Een keppeltje kan tot gescheld leiden

Joden zeggen zich zorgen te maken over antisemitisme. „Ook autochtonen roepen mij na.”

Enkele dagen nadat opperrabbijn Binyomin Jacobs een siersteen door de achterruit van zijn Amersfoortse woning had gekregen, stond bij hem een islamitische man voor deur. „Hij zei: ‘Wij tweeën zijn het erover eens dat dit onaanvaardbaar is. Ik wil de dader vinden en zal met mijn achterban praten. Dit gaat te ver.’”

Het gebaar roerde Jacobs in een tijd waarin de joodse gemeenschap in Nederland zich zorgen maakt over groeiend antisemitisme. Met het oplaaien van het Palestijns-Israëlische conflict stroomden ook de antisemitische meldingen binnen bij het Centrum Informatie en Documentatie Israël.

Ook heeft Federatief Joods Nederland, het kerkgenootschap rond advocaat Herman Loonstein, deze week aangifte gedaan van haatzaaien bij de demonstratie tegen Israëlisch geweld, zaterdag in Amsterdam. Daar waren hakenkruizen te zien. Een andere stichting, Bestrijding Antisemitisme, stond vandaag in een kort geding tegenover de Nederlandse voetbalbond, in een poging het woord ‘jood’ uit stadions te bannen.

Joden zeggen zich zorgen te maken over hun veiligheid, met name in Amsterdam. Met een keppeltje over straat kan tot gescheld leiden. Ze vrezen het voorbeeld van Parijs. „Ik merk een heel voorzichtige stemming in de gemeenschap”, zegt Ellen van Praagh, bestuurder van het Inter Provinciaal Opperrabbinaat. „We praten veel over de situatie en letten beter op als we buiten zijn.”

Opperrabijn Jacobs kan erover meepraten. „Dertig jaar geleden werd ik nooit uitgescholden op straat, nu bijna dagelijks. Laten we stoppen met zeggen dat het alleen Marokkanen zijn. Ook autochtonen roepen mij na, deze week nog op Schiphol.”

Hij wijt het vooral aan een polariserende samenleving. „Ik vernam van een Franse collega dat de daders van de rellen bij de betoging in Parijs dezelfde zijn als van de ongeregeldheden een jaar eerder. Zij grijpen alles aan wat anarchie veroorzaakt en joden zijn dan een mooi middel.”

Van Praagh schrikt van het fanatisme dat zij ervaart in de reacties op de Israëlische beschietingen. „Gaza is slechts een exponent van een dieper liggende oorzaak. Ik heb een hekel aan self-fulfilling prophecy, maar het verleden heeft bewezen dat men snel naar ons wijst wanneer er iets speelt.”

Jacobs ziet de oplossing vooral in opvoeding. „We moeten de mensen voorlichting en educatie geven, op scholen, inburgeringscursussen en in de gezinssituatie. Zodat ze tot het besef komen dat ze moeten ingrijpen als wie dan ook wordt gediscrimineerd. Huiselijk geweld of ontucht wordt terecht snel aan de kaak gesteld, maar opvoeding met extremistische gedachten niet.”

Voor sommigen zal dat te lang duren, weet Jacobs. Hij vreest dat joodse gezinnen Nederland verlaten. „We missen een kader, een echte joodse wijk zoals in andere Europese steden. Het risico is dat de uiterlijk herkenbare orthodoxen wegtrekken, waardoor het jodendom minder zichtbaar wordt. Ik maak me daar ernstige zorgen over.”

Zijn de achterblijvers weerbaar genoeg? „Ik hoop het”, zegt Van Praagh. En Jacobs: „Ik merk alertheid, dat is goed. Ik heb geen angst.” Met verbazing: „Als jood kan ik niet in elk Arabisch land vrij rondlopen wegens de haat tegen Israël. Vreemd, want ik ben al mijn hele leven Nederlander.”