Column

De orde van de wereld hersteld

Het vliegtuig, daar begon het mee. Wankel hangend in de lucht, de contouren nog onscherp door de afstand en de zinderende lucht. Welk vliegtuig? De Hercules van de Nederlandse luchtmacht – nee, niet die Boeing 777.

Met dat beeld, beladen en betekenisvol, begon de NOS gistermiddag om kwart voor vier een tv-uitzending die tot kwart voor acht zou duren. Van begin tot eind, van de luchthaven Eindhoven tot de kazerne in Hilversum, werd de aankomst van de eerste veertig kisten met stoffelijke resten van MH17-slachtoffers rechtstreeks uitgezonden, op het eerste net.

Het waren voortreffelijk geregisseerde beelden – maar vaak ook hadden ze een toevallige schoonheid, die bewees dat terughoudende registratie genoeg is om van onder de indruk te raken. Commentator Jeroen Overbeek was terecht spaarzaam met zijn woorden.

Het was een indrukwekkende televisiegebeurtenis die bulkte van de symboliek, doordat de middag in tal van opzichten het tegendeel leek van de rampavond een week eerder, terwijl er in andere opzichten juist parallellen te trekken waren.

Toen het vliegtuig steeds meer naderde en de camera uitzoomde, werd het desolate landschap zichtbaar waar het toestel zou landen. Ook weer een landschap onder een felblauwe zomerlucht, ook weer een vlakte van gras, met ook weer gele bloemen – die riepen associaties op met de Oekraïense zonnebloemvelden.

Maar ditmaal was er een behouden landing en een ontvangstcomité, op stoeltjes, in het gelid. Militairen droegen er petten in plaats van bivakmutsen. De eersten van hen die in beeld kwamen, zetten synchroon hun petten op. Zo leek het ene iconische beeld het andere op te volgen: er was het herhaalde beeld van het kolossale, intacte luchtmachtvliegtuig, er waren de vele esthetische beelden van het strakke ceremonieel.

Maar ook het geluid was indringend. Overbeek gaf ruimte aan de doodse stilte. En precies op het juiste moment schakelde de NOS naar het bittere geluid van de rouwklok in de Utrechtse Domtoren, die op dat moment luidde.

IJzingwekkend was het geluid van de vliegtuigmotor die uitgezet werd – een geluid dat opluchting bracht, omdat daarmee de nationale minuut stilte zou beginnen, maar ook een geluid met een bijklank: zó klinkt het dus, als zo’n motor stilvalt.

Troostend was het ceremonieel: de militaire precisie was het ultieme tegenwicht voor de chaos van de crashsite. De orde van de wereld werd hier en nu hersteld, dát sprak uit de beelden.

De militairen die met kisten uit de buik van het vliegtuig kwamen, machinaal voortmarcherend. De tergende herhaling van het inladen van veertig lijkwagens, urenlang. De vorming van de colonne, als op het ritme van een tikkende klok.

Toen de colonne de buitenwereld binnenging, nam een helikopter het filmen over: de sliert wagens doorkruiste de georganiseerde wanorde van Nederland van boven, hier een dorpje, daar een weiland, daar een erehaag van plukjes mensen. De regie werd losser, slapper, soms doorbrak een nitwit het gewijde zwijgen. Kortom: de kisten kwamen in de mensenwereld.

Zo rouwt een natie: van chaos naar ceremonie naar iets daartussenin – en live op televisie.