‘Bij Het Vrije Volk leerde je alles’

Nieuwssites, blogs en sociale media. De journalistiek verandert in razendsnel tempo. Hoe werd de krant in de vorige eeuw gemaakt?

foto merlijn doomernik

‘Ik kwam net van het meisjeslyceum. Ineens liep ik rond op een krantenredactie. Geweldig.” Erna van den Berg (74) was negentien toen ze eind jaren vijftig een baantje kreeg bij sociaal-democratisch dagblad Het Vrije Volk. „Ik begon op de fotoredactie. Maar ze hadden goedkope arbeidskrachten nodig, dus na een half jaar werd ik naar de redactie gehaald.”

In haar kennismakingsgesprek met Klaas Voskuil, hoofdredacteur en vader van schrijver J.J. Voskuil, werd gevraagd of ze ook lid was van de PvdA. „Ik zei dat ik te jong was om te stemmen. Maar het punt was wel meteen gemaakt. Wie voor die krant werkte, was lid van de PvdA.”

Het Vrije Volk, onderdeel van uitgeefconcern De Arbeiderspers, was in 1961 met 325.000 abonnees de grootste krant van Nederland. „Dagelijks kwamen er 44 edities uit, toegesneden op verschillende delen van het land. Alleen al in Overijssel zaten zeven redacteuren. Qua lokaal nieuws konden we niet opboksen tegen de Twentsche Courant of Dagblad Tubantia, maar we werden goed gelezen.”

Van den Berg kwam op de ‘editieredactie’ terecht, het ‘klasje’ voor de nieuwelingen. „De School voor Journalistiek bestond nog niet. In dat klasje zaten evenveel jongens als meisjes. Wat dat betreft was Het Vrije Volk vooruitstrevend. Het ging erom dat je het werk aankon, het was zwemmen of verzuipen.” Van den Berg moest de kopij van de correspondenten doorgeven en de layout voor de pagina’s verzorgen. Bij de opmaak stond ze ‘aan steen’ – op de zetterij bij het Hekelveld werden de krantenpagina’s nog in het lood gezet. Bij de avonddiensten, meestal tot een uur of vier ’s nachts, waren zo’n veertig zetters aan het werk. „Ze zongen liedjes, en altijd De Internationale, het strijdlied van de arbeidersbeweging.”

Ruim een half jaar later werd Van den Berg als correspondent naar Enschede gestuurd. „Daar ging ik dan. Met mijn armzalige inboedel en fiets in het krantenbusje naar een nieuwe stad.” De piepkleine redactie in Enschede bestond uit drie werknemers, een telex en een donkere kamer. „Iedere ochtend begon met een persconferentie op het politiebureau, daarna door naar het kantongerecht of de gemeenteraad. Ik had ook meteen een wekelijkse column over de stad. Foto’s maakten we vaak zelf. Vrije tijd had ik niet. Wat moest je verder in Enschede? Ja, de natuur was prachtig, maar daar had ik geen oog voor.”

Anderhalf jaar later werd Van den Berg overgeplaatst naar een grotere deelredactie in Groningen. „Daar begon je vroeg in de ochtend, om negen uur zakten de edities voor de provincies Friesland, Drenthe en alle uithoeken van Groningen. Dan ging je even slapen, daarna weer door naar een persconferentie. In de avond waren er vergaderingen van de plattelandsvrouwen of theatervoorstellingen.” Het was in de Groningse periode dat Van den Berg ‘leerde drinken’. „Die jongens van de krant zopen verschrikkelijk. Het was echt stoom afblazen. We woonden op kleine kamertjes, daar had je niets te zoeken. Dus gingen we naar het café. We waren een grote familie, de liefde voor die krant was groot. Als ze me hadden gezegd: je moet Het Vrije Volk zelf rondbrengen, had ik het gedaan.”

Na ruim een jaar Groningen kreeg Van den Berg de eenmanspost Alkmaar aangeboden. „Moest ik op een brommer de provincie rondrijden naar raadsvergaderingen. Ik vroeg bij het sollicitatiegesprek: ‘Hoe lang ga ik dat doen?’ De toenmalige hoofdredacteur antwoordde: ‘Tot je veertigste.’ Toen zei ik: ‘Dan neem ik ontslag.’”

Terug in Amsterdam kon Van den Berg, na enig zoeken, aan de slag bij De Telegraaf waar ze de pagina Vrouw voor haar rekening nam. De betrekking bleek van korte duur. „In 1964 ging ik trouwen en een jaar later was ik in verwachting. En dan ga je eruit. Dat vond ik heel gewoon. Er heerste geen vrouwonvriendelijke sfeer bij De Telegraaf, maar in die tijd was het normaal dat je stopte met werken als je kinderen kreeg.” Na de geboorte van haar zoon volgde al snel een dochter. Van den Berg werkte een aantal jaar als freelancejournalist, zette een eigen stylingbureau op en werd in 1970 moderedactrice bij de Volkskrant. „Op de redactie werkten ruim honderd mannen en vier vrouwen. Ik was de eerste vrouw die ook een gezin had. Daar was best begrip voor. Maar zeggen dat je thuis bleef vanwege een ziek kind, dat was er niet bij. Ik regelde dus altijd dat ik iemand thuis achter de hand had.”

Het waren goede tijden voor de Volkskrant. „We hadden bijna 200.000 betalende abonnees en de sfeer op de redactie was goed. Er hoefde maar iets te gebeuren en er was weer een feestje. Dan werd er gezongen en muziek gemaakt. Dat was echt die roomse blijheid.” Die uitbundigheid ging vaak gepaard met de nodige alcohol. „In de ochtend werd er gewerkt, ’s middags gingen er veel naar het café. Overal werd gerookt en aan het begin van de middag – als ik dacht dat de heren aan de thee zaten – bleek er nogal eens whisky in hun plastic bekertjes te zitten. Er zaten nogal wat alcoholisten. Die zijn er meestal ook niet meer vanaf gekomen.”

Een aantal jaar schreef Van den Berg voor de modepagina en redigeerde de lezersbrieven op de U-Pagina. Begin jaren tachtig werd ze chef van de stadsredactie. „Ik bleef wel over mode schrijven. Zat ik ’s ochtends op de gouden stoel bij Frank Govers en ’s middags tussen de rellen.” Dat laatste bleek niets voor haar. „Ik was als de dood voor geweld. Ik had al twee kinderen en was in die tijd in verwachting van een derde. Bij de ontruiming van een kraakpand op de hoek van de Vondelstraat had ik per ongeluk lachgas ingeademd. Toen dacht ik: dit is niets voor mij. Ik ben teruggegaan naar de brieven.”

In de daarop volgende jaren werkte Van den Berg als eindredacteur bij Het Vervolg. In 2002, twee jaar nadat deze bijlage was vervangen door Volkskrant Magazine, ging ze met prepensioen. „Ik zat al veertig jaar in het vak. Het werd tijd om plek te maken voor een nieuwe generatie. En terecht, die jonge journalisten hebben nu een betere opleiding dan ik ooit heb gehad. Ik wist eigenlijk van niks. Maar ik heb daardoor wel alle facetten van het vak gezien.”

Bij haar afscheid bij de Volkskrant zei hoofdredacteur Pieter Broertjes een beetje zuinigjes: ‘Erna kwam altijd op voor the underdog.’ Maar ze kan het nog steeds beamen. „Wie werd opgeleid bij Het Vrije Volk, werd een sociaal-democraat in hart en nieren. Dat ben ik nog steeds.”