Gokbeleid gaat op deze manier niet werken, zegt Raad van State

Verslaving is alleen te verminderen als online gokken legaal kan, denkt het kabinet. Maar kan dat wel?

Meer gokken in loterij dan op internet

Het middel is mogelijk erger dan de kwaal. Dat is het oordeel van de Raad van State over het wetsvoorstel van staatssecretaris Teeven (Justitie, VVD) voor de legalisering van online gokken. De raad adviseert het wetsvoorstel te heroverwegen.

1 Wat is het grootste bezwaar?

De Raad van State is niet overtuigd dat het wetsvoorstel effectief is, en of het te handhaven is. Volgens de raad staat het kabinet voor een moeilijke keuze: betere handhaving van het huidige verbod op online gokken, óf online gokken toestaan maar de risico’s ervan beperken – vooral in de hoop dat gokkers overstappen van illegale naar legale aanbieders, die aan strenge voorwaarden zijn gebonden. Het kabinet heeft voor het laatste gekozen, want het wil het kansspelbeleid moderniseren. In 2012 werd daartoe al een toezichthouder in het leven geroepen, de Kansspelautoriteit. Het kabinet wil nu de consument beschermen tegen verslaving en fraude door illegale gokbedrijven.

2 Hoeveel Nederlanders zijn gokverslaafd?

De schattingen lopen uiteen. Algemeen wordt aangenomen dat zo’n 40.000 Nederlanders gokverslaafd zijn, waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen online gokken of niet. In de toelichting bij het wetsvoorstel staat dat het aantal ‘risicospelers’ (die dreigen verslaafd te raken) in 2017 op het niveau van 2005 moet liggen: 55.000, tegen 92.000 nu.

Zo’n 257.000 Nederlanders gokken online, volgens onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) uit 2011. In 2005 waren dat er nog maar 130.500. De schattingen van het aantal online gokkers liggen in andere onderzoeken nog hoger.

Het WODC schat de omvang van de illegale online markt in Nederland op zo’n 176 miljoen euro in 2013. Dat is uitgedrukt in bruto spelresultaat – het verschil tussen spelinleg en uitgekeerd prijzengeld. De verwachting is dat de online markt de komende jaren alleen maar zal groeien.

3 Hoe wil het kabinet de risico’s van online gokken beperken?

Door voorwaarden te stellen aan bedrijven die een vergunning krijgen voor online gokken in Nederland. Juist online gokken brengt een hoog verslavingsrisico mee. Snelle, anonieme spellen die een hoog adrenalinegehalte veroorzaken, terwijl er nauwelijks een drempel is om te beginnen of door te spelen. Bedrijven die een vergunning krijgen moeten daarom voorzorgsmaatregelen nemen. Zo mogen ze geen minderjarige spelers toelaten, en dat rigoureus controleren. Ze moeten spelers bewust maken van de risico’s. Niet alleen door voorlichting maar ook door ze te houden aan een zogeheten spelersprofiel dat de spelers zélf opzetten, met bijvoorbeeld maximumbedragen staan uitsluiting van sommige soorten spellen. Ook moeten ze spelers feedback geven over of hun speelgedrag nog in overeenstemming is met dat profiel. Als het toch uit de hand loopt moeten ze zorgen dat de gokkers hulp krijgen.

Dit beleid werkt alleen als spelers gokken bij legale aanbieders. Om te zorgen dat deze legale aanbieders niet te duur zijn doordat ze aan de voorwaarden moeten voldoen, krijgen ze een gunstiger belastingtarief dan reguliere gokbedrijven zoals casino’s en paardenraces.

4 Waarom denkt de Raad van State dat dit niet werkt?

De raad betwijfelt of genoeg online gokkers zullen overstappen op legale aanbieders. Het kabinet streeft ernaar om 80 procent van het online gokken bij legale aanbieders te laten plaatsvinden. Daarvoor moet het voor zowel spelers als aanbieders aantrekkelijker zijn om legaal te opereren dan illegaal. Volgens de raad is niet duidelijk waarom dat zo zou zijn. Gokken wordt minder anoniem en minder winstgevend, omdat belasting moet worden betaald. En voor de aanbieder geldt dat niet duidelijk is hoe de pakkans van illegaal aanbieden verbeterd zou moeten worden. Handhaving over de landsgrenzen is bovendien ook voor legale bedrijven lastig. Ook heeft de raad grote bezwaren tegen het gunstige belastingtarief voor aanbieders. Dat is in strijd met de neutraliteit van belastingheffing en mogelijk discriminerend.