Frankrijk koestert zijn jonge helden

Uniek, zoveel Fransen in de toptien van de Tour de France. „Jonge renners krijgen nu de tijd om op niveau te komen.”

Jean-Christophe Péraud (rechts) en Thibaut Pinot tijdens de vijftiende etappe naar Saint-Lary-Soulan. Foto AFP

Laurens ten Dam, die veertig seconden later over de finish kwam dan zijn Belkin-ploeggenoot Bauke Mollema, moet even zoeken. Boven op Pla d’Adet in Saint-Lary-Soulan krioelen renners, ploegleiders, verzorgers, journalisten, cameramensen en agenten door elkaar heen op het smalle stukje weg na de eindstreep. Als Ten Dam zijn kompaan ziet, zegt hij: „Bau, boksie?” De twee tenoren van het Nederlandse wielrennen slaan hun vuisten tegen elkaar.

Daar hebben ze ook best reden toe: Mollema steeg gisteren in het Tour-klassement van tien naar zeven, Ten Dam consolideerde zijn achtste plaats. Hun ploeggenoot Steven Kruijswijk staat gedeeld vijftiende. Er zijn jaren geweest dat Nederlandse klassementsrenners er slechter voorstonden.

Slechts één wielernatie overtreft Nederland, en dat is het thuisland. Maar liefst drie Fransen staan in de topvijf, met Thibaut Pinot, Jean-Christophe Péraud en Romain Bardet keurig op de plaatsen drie, vier en vijf. En Pierre Rolland staat tiende. Het lijkt wel zeker dat minstens één Fransman het podium zal halen.

De drie Franse renners kunnen worden beschouwd als exponenten van een nieuwe generatie Franse wielrenners. In het geval van Péraud klinkt dat misschien vreemd, omdat hij al 37 is. Toch is ‘Jicé’ nog maar bezig aan zijn vierde Tour. Pas op zijn 33ste werd hij prof in het wegwielrennen, nadat hij als mountainbiker al Europees kampioen was geworden.

Tot op heden was de negende plaats in de Tour zijn beste resultaat, maar dit jaar is hij vaak de enige die bergop de ongenaakbare Italiaanse klassementsleider Vincenzo Nibali kan bijhouden.

Pinot (24) en Bardet (23) rijden respectievelijk hun derde en tweede Tour. De eerste baarde twee jaar geleden opzien door de bergetappe naar het Zwitserse Porrentruy te winnen en als tiende te eindigen in het algemeen klassement. Bardet reed vorig jaar een behoorlijke Tour, waarin hij vijftiende werd. Inmiddels zijn ze met elkaar verwikkeld in een hevige strijd om het jongerenklassement. Pinot leidt vooralsnog, met ruim anderhalve minuut voorsprong.

Nieuwe generatie

Wat kenmerkt de nieuwe generatie Fransen? Volgens Antoine Plouvin, wielerjournalist van de Franse website Cyclism’Actu, heeft het te maken met een nieuwe manier van werken bij de Franse ploegen. „Na Richard Virenque had Frankrijk nog veel goede renners in de leeftijdscategorie tot 23 jaar, maar daarna werd het telkens niets. Er was geen structuur, en de verwachtingen waren te hoog. Ieder talent werd ‘de nieuwe Bernard Hinault’ genoemd.”

Bernard Hinault, dat was de laatste Franse Tourwinnaar, in 1985. En Richard Virenque was de laatste Fransman op het podium, in 1997.

Het is duidelijk dat het Franse wielrennen lange tijd bepaald niet in weelde heeft geleefd. Een ander probleem, zegt Plouvin, was dat Franse ploegen hun hele jaar altijd volledig afstemden op de Tour. „Jonge talenten werden daar meteen naartoe gestuurd. Maar in de Tour zijn er tien keer zo veel media en is er tien keer zo veel druk als in andere koersen. Daar gingen de talenten aan ten onder.”

Dat is allemaal veranderd. Ploegleiders gunnen hun jonge renners meer tijd om op niveau te komen. En in steeds meer koersen verschijnen nu Fransen aan de start. Pierre Rolland, de nummer tien in het klassement, reed dit jaar zelfs de Giro d’Italia.

Die koerswijziging komt mede voort uit de opzet van de WorldTour, de hoogste divisie in het profwielrennen. Ploegen moeten tegenwoordig in allerlei koersen punten verdienen om in de hoogste divisie te mogen blijven uitkomen. Plouvin: „Renners kunnen nu langzaam groeien en in kleinere koersen aan het profwielrennen wennen.”

Snoepje

Sympathiek zijn ze ook nog, de nieuwe Franse klassementstoppers. En, in het geval van Bardet, ook intelligent: hij laat zich erop voorstaan dat hij Le Monde Diplomatique leest en hoopt volgend jaar af te studeren aan de Grenoble École de Management. Péraud is vooral bescheiden – hij zei gisteren na de etappe dat hij „nog steeds bijleert”, aangezien hij pas vier jaar wegwielrenner is.

Voor de Franse televisie is deze Tour een snoepje om heel langzaam op te eten. Los van het drietal in de topvijf kende Frankrijk ook al succes met Tony Gallopin, die een dag in de gele trui reed en de etappe naar Oyonnax won. De tv, zegt journalist Plouvin, spreekt over de Franse renners alsof ze allemaal voor hetzelfde team rijden. Journaals openen ermee. En ook als Nibali wint, schrijven de kranten vrijwel uitsluitend over Pinot, Péraud en Bardet.

Zaterdag, één dag voor Parijs, moeten de renners nog een tijdrit afleggen. Dat lijkt vooral gunstig voor Péraud, die vijf jaar geleden als amateur alle profrenners aftroefde op het nationaal kampioenschap tijdrijden. Slechts acht seconden scheiden hem van zijn landgenoot Pinot, en van het podium in Parijs. Péraud, gisteren na de etappe in Saint-Lary-Soulan: „Ik weet dat ik een grijsaard ben. Maar ik kan diep in het rood rijden. En ik herstel nog vrij goed.”