Geen olympisch huisje is meer veilig voor revolutionair IOC

Het programma gaat op de schop, evenals de kandidaatsprocedure voor steden. De Spelen moeten worden teruggeven aan het volk.

IOC-voorzitter Thomas Bach, die de hervormingen in gang zette, pingpongt met VN-baas Ban Ki-moon in Haïti. Foto AFP

De Olympische Spelen gaan na 2020 ingrijpend veranderen. De penseelstreken van een half jaar geleden waarmee de revolte werd aangekondigd, transformeren in steeds concretere beelden. De belangrijkste wijziging: het olympische programma zal danig worden opgeschud. Geen huisje is meer heilig.

Of hockeyers, schaatsers of zwemmers zich al zorgen over hun olympische status moeten maken is onbekend. Details worden komende maanden uitgewerkt. Maar vaststaat dat in de toekomst geen olympische sport meer in beton is gegoten.

De eerste slierten witte rook krulden vorige week omhoog vanuit het hoofdkantoor van het Internationaal Olympisch Comité in Lausanne, waar zeventien invloedrijke sportbestuurders op verzoek van het IOC brainstormden over de toekomst van de Olympische Spelen. Die mannen en één vrouw – Claudia Bokel, de Duits/Nederlandse voorzitter van de atletencommissie – schaarden zich unaniem achter het idee om het olympische programma in de toekomst niet op ‘sportbasis’ maar ‘eventbasis’ samen te stellen. Wat dat precies inhoudt werd niet uitgelegd, maar duidelijk is wel dat sport dan niet langer leidend is.

Meer flexibiliteit in het olympische programma is een oude wens van het IOC, maar elke verandering stuitte tot op heden op de macht van internationale sportbonden – verlies van de olympische status betekent verlies van een belangrijke identiteit – vaak in combinatie met invloedrijke landen. Mede dankzij een ongewone combine van de Verenigde Staten, Rusland en Iran werd vorig jaar voorkomen dat worstelen van de Spelen verdween.

De olympische revolutie is uitgeroepen door Thomas Bach, sinds bijna een jaar de voorzitter van het IOC. De Duitser had bij zijn verkiezing beloofd hervormingen door te voeren. Hij houdt woord. Nadat de IOC-leden in februari in Sotsji hun ideeën mochten spuien tijdens de eerste sessie die hij voorzat, volgden de gebeurtenissen elkaar snel op. Veertien door Bach samengestelde commissies van IOC-leden en specialisten bogen zich in juni over tal van veranderingsvoorstellen. Die sessies waren besloten, zodat het onduidelijk was welke richting de veranderingen opgaan. Tot de summit van vorige week in Lausanne.

Daar werd helder dat het IOC ook plannen heeft voor de invoering van een olympisch televisiekanaal, evenals voor een fonds van minimaal 20 miljoen dollar (15 miljoen euro) om schone sporters te beschermen tegen dopinggebruikers.

De sporttop in Lausanne maakte bovendien duidelijk dat het IOC zich zorgen maakt over de toenemende afkeer in westerse, democratische landen van Olympische Spelen. Referenda in plaatsen als Davos/Sankt Moritz (Winterspelen 2022), München (2022), Krakau (2022) en Wenen (Zomerspelen 2028) hadden alle negatieve uitkomsten. De bevolking wil geen duur en megalomaan sportevenement. Verder weigerden overheden in Italië (Rome 2020), Zweden (Stockholm 2022) en Nederland (Amsterdam 2028) financiële garanties voor Olympische Spelen.

Hoe anders wordt daarover gedacht in minder democratische landen als Rusland, China, Kazachstan of Qatar. Maar daar wordt de bevolking ook niet om een mening gevraagd. Het IOC beseft al te goed, dat alleen bij mondiale appreciatie de toekomst van de Spelen is gegarandeerd.

Het IOC wil de kandidaatsprocedure radicaal veranderen. Daarvoor is een voorzet gegeven door de nationale olympische comités van Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk en Zweden, die gezamenlijk een rapport met wijzigingsvoorstellen bij het IOC hebben ingediend. Belangrijkste voordrachten om draagvlak onder de bevolking te herstellen: vereenvoudig de kandidaatsstelling, verlaag de kosten en maak die transparant, reduceer de hoge eisen voor accommodaties en maak vooral gebruik van bestaande stadions en hallen.