Toptien in de Tour gaat lastig worden met deze benen

Na de eerste Pyreneeënrit is duidelijk dat Bauke Mollema niet topfit is, maar misschien wel een etappe kan winnen.Ploeggenoot Laurens ten Dam wordt met de dag sterker.

Bauke Mollema verloor gisteren veel tijd in de etappe over de Port de Balès. Foto AP

Terwijl Bauke Mollema even van interviewer wisselt, wordt hij toegeschreeuwd door een Nederlandse vrouw van middelbare leeftijd. „Bauke, je bent een held! Je hebt je best gedaan!” De schutterige glimlach van de magere Groninger kleurt even de Avenue du Bois Chantant in Montauban-de-Luchon – alsof hier een puberjongen op een schoolfeest staat in plaats van de nummer tien in het algemeen klassement van de Tour de France na de eerste Pyreneeënrit.

De nummer tien, ja. Eigenlijk is dat beneden Mollema’s stand, in een Tour waaraan Nairo Quintana en Roman Kreuziger niet deelnemen, waarin Chris Froome, Alberto Contador, Andrew Talansky en Rui Costa zijn uitgevallen en waarin Jakob Fuglsang en Richie Porte door omstandigheden zijn weggevallen uit de top van het klassement. Maar Mollema is nu eenmaal niet in topvorm, en zal dat deze Tour ook niet meer zijn.

Het is nu eenmaal „een onderdeel van deze wedstrijd”, zegt zijn ploegleider Merijn Zeeman: fit blijven. „Bauke kan er niets aan doen dat hij ziek was in de eerste week. Als we deze wedstrijd over een maand zouden rijden, zou hij er heel anders voorstaan. Maar ja, we rijden hem nu.”

In de etappe van gisteren was op twintig kilometer van de finish een berg van de buitencategorie opgenomen, de Port de Balès. De finish lag liefst elfhonderd meter lager. Ritwinnaar werd de Australiër Michael Rogers (Tinkoff), die ruim acht minuten voor het groepje met favorieten finishte. Mollema kwam weer drie minuten later, in het Benelux-gezelschap van Jurgen van den Broeck (Lotto) en Fränk Schleck (Trek).

Bauke omlaag, Laurens omhoog

Aan het eind van de Alpenetappes was de teleurstelling nog van Mollema’s gezicht te scheppen. Inmiddels is het tijdperk van berusting aangebroken. Het zou mooi zijn, zei de Belkin-renner, als hij zijn toptienklassering nog kan vasthouden. „Al gaat dat lastig worden, met deze benen.” De topvijf van het klassement moest hij laten gaan, maar ook renners als de Spanjaard Haimar Zubeldia (Trek) en de Fransman Pierre Rolland (Europcar) bleven hem voor. Zij staan respectievelijk elfde en twaalfde. De realiteit is dat Mollema in de resterende vijf etappes eerder omlaag dan omhoog moet kijken.

Nee, dan Mollema’s ploeggenoot Laurens ten Dam. Elke bergrit lijkt hij zichzelf weer iets te verbeteren. Achtste staat hij nu. Na afloop van de etappe wordt Ten Dam opgevangen door zijn ploegleider Nico Verhoeven. Even samen de rit evalueren – de ploegleiders krijgen lang niet alles mee als ze in hun auto achter het peloton aan rijden.

Verhoeven: „Waar is dat groepje gebleven?”

Ten Dam: „Ja, weet ik veel. Ik heb ze nooit meer gezien. Volgens mij reed ik een redelijke afdaling, maar Zubeldia ging vlak voor mijn neus in de remmen omdat hij lek reed. Toen raakte ik het contact met König kwijt.”

Verhoeven: „Als die gasten elkaar eenmaal gevonden hebben, kun je daar niet tegen rijden.”

In zijn analyse van de rit munt Ten Dam en passant nog even een nieuwe term: de ‘bijtrapafdaling’. Je hebt afdalingen die zo steil zijn dat je alleen maar bij moet remmen, maar de afdaling van de Port de Balès vergt juist extra trapwerk. Omdat het peloton op de klim uit elkaar wordt geslagen, is het maar afwachten met wie je in de afdaling in een groepje komt te zitten. Daarmee had Ten Dam pech: de Spanjaard Zubeldia reed lek en de Fransman Arnold Jeanneson (fdj.fr) bleef alleen maar bij Ten Dam in het wiel hangen, omdat zijn kopman, de Fransman Thibaut Pinot, vóór hen reed.

Wie is er nu kopman bij Belkin?

Het tekent de ambitie van Ten Dam dat hij nog steeds omhoogkijkt in het klassement. Op Leopold König (NetApp), die één plaats boven hem staat, moet hij één minuut en veertig seconden toegeven.

Op de vraag of Ten Dam inmiddels de kopman van de Belkin-ploeg is, pauzeert Verhoeven een paar seconden. Hij steekt zijn tong in zijn wang. „Je hoeft niet te zéggen wie de kopman is. Ze mogen beiden voor zichzelf rijden.” Met een Ten Dam die elke dag beter wordt en een Mollema die moet hopen dat hij de Pyreneeën fatsoenlijk doorkomt, zijn de verhoudingen in de ploeg eigenlijk wel bevestigd. Zeeman: „Het is vervelend voor Laurens dat iedereen nu focust op de tegenvallende prestaties van Bauke. Hij doet het gewoon heel goed. En Bauke? Misschien kan hij nog een keertje voor een ritzege gaan.”