De directie stelt zich niet aansprakelijk? Ze zijn het wel...

Student Dirk van den Assem hield het betaalbewijs al in de aanslag. Maar het garderobepersoneel van café Studio in Tilburg was zijn jas kwijt, en kon niets voor hem betekenen. Dat was buiten de huisgenoot van Van den Assem gerekend. Die studeerde rechten. Hij stelde een brief op waarin Studio op haar verantwoordelijkheid werd gewezen. Van den Assem kreeg een vergoeding.

Logisch, vindt Pieter De Tavernier, universitair docent aansprakelijkheidsrecht in Leiden. Wie tegen betaling een jas ‘in bewaring’ neemt, sluit een overeenkomst. Die verplicht ertoe de jas in de oorspronkelijke staat terug te geven. Jas weg of beschadigd? Dan moet de schade worden vergoed.

Cafébazen proberen vaker onder hun aansprakelijkheid uit te komen. Ze wijzen elke verantwoordelijkheid af voor diefstal, verlies of beschadiging van spullen – ook al had de klant die tegen betaling achtergelaten. Horeca Nederland adviseert zijn 20.000 leden zelfs een bordje bij de garderobe te hangen: „De directie is niet aansprakelijk voor verlies van uw eigendommen.”

Maar zo makkelijk komt de ondernemer niet onder zijn verantwoordelijkheid uit. Dat ervoer ook Ruud Kuntzel, die zijn caravan voor 225 euro per jaar stalde in de loods van Jaap Veldboer in het Noord-Hollandse Barsingerhorn. Toen Veldboer die caravan verplaatste, maakte hij er een deuk in. De schade, ruim 3.000 euro, mocht Kuntzels verzekeraar betalen. Veldboer had immers met een groot bord duidelijk gemaakt dat de stalling „op eigen risico” was. Kuntzel maakte er een zaak van in het tv-programma De rijdende rechter. Die oordeelde dat Veldboer „als bewaarnemer” aansprakelijk was voor de schade.

Het is vrij simpel, bevestigt de Consumentenbond: „Zet je je fiets in een betaalde stalling, dan is ook sprake van een overeenkomst van bewaargeving. Consumenten vertrouwen de ondernemer een zaak toe, die de ondernemer zal bewaren en schadeloos teruggeven. Zo niet, dan is de ondernemer aansprakelijk.”

Zolang het om betaalde stalling of garderobe gaat, is de verantwoordelijkheid helder. Helder is ook het omgekeerde: een klant die zijn colbert kroeg onbewaakt laat hangen en later ontdekt dat het verdwenen is, kan daar de cafébaas moeilijk op aanspreken.

Maar er is ook nog een grijs gebied, zegt universitair docent De Tavernier. „Alles hangt af van de omstandigheden. Neem de situatie waarbij proper uitgedost personeel in een chique tent je jas weghangt in een garderobe van het huis, achter een soort balie. Dan is niet echt sprake van een bewaarnemingsovereenkomst, maar de rechter kan dat anders zien. Met het betalen voor de koffie en het gebak betaal je immers indirect voor de extra diensten.”