Stil protest in een bedrukt land

Wat de overheid zelf in de hand had verliep vlekkeloos. Burgers improviseerden meer. Wel mooi, die kleine fricties in een democratisch land.

Aan het eind van een stille tocht in Amsterdam gisteren op de Dam. Meer dan vijfduizend mensen liepen mee. Foto AP

Op een druk kruispunt in Amsterdam-Oost ziet de nationale minuut stilte er anders uit dan in televisiejournaals, waar het lijkt of een land tot stilstand komt nadat op de vliegbasis Eindhoven een trompet heeft geklonken. Op de kruising Linnaeusstraat – Wijttenbachstraat wreekt zich dat over het precieze moment verschillende berichten de ronde doen: het is om 16.00 uur, én het is als in Eindhoven het taptoesignaal is geblazen.

Die momenten vallen echter niet samen. Om vijf voor vier hebben de kerkklokken geluid – in een sterk geseculariseerde stad zijn er dat nog maar weinig. Om vier uur stoppen de bussen en trams van het GVB. Sommigen stappen van hun fiets of zetten de auto aan de kant – lang niet iedereen, trouwens. Wanneer om 16.09 de trompet uit Eindhoven via de media weerklinkt, heeft op dit kruispunt het normale leven allang zijn loop hernomen.

Het is misschien juist wel mooi, die kleine fricties in een democratisch land, binnen een zwaar beladen, van staatswege bedacht scenario. Tot de ‘dag van nationale rouw’ – overigens geen wettelijk begrip – is pas op het laatste moment besloten, en de uitvoering lijkt enigszins geïmproviseerd. Zo worden er geen zogeheten ‘openbare vermakelijkheden’ afgelast – ook de kermis in Tilburg gaat maar een kwartiertje dicht. En de publieke televisie moge dan voor een dag de Ster-reclame hebben opgeschort, de Tour de France kan op Nederland 2 worden gevolgd, terwijl op Nederland 1 veertig lijkwagens van Eindhoven naar Hilversum rijden.

Wie zapt stuit op een beeldrijm: soms hinderlijk opdringende menigten langs een weg. Op de A2 blijven auto’s uit tegenovergestelde richting plotseling stilstaan, terwijl Rijkswaterstaat nu juist heeft laten omroepen dat dit niet moet.

Wat mensen die op viaducten met hun telefoon de stoet registreren zeggen over hun aanwezigheid klinkt niet altijd even verheffend. Men wil „erbij geweest zijn”, en „meebeleven”.

Wat de overheid zelf volledig in de hand heeft, verloopt vlekkeloos. In Eindhoven worden de kisten met militair ceremonieel in de lijkwagens geplaatst door de vier krijgsmachtonderdelen – een beetje alsof het gesneuvelde militairen zijn. Maar elk ceremonieel vormt vermoedelijk een zinvol contrast met de mensonterende chaos op de plek van het neerstorten.

Terecht onthouden ambtsdragers zich vandaag van verklaringen, met uitzondering van de overal opduikende burgemeester van Hilversum. Hij heeft zich eerder vergaloppeerd met de oproep om de oudste dochter van de Russische president Poetin uit te wijzen, die volgens een onbevestigd gerucht in Nederland woont, en daarbij ook haar vermeende woonplaats genoemd. Nu spijt hem dat, zegt hij, maar hij voelt zich geëxcuseerd door de ‘woede’ die veel mensen zouden voelen en blijft tot sancties oproepen – uitzonderlijk politiek gedrag voor een burgervader.

Het lijkt evenwel niet zozeer woede die ’s avonds de meer dan vijfduizend mensen bezielt, die in een stille tocht door Amsterdam lopen. De tocht is een burgerinitiatief van een zekere Peter van Lent en zijn vrienden, van wie bijna niemand eerder had gehoord. De meeste lopers hebben gehoor gegeven aan de oproep zich in het wit te kleden. Er is geen autoriteit te bekennen en er zijn geen spandoeken of leuzen, afgezien van een papieren vredesduif van vrouwen uit Nieuw-West, en een man met een zelfgemaakt gedicht dat begint met „Het kwaad heeft een gezicht gekregen”.

Iedereen hier lijkt een beetje filosoof, als je naar een motivatie vraagt. „Het is zó krankzinnig dat ik mee wilde lopen.” „Het is absurd en ik kan er niet van loskomen.” „Dit is een protest tegen machteloosheid, tegen de staat der dingen.” „Dit is natuurlijk volmaakt nutteloos, maar dat is juist de kracht en de schoonheid ervan.”

Langs de kant staan mensen stil om te kijken – de klanten van het leeggestroomde hippe café Struik op de Rozengracht bijvoorbeeld. Zij zien het zwijgend aan, drie kwartier lang.

Wat velen in deze bedrukte straten zich realiseren is dat de gebruikelijke functies van rouw – verwerken, afsluiten – vandaag niet van toepassing zijn. Te veel lichamen zijn nog verdwenen, en in een oorlogsgebied blijft de ware toedracht wellicht altijd omstreden. Misschien kan het niet bij één dag van nationale rouw blijven.