Ik wil over iedereen de baas spelen

In de nieuwe filmThe Homesman vervult Tommy Lee Jones vier functies: die van schrijver, producent, regisseur en acteur. In deze western reist hij naar het oosten om vrouwendiscriminatie en seksisme te bestrijden.

Still uit de film

In The Homesman zet acteur en regisseur Tommy Lee Jones het genre van de western op zijn kop. Zoals veel films in de westerntraditie gaat de film over een reis, maar die gaat nu eens niet náár het barre, onontgonnen westen, maar juist terug van het westen naar het oosten, naar de beschaving. Daar moet George Briggs, een nogal verwilderd en weinig heldhaftig personage, gespeeld door Jones zelf, een transport van krankzinnige vrouwen afleveren dat onder leiding staat van Mary Bee Cuddy (Hilary Swank), die zich als vrouw zonder man in het westen poogt te handhaven.

The Homesman ging in mei in première op het filmfestival van Cannes. De ster liet zijn vriend Steven Spielberg, juryvoorzitter in Cannes in 2013, een goed woordje doen voor de film bij de festivalleiding. Dat werkte. Ook zijn vorige film als regisseur, The Three Burials of Melquiades Estrada, ging al in Cannes in première en kreeg daar prijzen voor beste acteur (Jones zelf) en voor beste scenario. Negen jaar later viel The Homesman buiten de prijzen.

Waarom duurde het negen jaar tussen uw vorige film en deze?

„Ik ben nogal druk met andere zaken. Bovendien is het moeilijk om goed materiaal te vinden. Ik heb nu wel vijf, zes, filmplannen die ik heel graag in productie zou willen nemen, en die ik dolgraag zou willen regisseren, maar het duurt nu eenmaal heel lang om een film te maken.”

Wat trekt u aan in regisseren?

„Ik heb altijd een heel visuele instelling gehad, een goed oog. Ik vind het ook prachtig om te zien hoe een idee zich ontwikkelt, terwijl je aan de film werkt, hoe de film onder je handen groeit. En ik vind het natuurlijk ook gewoon heerlijk om de baas over iedereen te mogen spelen.”

Vindt u regisseren prettiger dan acteren?

„Dat zijn gewoon heel verschillende klussen. Ik beleef aan beide veel plezier. Maar het is wel zo: als je de producent, de regisseur, de schrijver én de hoofdrolspeler van een film bent, maakt het feit dat je al drie van de vier petten draagt, je vierde taak meteen een stuk eenvoudiger.”

Bent u een regisseur die acteurs veel ruimte geeft?

„Dat weet ik niet. De scenario’s die ik ontwikkel hebben een heel specifiek ritme. Elk woord is met uiterste zorg gekozen. Acteurs zijn niet vrij om de dialogen te herschrijven. Maar ze hebben wel de volledige vrijheid om hun tekst te kennen.”

Wat bevalt u aan de western?

„Mij gaat het vooral om dit specifieke boek waar de film op is gebaseerd, van Glendon Swarthout. Ik besteed heel veel tijd aan het zoeken naar materiaal dat origineel is en dit boek heeft een zekere originaliteit. Dit is een film over de problemen van vrouwen, dat is uitzonderlijk. De film laat zien wat er met mensen gebeurt die in de hoek worden gedrukt vanwege hun sekse. Daar worden niet veel films over gemaakt, en al helemaal geen films die zich afspelen in het westen van de Verenigde Staten in de negentiende eeuw.”

Waarom wilde u een film maken over vrouwendiscriminatie en seksisme?

„Je gelooft het misschien niet, maar mijn grootmoeder, mijn moeder, mijn vrouw en mijn dochter blijken allemaal vrouwen te zijn. En ik mag ze graag. Daarom vond ik het belangrijk om een film te maken over deze sociale problemen, ook al is dat in een historische context. Als je een analyse wilt maken van de belangrijkste problemen van dit moment, kun je het best beginnen bij het verleden. Die problemen zijn niet vandaag of gisteren ontstaan, die zijn heel diep in ons bestaan verankerd.”

U lijkt een uitgesproken Amerikaanse filmmaker: de western is de mythe bij uitstek van de VS.

„Maar omgedraaid. Bij ons rollen de wagens richting het oosten. Als iemand daarin een commentaar wil zien op de expansiedrang van Verenigde Staten, dan heb ik daar geen probleem mee.”