik daar nog eens met de spuitbus overheen. Dat oplichtende krijg je als je over neonroze met raw amber olieverf heen gaat.”

Frederique Jonker maakt enkel stillevens. „Ik ga een week op de zolder van mijn moeder zitten en bouw daar locaties van alledaagse kleurige dingen, als melkpakken en eierdozen. Ik maak heel veel foto’s en let op compositie, kleur, licht. Ik wil dat op het schilderij de objecten hun functie verliezen, dat het bouwstenen worden in het beeld. Zo probeer ik een nieuwe wereld te creëren. Maar ik vind het leuk dat je nog steeds kan zien dat het een melkpak van Albert Heijn is.”

Jonker is toegelaten tot de masters van het Frank Mohr Instituut in Groningen.

Ze kreeg uitnodigingen voor exposities van Bak in Utrecht en Circa…dit in Arnhem, won de Zumbrink Prijs (5.000 euro) voor afstudeerders van de HKU.

En als klap op de vuurpijl mag ze in oktober ook meedoen met de Koninklijke Prijs voor de Schilderkunst

Jonker: „Echt vet. Ik kom in het paleis te hangen! Ik krijg superveel kansen.”