Column

Vogel zelf maar uit hoe je erop reageert

Helden in de knel (WNL) blijkt integere televisie.

Argwaan opzij. Helden in de knel (WNL) blijkt integere televisie, ook al is het gebaseerd op een typisch WNL-idee en kreeg dat een typische WNL-uitvoering. Gisteren was de tweede aflevering van de primetime-serie over getraumatiseerde hulpverleners, en die wist op een mooie manier te raken.

Typisch WNL, dat is De Telegraaf op tv. Dus: gericht op de emotie en met een activistisch onderbuiktoontje. Opletten hoeft niet: als het belangrijk is zeggen ze het erbij, of ze zeggen het twee keer. Hoofdrolspeler van de aflevering was verkeerspolitieagent Jacco uit Barendrecht, die door zijn vrouw Sandra omschreven wordt als een „enthousiaste, hele drukke man, eigenlijk wel een beetje een clown”, en nog geen seconde later ook nog door de voice-over: als een „vrolijke en onbezorgde man”.

De commentaarstem had de missie van het programma ook expliciet duidelijk gemaakt: steun voor hulpverleners, de helden uit de titel. Want: „Het zware werk dat zij verrichten eist zijn tol, vooral in een samenleving waarin agressie tegen hulpverleners aan de orde van de dag is.”

Jacco werkte bij de politie in een „machocultuur”. Ellende lachte hij weg. Sneren op straat over „lekker boeven vangen” kwamen wel soms hard aan, want misschien had je diezelfde dag wel „met een dooie in je hand gestaan”. En dan was er nog „de enorme hoeveelheid lugubere verkeersongelukken” waarmee Jacco volgens de voice-over werd geconfronteerd. Op agressie werd hij tijdens de opleiding voorbereid, maar niet op zijn eigen emoties. „Je moet zelf maar uitvogelen hoe je daarmee omgaat en op reageert”, zegt Jacco. Hij zit nu getraumatiseerd thuis.

Alles is ellende, en alles wordt verwoord met de nodige overdrijving. Zo is aan het begin nog niet meteen aannemelijk dat dit afwijkt van de emotietelevisie uit de RTL- of SBS-stal. De reconstructies van de drie voorvallen die tot het trauma van Jacco leidden, doen er nog sterk aan denken. Die maken ook niet allemaal evenveel indruk: de eerste, een situatie met agressieve omstanders, lijkt wel erg zwaar aangezet voor wat er feitelijk gebeurd moet zijn.

Maar het programma is niet uit op een traan. Dat blijkt uit hoe er omgegaan wordt met alles wat niet in het scenario stond: emotionele momenten, waarmee fatsoenlijk omgesprongen wordt.

Neem het scooterongeluk van een jonge jongen, dat Jacco definitief zijn trauma bezorgde. Met de cameraploeg in zijn kielzog bezoekt hij de plek des onheils, waar hij vertelt hoe graag hij de ouders van de omgekomen jongen zou willen ontmoeten. Dan komt in de achtergrond een scootertje aanknetteren. Jacco kijkt om, de camera volgt de scooter, maar dan gaat het gewoon door. Dat had in de montage veel heftiger kunnen worden: met herhalingen, vertragingen, aanzwellende muziek. Hier wordt het emotiediamantje niet tot een schitterend sieraad geslepen.

Voor de ontmoeting met die ouders geldt hetzelfde. De aanvankelijke hand ter begroeting voelt voor hen toch te afstandelijk, dus gaan de ouders over tot ongemakkelijke omhelzingen . De programmamakers staan erbij en kijken ernaar. Achteraf heeft de moeder er „een heel goed gevoel over”. Terecht.