Hollandse ideeën voor een leefbaarder Kaapstad...

Nederlandse architecten en stadsplanners zijn in Kaapstad om met Zuid-Afrikaanse collega’s te praten over de herinrichting van krottenwijken als Khayelitsha. Het Nederlandse zelfvertrouwen zorgt voor verbazing.

De echte wereld tikte eenmaal op de ramen. Toen Nederlandse architecten en stadsplanners vorige week een krottenwijk aan de rand van Kaapstad wilden bezoeken, had de politie beide toegangswegen afgesloten. Bewoners van de wijk protesteerden tegen het uitblijven van water, elektriciteit, huizen. Het type demonstratie dat in dit land gemiddeld vijf keer per dag plaatsvindt. De denkers moesten rechtsomkeert naar het stadscentrum van Kaapstad, naar hun Department of Design.

Zo heet het veilinghuis gedecoreerd met wrakhout, visnetten en ander gerecycled materiaal waar Nederlanders en Zuid-Afrikanen de komende weken praten over hoe een stad als Kaapstad beter ontworpen kan worden. Leefbaarder, gezonder, een stad voor iedereen. Kaapstad is World Design Capital dit jaar en de Nederlandse regering sponsort de bijeenkomst met 300.000 euro. Bruggen bouwen, heet dat in diplomatenjargon. Maar zo makkelijk is dat niet.

Niets in dit land is onaangetast door de verhoudingen tussen de rassen en de klassen, ook de goede bedoelingen niet. In deze stad werden in 400 jaar kolonialisme en apartheid hele gemeenschappen per wet van elkaar gescheiden. Ook twintig jaar na de afschaffing van de apartheid blijft die geografische scheiding doorwerken in het dagelijks bestaan. Het idee om het paviljoen in een verpauperde buitenwijk als Khayelitsha neer te zetten om dichter bij het onderwerp te komen, werd in de voorbereiding van tafel geveegd. „Aan welke kant van de stad je je voeten ook neerzet, je bent altijd ver weg van de ander”, zegt de Nederlandse consul, Bonnie Horbach. „Ik had het ook liever in Khayelitsha georganiseerd maar dan komen de besluitvormers, de mensen die dingen kunnen veranderen, weer niet. Dat wordt een warrig verhaal.”

Dan maar in Gardens, de centrumwijk die naar de tuinen is genoemd die eind zeventiende eeuw in opdracht van de Nederlandse VOC werden aangelegd. Aan een grote ronde tafel praten stadsplanners, bestuurders en actiegroepen passievol over hun gedroomde herinrichting van Khayelitsha. De wijk telt meer dan 600.000 inwoners, zoveel als Rotterdam, maar heeft geen hart, geen centrum, alleen een treinstation. Een wijk waar ieder jaar 10.000 krotten worden bijgebouwd, meest voor migranten uit de arme Oost-Kaapprovincie. Zuid-Afrikaanse buitenwijken werden gebouwd als arbeidsreservaten. De trein en de minibustaxi brengen zo ’s ochtends nog steeds het slecht betaalde personeel, de schoonmakers en de tuinmannen, naar hun werk in het centrum. ’s Avonds gaat het in omgekeerde richting weer terug.

Het gesprek over herinrichting van Khayelitsha zit al jaren muurvast, vastgelopen in de zompige politiek van Zuid-Afrika. De West-Kaap is de enige provincie van het land die geregeerd wordt door de oppositiepartij, Democratische Alliantie, populair onder blanken en kleurlingen. Het ANC aast op deze provincie en probeert plannen van de gemeenteraad te dwarsbomen.

Ekim Tan, een Turkse woonachtig in Nederland, biedt de beleidsmakers de oplossing. Alle betrokkenen worden uitgenodigd om rond een speeltafel die doet denken aan een groot monopoliebord hun belangen te verdedigen, en de ander tegemoet te komen. „Zolang we het spel spelen, leren we het ideeënpatroon van de ander kennen. Mensen zeggen dat het slechts een spel is, maar het verandert intussen het echte denken.”

De Turkse zag hoe plannen die van boven worden opgelegd, een stad kunnen laten ontvlammen, zoals vorig jaar gebeurde rond het Gezi-park in Istanbul. „Een masterplan van boven is gedoemd te mislukken”, zegt Tan. Bestuurders worden nerveus als buitenstaanders de rollen proberen om te draaien. De burgemeester van Kaapstad, Patricia de Lille, liet de organisatoren van het spel in een besloten bijeenkomst weten dat ze uit Khayelitsha moeten wegblijven. Genoeg geruzied over die wijk, genoeg geld aan uitgegeven, vindt de burgemeester. Maar Tan gaat in oktober alsnog naar Khayelitsha om haar spel te spelen. „Ze kunnen ons niet tegenhouden.”

Laat de bewoners hun eigen stad veranderen, is ook de strekking van het verhaal van de Nederlandse architect Kristiaan Koreman. Hij legt uit hoe hij het Nederlandse Deltaplan nu exporteert naar de Verenigde Staten, om New York te wapenen tegen klimaatverandering en verwoestende orkanen als Sandy. „Ook daar moet je opereren in een zeer gepolariseerde samenleving en partijen overtuigen die niet eens geloven in klimaatverandering. De enige oplossing is: iedereen betrekken bij de kleinste stappen.”

De Zuid-Afrikanen in de zaal reageren met ongeloof. „Ik ben verbaasd door het Nederlandse zelfvertrouwen. Je maakt een plan en dan voer je het ook nog uit”, zegt Anton Cartwright, onderzoeker bij het African Cities Centre. „Zo werkt het niet in Kaapstad. Dit is een politieke arena. Hier is alles ongelijk, waarin de wijk waar je woont bepaalt hoe je risico’s inschat en wat je eerste prioriteiten zijn.” Geld uitgeven in Kaapstad betekent altijd iemand boos maken. Regeren in Zuid-Afrika is reageren op protest. De Zuid-Afrikanen spreken met bewondering over de Nederlandse durf. Maar of het zin heeft, zo’n workshop met Nederlanders die uitleggen hoe ze de wereld veroveren? Cartwright haalt zijn schouders op. „Kijk maar wie er hier in de zaal zit. Niemand die de beslissingen neemt. Niemand die straks de cheque moet uitschrijven.”