‘Van zonnebrand word je niet minder snel bruin’

Aldus de blog Mens en Gezondheid

illustratie Robin Héman

De aanleiding

Een dilemma: wel of niet insmeren als je gaat zonnen? Want wie zich insmeert wordt minder bruin, zo gaat het verhaal. Het blog Mens en Gezondheid lijkt goed nieuws te hebben voor alle zonaanbidders: „Van zonnebrand word je niet minder snel bruin”, beweert de site. Zonnebrandcrème zou slechts voorkomen dat je verbrand en rood wordt, maar niet dat je minder bruin wordt, stelt Mens en Gezondheid. Wat is daarvan waar?

Waar is het op gebaseerd?

De belangstelling voor zonnecrème is niet zo vreemd. Er is sprake van een heuse ‘huidkankerepidemie’ zegt Frank de Gruijl, onderzoeker naar huidkanker aan het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Tussen 2002 en 2012 is het aantal mensen dat jaarlijks huidkanker krijgt verdrievoudigd, van 15.000 naar 47.000, volgens KWF Kankerbestrijding.

Belangrijkste reden voor die toename is ons veranderde ‘zongedrag’, zegt De Gruijl. We gaan vaker met vakantie naar verre landen, onder de zonnebank en vinden bruin worden belangrijker dan vroeger.

En, klopt het?

Smeren met zonnebrand, crème met een SPF-factor, vertraagt het bruiningsproces, zegt Wilma Bergman, dermatoloog aan het LUMC. Je wordt dus wél minder snel bruin met zonnebrandcrème. Bruin worden we met name van UV-B straling, en een klein beetje door UV-A straling, het andere type UV-straling dat de aarde bereikt. Te veel UV-straling (A en B) kan verbranding en huidkanker veroorzaken. Loop je in je vroege jeugd verbrandingen op, dan heb je meer kans op een melanoom (kanker uit een pigmentcel) dat zich snel verspreidt. Krijg je je hele leven veel zon, zoals bijvoorbeeld een bouwvakker, dan kan dat tot een lokaal gezwel leiden – een carcinoom. Zelfs onder een parasol kun je verbranden, want je ontvangt ook straling uit de lucht wanneer je in de schaduw zit. Wolken ‘verstrooien’ UV-stralen en zand en water reflecteren ze ook. Er is een bepaald deel van het zonlicht dat met name kankerverwekkend is, zegt Albert Wolkerstorfer, dermatoloog aan het Academisch Medisch Centrum (AMC). Daarvan komt tachtig procent van UV-B-stralen en twintig procent van UV-A-stralen. UV-B-stralen zijn dus het meest kankerverwekkend, maar zorgen ook voor de aanmaak van vitamine D. Dat beschermt je tegen zwakke botten, hart- en vaatziekten en bepaalde andere vormen van kanker. Helemaal uit de zon blijven is dus ook niet gezond; het KWF adviseert een dagelijkse ‘lunchwandeling’ van twintig minuten. Of je dan al moet gaan smeren, hangt van je huidtype af. Iemand met huidtype 1 of 2 (rood of blond haar, lichte ogen) heeft vrijwel altijd een SPF-factor 30 of hoger nodig. Iemand met huidtype 3 of 4 (bruin haar, donkere ogen) kan langer onbeschermd in de zon blijven of een lagere factor gebruiken. De factor geeft aan hoeveel keer langer je in de zon kunt blijven dan zonder bescherming. Er bestaat een vuistregel om te bepalen hoe lang je onbeschermd in de zon mag: vermenigvuldig je huidtype (te bepalen met een test op de site van het KWF) met honderd en deel dat getal door de zonkracht van die dag, te vinden op de site van het KNMI. De uitkomst is het aantal minuten dat je die dag onbeschermd in de zon mag.

Dat soort ‘vuistregeltjes’ zijn overigens geen kant en klaar ‘kookrecept’, waarschuwt dermatoloog Wolkerstorfer. Het is ook belangrijk om af te gaan op je ervaring. Over één ding zijn alle geïnterviewden het eens: smeren helpt het best tegen huidkanker. De experts onderscheiden twee typen crèmes: met metaaloxides en met chemische filters. Crèmes met chemische filters absorberen met name de UV-B straling, en met een SPF-factor hoger dan vijf wordt de UV-A straling óok deels geabsorbeerd. Strikt genomen word je dus bruiner als je vaker crèmes met chemische filters van factor vijf of lager smeert, beaamt huidkankeronderzoeker De Gruijl. „Maar dat zal een dokter natuurlijk nooit adviseren.”

Conclusie

De bewering is onwaar. Van zonnebrand word je wel minder snel bruin.