Protest met je eigen drone

Kunstenaar Lot Amorós leert mensen zelf drones bouwen, waarmee ze zaadbommen kunnen droppen en de politie in de gaten kunnen houden. Zo houd je volgens hem het luchtruim democratisch.

De inklapbare GuerrillaDrone van de Spaanse kunstenaar Lot Amarós is gebouwd in Groningen. FOTO Lot Amarós

„We moeten het luchtruim heroveren!” zegt Lot Amorós (32), kunstenaar en computeringenieur uit Barcelona. Nu hebben overheden wereldwijd zo goed als het alleenrecht op dat luchtruim.

Om dat te veranderen, maakt Amorós critical drones: drones gebouwd om op subversieve wijze ingezet te worden. Bijvoorbeeld de activistendrone ‘Droika’, die je kan optuigen met een megafoon of met één à twee kilo flyers om boven mensenmassa’s uit te strooien.

Amorós raakte geïnteresseerd in drones tijdens het conflict in de Gazastrook in 2008 en 2009. Hij bracht daar „alle Israëlische bommen die op Gaza vielen” in kaart. De routes van de Israëlische drones die Gaza in- en uitvlogen waren daarvan onderdeel. „Vliegende computers die mensen bombardeerden: in die tijd hoorde je niemand er nog over. Ik was geshockeerd.”

Plantenzaadbommen

Amorós bedacht dat drones ook voor positieve doeleinden zijn te in te zetten. Voor activisten ontwierp hij drones die – klein, licht en deels inklapbaar – gemakkelijk mee te nemen zouden zijn in een rugzak. In 2012 bouwde hij met subsidie van de EU in Groningen een fab lab– een algemeen bruikbare werkplaats vol 3D-printers, lasersnijders en frezen – zijn eerste exemplaar: de GuerrillaDrone. Die drone projecteert subversieve teksten op muren – zoals ‘Free Pussy Riot’ op een Russisch-orthodoxe kerk. Hetzelfde jaar nog werd de GuerrillaDrone omgebouwd tot de DroneCoria, die plantenzaadbommen loslaat op gebieden met veel erosie, of die zaden van insecten afstotende planten dropt boven natuur met insectenprobleem.

De lucht is van iedereen

Amorós vindt het onjuist dat overheden alles met drones kunnen uithalen en burgers maar mondjesmaat toegang krijgen tot het luchtruim. Overal buigen overheden zich over strengere drone-regels voor privégebruik. Ondertussen schieten dronebedrijfjes die voor overheden controleren of iemand wel echt arbeidsongeschikt thuiszit, of de juiste vergunningen heeft voor een aanbouw aan zijn huis, als paddenstoelen uit de grond.

„Ik zou niet graag zien dat het luchtruim het radio-elektrisch spectrum achterna gaat”, zegt Amorós.

Hoezo? „Wie is de eigenaar van het radio-elektrisch spectrum?” Niemand. „Waarom mogen burgers dan geen tv-signalen verspreiden?” Dat kan eigenlijk alleen als je een grote commerciële partij bent met heel veel geld. „Enkele regels zijn handig, maar dat nu een hele kleine groep mensen de controle heeft over dit verder totaal openbare medium, geeft aan dat we een probleem hebben.” Om het luchtruim verder wél democratisch te houden, moet eigenlijk iedereen aan de dronevliegerij.

Binnen de kunst zijn steeds meer projecten die de drone kritisch bekijken. Zo schilderde kunstenaar James Bridle de contouren van Predators – drones gebruikt door de Amerikaanse luchtmacht – levensgroot op de straten van westerse steden voor zijn project Under the Shadow of the Drone, om mensen duidelijk te maken welke impact deze drones elders hebben. Ontwerper Ruben Pater ontwierp de Drone Survival Guide: drone spotten als het nieuwe vogelspotten met een randje. Hij is via de site dronesurvivalguide.org gratis te downloaden, in 32 talen. Architect Oliviu Lugojan-Ghenciu regisseerde het filmpje GravityONE, over een zwerm drones die rond militaire kampen cirkelt en ruis uitzendt om de signalen naar predator drones te verstoren.

Leuk, maar deze projecten richten niet veel uit. De kunstenaars maken hun handen niet vuil aan het herontwerpen en zo herbestemmen van de drones die echt rondvliegen. Een van de weinige kritische dronewerken die wel gebruikmaken van echte drones is Electronic Countermeasures. Dit werk van futurist Liam Young, hoopt een soort vliegend, rondtrekkend PirateBay te zijn waar mensen, als ze eronder staan, van alles naar kunnen sturen en van kunnen downloaden. Maar de kleine zwerm wifi-drones blijft door beperkte dronebatterijen maar een klein kwartier in de lucht en is zo vooral een performance. „Kunstenaars zijn niet zo technisch en dronetechnici zijn niet erg kritisch”, zei Young in februari op het DEAF techkunstfestival in Rotterdam.

Vliegende telefoons

Dan Amorós. „Ik noem mezelf een kunstenaar. Maar ik wil vooral dat mijn werk werkt.” Hierin is hij uniek. Een echte dronedoorbraak is zijn meest recente project, de Flying Phone of Flone. Eigenlijk is de Flone niet meer dan een vliegend frame waar je een smartphone in kan klikken, die je vanaf de grond met een andere smartphone aanstuurt. „Flone is ongeveer zo groot als een computerbeeldscherm, maar er zitten krachtige motors in en je kunt er makkelijk bijvoorbeeld een GoPro-camera aan hangen.” De besturing van Flone kan via Bluetooth (tot 50 m), via wifi (tot 300 m), via radiografische afstandbesturing (tussen 1 en 80 km) en overal waar 3G is.

De Flone is bedoeld als een open sourceproject, voor iedereen die een smartphone heeft en weet hoe je programma’s moet installeren. Amorós: „Een hoop mensen assembleren nu wereldwijd mijn Flone, van Brazilië tot Georgië.”

Amorós heeft geen huis. De komende maanden reist hij door Europa om mensen te leren hoe ze een Flone kunnen bouwen. „Als je een leuke hond hebt, maak je snel vrienden, maar met een drone ook. Ik ga milieuactivisten laten zien hoe ze met de Flone bewijslast kunnen verzamelen tegen bedrijven die vermeend land, zee en lucht vervuilen.” Ook wil hij naar het zes meter hoge grenshek rond de Spaanse enclave Melilla in Marokko, waar migranten zich om de zoveel tijd massaal op storten om Europa binnen te komen. „Er zijn vast organisaties geïnteresseerd in het wangedrag van de lokale Spaanse politie.”