En dan woon je als Schot plots over de grens in Engeland

In de grensregio met Engeland ligt Schotse onafhankelijkheid extra gevoelig.

De Borders: grensregio met Engeland

Het leek zo’n logische keuze voor Lothian Webster en zijn echtgenote. Ze wilden kleiner wonen, en verhuizen van het platteland naar een kleine stad met goede transportlinks. En liefst niet al te ver van de Borders, de Schotse grensregio waar hij voor de UK Coal Authority werkt. Berwick-upon-Tweed dus.

Alleen: Berwick ligt aan de ‘verkeerde’ kant van de grens. Het is de meest noordelijke Engelse stad. En dus mag Webster – „een trotse Schot” – over twee maanden niet meestemmen over Schotse onafhankelijkheid. Alleen ingezeten van Schotland mogen dat. „Ik steek elke dag de grens over. Het is waar ik vandaan kom, het voetbalelftal dat ik steun.” Hij zou ‘ja’ hebben gezegd: „Ik voel me Schots.”

Zulke verhalen zijn talrijk in Berwick, net als voorbeelden van grensoverschrijdendheid: de eerste teams van de Berwick Rangers (voetbal en rugby) spelen in de Scottish League; in noodgevallen is voor Schotten het ziekenhuis van Berwick dichterbij dan dat van het anderhalf uur verderop gelegen Galashiels; de banken in de stad heten Bank of Scotland, Royal Bank of Scotland en TBS. Maar de pinautomaten spuwen Engelse ponden uit. In tegenstelling tot elders in Engeland nemen de winkeliers zonder aarzeling Schotse bankbiljetten aan.

Dertien keer veranderde Berwick van Schotse in Engelse handen: pas in 1836 kwam er rust. De verdedigingswerken die Mary I tussen 1558 en 1570 liet bouwen om de Schotten tegen te houden, zijn nog altijd zichtbaar. Berwick was dankzij handel een van de welvarendste steden – in beide landen – en de rivier Tweed een natuurlijke landsgrens. Nu voelen de inwoners zich geen van beide. „Ik ben een Berwicker”, legt Kate Robson (70) uit.

Wat er na het referendum met Berwick gebeurt, houdt de gemoederen bezig. Phil Johnson, hoofdredacteur van de Berwick Advertiser (een Engelse krant) en The Berwickshire (een Schotse) zegt: „Zelfs als ‘nee’ wordt gestemd, heeft dat invloed als Schotland meer bevoegdheden krijgt. Krijgen de Schotten het recht belastingen te heffen? Wordt dat dan lager dan hier zodat bedrijven weggaan?”

Meeste zorgen zijn er over de grens. Gaat die dicht? „De nationalisten zeggen van niet, de unionisten zeggen: ‘dat is nog maar de vraag’.”

Niet dat er nu geen ‘grensconflicten’ zijn. The Berwickshire heeft een groot verhaal over de Schotse gezondheidsdienst die huisartsen op de vingers tikt dat zij te veel patiënten doorverwijzen naar Berwick. „De politieke partijen zeggen dat het een voorbeeld is van wat er na een ‘ja’-stem gebeurt. Maar het is een gevolg van devolutie: de gezondheidsdiensten zijn gescheiden, en de een moet de ander betalen voor iedere patiënt die wordt doorverwezen.” Onderwijs is het andere heikele punt. Dat is in Schotland gratis tot aan het busvervoer toe. De Engelse kinderen die de grens oversteken, moeten betalen.

De Berwickers zouden geen Schotten willen worden. Of willen stemmen in het referendum. „Dat is aan hen”, zegt Kate Robson. Een passerende vriendin beaamt dat. Maar wat ze wel graag willen, is meer aandacht voor de economische problemen in het noordoosten van Engeland en in het bijzonder Berwick. Hoofdredacteur Johnson: „In Londen denken ze dat het noorden ophoudt bij Leeds. Daarboven wonen ook Engelsen.”

Dat Berwick vijf jaar geleden werd opgenomen in de grotere gemeentelijke regio Northumberland, maakt dat men zich verder geïsoleerd voelt. Alle beslissingen worden nu in Morpeth genomen, 76 kilometer zuidelijker. Edinburgh ligt bijna even ver.

Eén voordeel zou Schotse onafhankelijkheid misschien hebben: de postcode TD loopt nu dwars door de grens. Het online invullen van formulieren is een nachtmerrie, vertellen veel Berwickers. Soms ziet de computer je als Schots, soms als Engels. Die fout wordt zelfs in Londen gemaakt: het minst criminele dorp van Engeland is volgens het ministerie van Justitie Coldstream – in Schotland.