'Goedkoop lenen is alternatief voor subsidie’

Stichting voor cultureel ondernemen wil Rijksfonds voor cultuurleningen als aanvulling op huidig subsidiestelsel

Het Rijk moet een fonds oprichten dat leningen gaat verstrekken aan culturele instellingen. Dat bepleit Cultuur-Ondernemen, een stichting die het ondernemerschap in de kunstsector wil bevorderen. Volgens Jo Houben, directeur van de stichting, is er nu te veel een fixatie op bezuinigingen en subsidies. „Dat maakt de kunst- en cultuursector blind voor een bewezen financieringsalternatief: de cultuurlening.”

In Amsterdam en Brabant bestaan al cultuurleningen, in Utrecht wordt momenteel ook een leningsprogramma opgezet. Zo heeft het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) 5 ton beschikbaar voor leningen van maximaal 10.000 euro aan kunstenaars die duurzame investeringen willen doen in hun beroepspraktijk. Ze kunnen er bijvoorbeeld instrumenten, apparatuur, software of presentatiemateriaal van kopen. De kunstenaars moeten de lening in drie jaar terugbetalen, tegen 3 procent rente. Zo ontstaat er een ‘revolverend’ fonds.

Cultuur-Ondernemen is bij alle drie de regionale cultuurleningen initiatiefnemer. De stichting stelt dat iets soortgelijks ook haalbaar is op nationaal niveau. „In de monumentenzorg bestaat al decennialang een succesvol revolverend fonds”, zegt Roelof Balk, projectleider financiële faciliteiten. „Dit Nationaal Restauratiefonds is zo’n 30 jaar geleden opgezet met rijksgeld, om de subsidiegeldstroom om te buigen naar een investeringsgeldstroom. Er zit een paar honderd miljoen euro in, geld dat vroeger zou worden weggegeven in de vorm van subsidies, maar nu tegen een lage rente wordt uitgeleend aan eigenaren die hun monumenten willen opknappen of een nieuwe bestemming willen geven. Aanvankelijk was het Rijk de enige financier, maar inmiddels hebben ook veel gemeenten geld ingelegd, evenals het Prins Bernhard Cultuurfonds.”

Cultuur-Ondernemen heeft zelf een Borgstellingsfonds met een vermogen van 2 miljoen euro dat gebruikt wordt om kleinschalige leningen aan kunstenaars en culturele instellingen te verstrekken en om garanties af te geven. De stichting werkt bij het beheer van het geld samen met de Triodos Bank, die is gericht op duurzame financieringsvormen. Het fonds heeft de afgelopen 8 jaar aan zo’n 550 kunstenaars microkredieten verstrekt, van maximaal 10.000 euro. Het gemiddelde leningbedrag is 3.000 euro. Daarnaast hebben zo’n 150 culturele instellingen en cultureel ondernemers een bancair krediet gekregen met een garantie van het Borgstellingsfonds. In acht jaar tijd is voor 32 miljoen euro aan leningen verstrekt. Houben: „Dat bewijst dat je met een relatief laag basisvermogen een behoorlijke geldstroom op gang kan brengen. Omdat het geld wordt terugbetaald, kan het steeds opnieuw worden uitgegeven.”

Om een landelijk dekkend Nationaal Revolverend fonds voor cultuur op te zetten, is een startkapitaal van 10 tot 25 miljoen euro nodig, schat Cultuur-Ondernemen. Houben: „Zo’n fonds kan het hiaat opvullen tussen de subsidies en gewone bancaire financiering.” De stichting hoopt dat het kabinet de vorming van zo’n fonds de komende maanden op de agenda wil zetten. Houben: „Stel dat in de komende subsidieperiode, vanaf 2017, opnieuw bezuinigd moet worden op de cultuursubsidies, dan zou dit een alternatieve, investeringsgerichte oplossing kunnen zijn voor de culturele sector.”