Boyhood: hoe een jongen man wordt

Richard Linklater volgde twaalf jaar lang het doodgewone leven van drie jongeren. Het resultaat: de fabelachtig mooie film ‘Boyhood’, over de tijd van kind tot jongvolwassene.

Ellar Coltrane en Lorelei Linklater als Mason en Samantha in ‘Boyhood’. Toen de opnames begonnen waren beiden 7 jaar, toen ze eindigden 19.

De Gouden Beer? „Ik antwoord niet op hypothetische vragen”, grinnikte Richard Linklater. „Met een filmjury weet je nooit. Geloof me, ik heb er zelf in gezeten.”

Het was medio februari, journalisten buitelden in Berlijn over elkaar heen om de Texaanse filmmaker Richard Linklater (53) voor zijn fabelachtige mooie film Boyhood , volgende week in Nederland in de bioscoop, te prijzen.

Hij moest een film maken over de kindertijd, „die periode van je zesde tot je achttiende, dat je gedetineerd bent door je ouders en je school”, aldus Linklater. Dus volgde hij twaalf jaar lang met tussenpozen het doodgewone leven van de dromerige Mason (Ellar Coltrane) en zijn extraverte zus Samantha (Lorelei Linklater), die in Texaanse buitenwijken opgroeien. De jonge vader (Ethan Hawke) die uit hun leven flierefluit en zich settelt met een andere vrouw. De moeder (Patricia Arquette) die ploetert en carrière maakt, maar steeds valt voor verkeerde kerels.

Boyhood getuigt van enorme lef. Stel dat de kinderen er halverwege genoeg van kregen? „Ik kon ze moreel en juridisch nergens toe dwingen”, zegt Linklater. „Dan zou het Twelve Years a Slave worden. We maakten de opnames dus zo licht en leuk mogelijk, als een jaarlijkse vakantie met oude vrienden.” Of als hoofdrolspelers halverwege overleden? Linklater: „Statistisch was die kans niet zo groot. Voor mij blijft het eerder een wonder dat ze me geld voor dit project gaven. ‘Ik ga twaalf jaar lang een gewone jongen volgen.’ ‘Cool! En wat is het verhaal?’ Gewoon, hij wordt achttien.”

Zo gewoon is dat niet: Boyhood is een unieke, vreemde en melancholieke ervaring. Dé film van de Berlinale, zo niet van 2014 of van het decennium, dachten we. De Gouden Beer kon Linklater toch niet ontgaan?

Natuurlijk wel. Een paar dagen later won een dappere, nogal rommelige Chinese thriller de Gouden Beer als aanmoedigingprijs tegen filmcensuur: Linklater moest het doen met ‘beste regie’. Op zich passend voor een filmmaker die zich altijd tegen de Amerikaanse obsessie met winnen keert: in zijn films School of Rock (2003) en Bad News Bears (2005) verliest een groepje underdogs aan het eind van een onbenullige rockband en een vreugdeloos honkbalteam. Om daarna des te harder te feesten. Winnen is voor losers.

Die houding koestert Linklater al sinds Slacker, het speelfilmdebuut waarmee hij in 1991 een woord, menstype en levenshouding introduceerde. In deze lowbudgetfilm legde zijn camera schijnbaar terloops oeverloos wauwelende straatfilosofen, weirdo’s en passanten vast in Austin, Texas, onder wie een meisje dat voorbijgangers een uitstrijkje van Madonna (‘met één zwarte schaamhaar!’) probeert aan te smeren.

Het maakte Linklater met Kurt Cobain en Quentin Tarantino in één klap tot een van de profeten van Generatie X, zoals schrijver Douglas Coupland in datzelfde jaar de generatie van 1960-1980 doopte. Het ideaal was defaitisme: na tien jaar Reagan, neoliberalisme en yuppiedom was elk progressief optimisme gedoofd en zelfontplooiing ontmaskerd als narcistisch consumeren. Vrolijkheid en geluk was iets voor de reclame: de slacker cultiveerde een air van doffe, doelloze marginaliteit, scharrelde zijn kostje bijeen met McJobs – achter de toonbank van een winkel of videotheek – en sukkelde gedrogeerd, met half afgezakte broek en overgewicht door het leven. Alleen poptrivia maakten hem enthousiast: zie het debat over Smurfen, Hara Krishna en de bijenkorfmentaliteit in Slacker.

Drop-out

Richard Linklater was zelf een drop-out, maar wel een zeer ondernemende. Na een jaar studeren besloot hij geld te verdienen op een olieplatform en keerde hij nooit meer terug naar de universiteit. In plaats daarvan verhuisde hij naar het ruimdenkende en goedkope Austin, kocht een camera, richtte een filmclub op, zag elke film die hij kon zien, schreef scripts en verfilmde die zelf, als leerproces. Na zijn eerste successen bleef Linklater Austin trouw en maakte ‘Slackerwood’ zo mede tot een echte filmstad, met een studio van 81.000 vierkante meter in de hangars van een oud vliegveld (Austin Film Studios), een baanbrekend festival (South by Southwest) en een sprankelende filmscene rond drie lokale giganten: behalve Linklater ook Terrence Mallick en Robert Rodriguez (Sin City).

Die doe-het-zelfhouding doet denken aan die andere filmautodidact van zijn generatie, videotheekmedewerker Quentin Tarantino, met wie Linklater een fascinatie voor lange dialogen deelt. Maar waar Tarantino zwelgt in kunstmatigheid, zoekt Linklater echtheid. Ook in dialogen: Tarantino’s vloeiende raps kan je als acteur zo uitspreken, Linklaters dialogen zijn werk in uitvoering die zich via langdurige repetities aanpassen aan de stem van zijn acteurs. Film is voor hem een teamsport. „In twaalf jaar Boyhood belde Richard mij vaak tussen de opnames door”, zegt Ellar Coltrane (Mason in Boyhood) in Berlijn. „Dan vertelde hij me wat er komend jaar met Mason gebeurde en hoe ik dacht dat hij daarop zou reageren. Volgens mij wilde hij ook het ritme van mijn stem horen, hoe ik dingen zeg. Voor zijn dialogen.”

Plot acht Linklater van minder belang. Werkt hij met een ‘normaal’ script, dan betreft het verhalen met een pointe: de cyclus van uitbuiting en massaconsumptie (Fast Food Nation, 2006), misdaad als succesvolle carrière voor armen (The Newton Boys, 1998), de paranoia van de drugsoorlog (A Scanner Darkly, 2006). Zijn zwarte komedie Bernie (2011) ging over de moord van de zachtaardige, verdrongen homoseksueel Bernie Tiede op een 81-jarige, monsterlijke weduwe, die hij negen maanden in zijn vriezer bewaarde. De echte Bernie Tiede werd, mede door de film, vervroegd vrijgelaten en woont sindsdien bij de Linklaters in.

Maar Linklaters boeiendste films missen een verhaallijn en zijn deels autobiografisch. Neem cultfilm Dazed and Confused (1993): een groep Texaanse vrienden zwerft anno 1976 stoned en dronken door de nacht, op zoek naar een feestje. Of Before Sunrise (1995), waarin twee onbekenden een nacht lang door Wenen slenteren, praten en verliefd worden, zoals Linklater dat ooit overkwam met een dame in Philadelphia.

In al die films wordt eindeloos gekletst en gebeurt weinig tot niets, maar ze fascineren omdat ze zo echt voelen. In Linklaters ogen stelt Hollywood ten onrechte script en verhaal centraal. In droomfilm Waking Life (2001), een serie geanimeerde dialogen, stelt iemand dat verhalen het best werken in literatuur, waar de fantasie van de lezer woorden omzet in beelden. Film geeft je de beelden kant-en-klaar: je ziet wat je ziet. In film draait het vooral om het scheppen van een realiteit; het begint met een impressie, een gevoel, een ding, daaruit volgt (eventueel) een verhaal. Linklater vergelijkt het met muziek: ook dat kent een verhalend element, maar niemand schrijft een lied of symfonie met een verhaal als uitgangspunt.

Verstrijken van de tijd

Linklaters ‘ding’ is momenteel het verstrijken van de tijd. Toen hij in 2001 aan Boyhood begon, rijpte tegelijk het idee om vervolgdelen te maken op Before Sunrise. Wandelden Jesse (Ethan Hawke) en Céline (Julie Delpy) in die film een nacht lang door Wenen; in Before Sunset deden ze dat negen jaar later een dag lang in Parijs, om in 2013 als echtpaar met kinderen in Griekenland hun liefde te testen in Before Midnight.

De Before-serie is de achterkant van de medaille van Boyhood, zegt Linklater in Berlijn. „Het een volgde uit het ander: de tijd is een hoofdpersoon. In de Before-films is de filmtijd beperkt tot een dag of een nacht. Je zet de tijd stil, als een snapshot, en geeft dan rekenschap van de negen jaar die verstreken zijn voor Jesse en Céline. Boyhood is het omgekeerde: je wordt door die onzichtbare stroom van de tijd meegesleurd, net als de acteurs. Toen ik in 2001 aan Boyhood begon, wilde ik laten zien hoe de geest het verstrijken van de tijd en van je leven opslaat. Grote gebeurtenissen als 9/11 en persoonlijke trauma’s blijven je natuurlijk bij. Maar verder is het leven achteraf een accumulatie van incidenten die samen iets meer zijn dan apart.”

Het gaat Linklater daarbij niet om de hoogtepunten die we op foto en video vastleggen: eindexamen, afscheidsdiner, huwelijk. Maar om onverwachtse momenten van schoonheid en verwondering, „heilige momenten”, zoals ze in Waking Life worden genoemd. Linklater: „Neem het einde van mijn middelbare school. Ik herinner mij echt niet dat ik het podium opmarcheerde, een diploma kreeg en ‘dank u’ tegen de rector zei, zoals mijn ouders filmden. Wel dat ik met mijn vrienden bier dronk en blowde in een auto en we ’s morgens bij een meer belandden.”

In Boyhood zien we Mason vaak vlak voor of na een dramatische wending in zijn leven: dat maakt het echt en universeel. Leg daar de Harry Potter-reeks naast, waar kinderen eveneens voor onze ogen opgroeien – in Berlijn grapt Richard Linklater dat zijn dochter Lorelei, een Potterhater, vroeg of haar personage Samantha niet dood mocht toen ze zich in een scène als Hermelien moest verkleden om het nieuwste boek van J.K. Rowling in ontvangst te nemen. Maar Harry Potter is drama: we zien geen mensen opgroeien, zoals in Boyhood, maar jonge acteurs.

Boyhood is als het echte leven. „Het is geen verhaal om bij het kampvuur na te vertellen”, zegt Linklater. „Vergelijk het met Tolstoi’s visie op de geschiedenis. „Dat grote en meeslepende verhaal van Napoleon te paard, in het midden van het schilderij, is dat relevant? Of dat van die soldaat met snor en pijp in het hoekje? Dat is niet groots, maar wel herkenbaar en universeel. Ik geloof niet dat opgroeien in de laatste drie millennia namelijk wezenlijk is veranderd. Je hebt kinderen, broers, zussen, ouders, leraren, vrienden. Je flirt, je trouwt. Goed, alleen in Texas krijg je van opa en oma een bijbel en een pistool op de zestiende verjaardag. Maar verder: familie is familie.”

Boyhood toont de onherroepelijkheid en vluchtigheid van de tijd. Britney Spears maakt plaats voor Robin Thicke, Bush voor Obama, en achteraf lijkt het in een zucht voorbij. Als de trotse ouders aan het eind van de film onwennig vrede sluiten na Masons eindexamen, is dat in een melancholiek moment. Ze waren een leuk stel geweest samen, maar op een cruciaal moment wilden ze net iets anders. Het leven zit vol gemiste kansen. Timing is alles. Ellar Coltrane moest na afloop van Boyhood huilen. „Ik weet nog steeds echt niet hoe ik mij over de film voel. Het is trippy, griezelig eigenlijk, om jezelf volwassen te zien worden als personage in een parallel universum.” Voor ‘moeder’ Patricia Arquette was het pijnlijk. „Rationeel weet je wel dat de kids volwassen worden en wij verdorren, dat de eerste blaadjes uitvallen. Maar diep in je hart geloof je niet echt dat je ouder wordt. De film drukte me met de neus op de feiten.”