Zwevende benen

Ik moest me haasten om de integrale live-reportage te halen. De hete oostenwind blies harder dan verwacht. Tijdens de Tour rijd ik mijn eigen Ronde van de Peel. Ik geef het toe, het is een ronde met veel rustdagen. De benen worden niet slechter, maar beter worden ze er ook niet. Op de chaise longue lig ik, vers onder de douche vandaan, na te zweten. De renners worden losgelaten bij kilometerpunt 0. Eindbestemming Pla d’Adet.

Een groep van 22 krijgt meteen een vrijgeleide. Mollema zit erbij. Bauke verkeert in de weinig benijdenswaardige, eigenlijk zeer nederige positie dat hij het gat in mag omdat zijn achterstand in het klassement royaal is. Maar het is moedig dat hij zich in de loterij om de ritwinst stort. Het lijkt me ten minste niet dat zijn onwillige beentjes van plan zijn zich terug in de top te fietsen.

Ik val in slaap, waarschijnlijk door de twee flesjes pils die ik bij thuiskomst met groot vertoon van macht naar binnen gooide, maar ontwaak monter als de renners aan de eerste van de vier elkaar snel opvolgende beklimmingen beginnen. O, broeierige Pyreneeën, nu wordt het echt interessant. Bauke zwoegt alsof hij een paar hectare hooi bij elkaar harkt. Dit gaat hem niet worden, Bauke. Ik zou hem een poosje willen duwen.

In de derde Tourweek nadert het wielrennen zijn glanzende kern. Wie blijft overeind in de onderwereld? Iedereen mankeert wat. Maar wie mankeert het minst, dat is de kwestie. Dit jaar is het antwoord een open deur: Nibali. Ik zie hem nauwelijks ademen. Aan het dunne spleetje van zijn mond ontsnappen aangename melodietjes. Contador en Froome hadden hem anders kunnen doen piepen, maar ja, die revalideren elders. De tred van Nibali lijkt op het voorzichtig aaien van een strijkstok over de snaren van een cello.

Ooit heb ik een Slechte-Benen-Top 5 samengesteld. Met afstand op nummer 1, en de schrik van elke Tourdeelnemer: fantoombenen. Dit zijn volledig leeg gelepelde benen. De worm zit in het hout. Zij lijken zich te hebben afgescheiden van de renner. De volgende gradaties noemde ik: zwevende benen, woedende benen, slapende benen, dikke benen. Het is me wat met die onhandelbare benen.

Tegen vijven beginnen de renners aan de slotklim naar Pla d’Adet. Het uitzicht op het dal wordt per stijgende meter fraaier – een schilderij in een zacht kleurenperspectief. De beklimming zelf oogt smeriger dan in mijn herinnering. In mijn allereerste Tour ging het er al omhoog aan het einde van de eerste week. De onvolwassen benen leerden er meteen een belangrijke les. Voordat ze tot waarachtige hoogstandjes in staat zijn moeten ze stevig mishandeld worden. Maar net niet te hardvochtig. Daarvan slaan ze aan het muiten.

Het evenwicht van de pijn is zo delicaat.