Ober even bezorgd over westerse smaak

‘Oh, no no no sir, that is not for you. Only Malaysian people eat that.” Ik had zojuist in een Maleisisch restaurant in Philadelphia de rojak besteld, een fruitsalade met een zoete saus op basis van gefermenteerde garnalenpasta. Of althans, proberen te bestellen.

Onze ober maakte zich nogal zorgen over ons westers palet. Ook de inktvis met Chinese waterkers had hij al geen goed idee gevonden (om eerlijk te zijn, op de kaart stond: „please ask your server for advice”). Om hem te plagen bestelde ik vervolgens de knapperige varkensdarmen. „OH NO NO NO SIR!!”

We drongen aan en twintig minuten later stond het voltallige personeel zich te vergapen aan drie rare blanken die zichtbaar genoten van die heftige smaken.

Nu durfde men mij wel een asam laksa als hoofdgerecht te serveren. Vissoep met ananas en munt. Klinkt gek, maar het was perfectie in een kommetje. Een volmaakte balans tussen zoetzure ananas, zure tamarinde, diepe, rijke umami van de garnalenpasta en visbouillon, de frisse munt. En natuurlijk goed pittig.

Ik heb me gek gezocht naar recepten en drie avonden gesleuteld met de ingrediënten die hier in de toko te krijgen zijn. Maar u heeft dat perfecte origineel in Philadelphia toch niet geproefd. Dus voor u moet dit al hemels zijn.

Kook de sardientjes 20 minuten in 2 liter water. Haal ze eruit en doe alle ingrediënten voor de soep in de visbouillon. Laat weer twintig minuten trekken. Doe 200 ml warm water op de tamarindepulp. Kneed het tot het bijna allemaal is opgelost. Zeef het en doe 120 ml tamarindewater in de soep. Zeef de soep.

Kook de noedels af. Snij alle ingrediënten voor de garnering in dunne reepjes en verdeel ze met de noedels en het vlees van de sardientjes over vier grote kommen. Giet de hete soep erover.