Zo reageert de natuur op de droge zomer

Biologie

Spinnen, bomen, paddenstoelen, vogels: hoeveel invloed had de zomerdroogte op de huidige herfst? In ieder geval is er nog volop te eten voor wilde zwijnen en edelherten.

Herfst in het Asserbos. De natuurlijke herfst is dit jaar extra interessant voor biologen, want: werkt de droogte van afgelopen zomer door in dit najaar? Foto Sake Elzinga

We hebben de weerkundige herfst, elk jaar op 1 september. We hebben de kalenderherfst, 21 september. We hebben de astronomische herfst (dit jaar op 23 september, toen de zon precies boven de evenaar stond) en de gastronomische herfst (bij de eerste appeltaart en warme chocolademelk van het seizoen).

En dan is er nog zoiets als de natuurlijke herfst. De start daarvan is gevoelsmatig, en kan van persoon tot persoon verschillen. Terugkerende elementen: kruisspinnen, vliegenzwammen, spreeuwenzwermen, kleurrijke bladeren. Die natuurlijke herfst is dit jaar extra interessant voor biologen, want: werkt de droogte van afgelopen zomer door in dit najaar? In hoeverre hebben die regenloze maanden de huidige hoeveelheid paddenstoelen, de vogeltrek, de spinnen, de bomen beïnvloed?

Om met die laatste categorie te beginnen: opvallend genoeg is het ondanks de droogte een goed mastjaar, een ‘volmast’ zelfs, waarin bomen uitzonderlijk veel vruchten leveren. „Heel veel eikels en beukennootjes dus”, zegt bioloog Arnold van Vliet van Wageningen University and Research. Wat de mast van bomen precies beïnvloedt is niet duidelijk, maar vermoedelijk spelen temperatuur en vochtigheid in het voorjaar een rol.

Foto Sake Elzinga
Foto Sake Elzinga
Foto Sake Elzinga

De droogte dreigde roet in het eten te gooien: te weinig regen zou ervoor zorgen dat de eikels en beukennootjes niet voldoende zouden rijpen, en ertoe kunnen leiden dat de bomen hun onrijpe vruchten voortijdig lieten vallen. Van Vliet: „Zoiets is nadelig voor bijvoorbeeld wilde zwijnen en herten, omdat ze daardoor minder voedsel hebben. En door het verdrogen van bosbessen en andere planten was de voedselsituatie nu toch al verre van optimaal. Gelukkig kwam de regen in augustus net op tijd.”

Alleen al op de Veluwe produceerden de beuken naar schatting van de Vereniging Wildbeheer Veluwe (die elk jaar op diverse locaties een steekproef neemt, en van daaruit extrapoleert) zo’n 1,6 miljoen kilo beukennootjes. „Heel spectaculair: we hebben nu al zes jaar op rij beukennootjes. Dat is vrij uitzonderlijk, meestal slaan de beuken na één of twee jaar met beukennootjes wel een jaar over.” De zomereiken leverden de afgelopen maanden ongeveer 4,7 miljoen kilo eikels op.

Dat het uiteindelijk goed kwam, heeft volgens Van Vliet waarschijnlijk te maken met de goede fotosynthese, door de grote hoeveelheid zonuren en de uitzonderlijk hoge temperaturen. Door de warmte rijpten de vruchten extra snel. Ook zijn eiken en beuken diep geworteld, en hadden daardoor dus beter toegang tot (grond)water.

Toch had de droogte wel degelijk invloed op de bomen. Onder andere soorten als berk, linde, lijsterbes en eik hadden veel te lijden. Dat was te zien door vroege verkleuring van de bladeren , en door bladval – op sommige plekken in Nederland leek eind juli de herfst al te beginnen, afgaande op de dorre, bruine bladeren. „Dat is een verdedigingsmechanisme, bomen laten hun bladeren vallen om te zorgen dat ze niet nodeloos verdampen als er te weinig vocht is”, zegt Van Vliet. „De berk was in de nazomer al opvallend geel, maar al dat gele blad is ook al vroeg afgevallen, waardoor de bomen eind september juist weer groener oogden. Op veel plaatsen hebben berken, lindes, lijsterbessen en elzen weer nieuwe frisgroene bladeren gekregen En bij soorten als de rhododendron, de paardenkastanje en de acacia zie je opvallend veel najaarsbloei. Waarschijnlijk doordat het nog steeds behoorlijk warm is.”

Foto Sake Elzinga
Foto Sake Elzinga
Foto Sake Elzinga

Fraaie roodnetboleet

Voor paddenstoelen was de afgelopen droogte ook niet per se funest, zegt mycoloog Martijn Oud van de KNNV-paddenstoelenwerkgroep ‘De Noordkop’. „Zulke extreme droogte en warmte had niemand van ons nog ooit meegemaakt, dus ik hield mijn hart vast. Maar in augustus, na een weekje regen, waren er opeens ongelooflijk veel boleten. Vooral in het westen van het land was het een opvallend fenomeen.”

En dan ging het niet alleen om de algemene soorten, zoals het gewoon eekhoorntjesbrood. „We zagen ook veel grote, zeldzame exemplaren, zoals de satansboleet, en op veel plaatsen de fraaie roodnetboleet, die pas sinds enkele jaren in Nederland wordt gesignaleerd. Naast boleten waren er ook bijzondere andere soorten, zoals bijvoorbeeld de roodvoetkamrussula, ook nieuw voor ons land. Vijftig soorten paddenstoelen telden we eind augustus tijdens een excursie in de buurt van Alkmaar. En eind september waren dat er al honderdvijftig.”

Paddenstoelen zijn het hele jaar door in Nederland te vinden, benadrukt Oud. „Er is vrijwel niets taaiers dan een paddenstoel. De sporen kunnen goed tegen droogte. Maar ze hebben vocht nodig om zich te ontwikkelen. In die zin kan een natte zomer voor ons net zo interessant zijn.”

De laatste jaren ziet Oud een toename van mediterrane soorten in Nederland, zoals de twee genoemde nieuwe Nederlandse soorten. „Dat zou ook door de warmte en de droogte kunnen komen.”

Of er door de droogte ook soorten zijn verdwenen? „Allicht. Maar pas aan het eind van een reeks van jaren kunnen we de balans opmaken.”

Herfsthangmatspin

Bij de derde ‘herfstcategorie’, de spinnen, is er al zo’n tien jaar een forse achteruitgang zichtbaar, zegt Peter van Helsdingen van Naturalis Biodiversity Center. „Dat komt waarschijnlijk door het afnemende aantal insecten. Er zijn momenteel ook weer weinig spinnen, maar het is dus moeilijk te zeggen of de droogte daar nog een extra invloed op heeft gehad.”

Wel liggen de soorten díe hij zag een paar weken voor op schema, waarschijnlijk door de hoge temperaturen van afgelopen zomer. „Door de warmte begon de paartijd al vroeger. Daardoor zijn er nu al opzwellende vrouwtjes te zien, hun achterlijf wordt dikker omdat ze eieren aan het maken zijn; de mannetjes zijn al verdwenen, doodgegaan.”

Foto Sake Elzinga
Foto Sake Elzinga
Foto Sake Elzinga

Dat we de herfst als ‘spinnenseizoen’ bestempelen, komt doordat opvallende, grote spinnen – zoals kruisspinnen – dan volwassen zijn. „Dat zijn ook vaak de webspinnen, en door die webben vallen ze natuurlijk nog extra op. Begin september zag ik al webben met alleen-hangende, al bevruchte kruisspinvrouwtjes. Dat betekent dat de paring enkele weken daarvoor heeft plaatsgevonden, in augustus, en dat is echt heel vroeg.”

Spinnen maken tijdens hun leven tien vervellingen door, en pas na de laatste vervelling zijn ze geslachtsrijp – de mannetjes meestal een paar dagen eerder dan de vrouwtjes, zodat ze alvast een partner kunnen zoeken. „Daar zitten ze dan een paar dagen te wachten tot ook zíj haar laatste vervelling heeft gehad en klaar is om te paren.”

Een andere soort die vaak veelvuldig te zien is in het najaar is de herfsthangmatspin, die een horizontaal web spint in de struiken. Van Helsdingen: „Als je ’s ochtends vroeg over de heide fietst, dan zie je op al die ragfijne draden dauwdruppels parelen. Ik moet nog een fietstochtje maken om te zien hoeveel van die hangmatten er dit jaar zijn.”

Wat de vogels betreft is het nog even afwachten, vertelt ornitholoog Ruud Foppen van Sovon Vogelonderzoek Nederland. „De najaarstrek is nog maar net begonnen. De soorten uit Scandinavië komen nu pas ons land binnen. Vooralsnog hebben we geen vreemde dingen gezien”

Wel is het zo dat de bessen en noten dit jaar door de warmte vroeg rijp waren, vertelt Foppen, terwijl de vogelsoorten die daar afhankelijk van zijn nog in het hoge noorden zitten. „Duindoorns, lijsterbessen, bramen: alles was al supervroeg. De doortrekkers – bijvoorbeeld zanglijsters, kramsvogels, koperwieken, houtduiven, op weg naar Zuid-Europa – kunnen misschien nog wel wat rijpe bessen en noten vinden tijdens hun korte verblijf hier, maar vooral voor vogels die in ons land overwinteren is dat vroege bessen en notenseizoen mogelijk een strop.”

Vogels kijken niet naar bladval of verkleurende bladeren om hun najaarstrek te timen, en reageren zelfs niet zo op het zomer- en najaarsweer. Foppen: „Het is een kwestie van seizoensritmiek. Door het warme voorjaar waren veel soorten heel vroeg met legsels. De timing van het eerste ei bepaalt het verloop van de rest van het seizoen. Zodra ze klaar zijn met broeden en de jongen zijn uitgevlogen schieten ze in de rui. En dan gaan ze kort daarna in hun nieuwe pakje op weg naar het zuiden.”

Foto Sake Elzinga
Foto Sake Elzinga
Foto Sake Elzinga
    • Gemma Venhuizen