Op de Parade schelden acteurs weer als vanouds op het publiek

Scène uit Offending The Audience naar ‘Publikumsbeschimpfung’ uit 1966 van Peter Handke Foto Nikki Smits

Zó hedendaags is het theaterfestival de Parade ook weer niet, al heeft het terecht de roep vooruitstrevend, jong en vernieuwend te zijn. Het is geen toeval dat acteurs en performers in liefst vier van de tien serieuze voorstellingen het verleden huldigen. Zangeres Izaline Calister brengt met Leoni Jansen in Barricade een hommage aan de historische protestsong. Het kan niet anders of het begin ligt in 1963 bij Dylans onverwoestbare The Times They Are a-Changin’.

Calister zingt het lied indringend en gevoelig, geeft toelichting en roemt de actualiteit. In heel snelle vaart passeren tal van songs bestemd voor de barricade de revue, tot aan het even onverwoestbare Meneer de President van Boudewijn de Groot uit 1966. Subtiel trekt Calister de lijn door naar het heden, naar presidenten die net als toen onverschillig zijn voor doden. Calister krijgt bijval van het publiek. Ze zingzegt haar bewondering voor het protestlied van toen, dat kennelijk geen voortzetting vindt in de hedendaagse tijd. Protestsongs bestaan niet meer.

In een andere Parade-tent wekt acteur Steef de Jong in een eenvoudig, bordkartonnen theater met de voorstelling Ludwig de roemrijke Beierse droomkoning tot leven. Het gezelschap Fantasten keert met Happy Family terug naar het Duitse expressionisme uit de jaren twintig met grotesk acterende personages.

Nog zijn we niet van vroeger af. Overrompelend is de versie die de baldadige groep Club Guy & Roni’s Poetic Disasters Club laat zien van het beruchte toneelstuk Publikumsbeschimpfung uit 1966 van Peter Handke. Offending The Audience heet deze theatrale scheldpartij op het vastgeroeste, behaagzieke toneelpubliek in pluchen schouwburgen.

Handkes aanval op het geparfumeerde, onechte theater van die tijd nemen de spelers letterlijk: twee poedelblote actrices bewijzen dat kostuums overbodig zijn, want ‘onecht’. Op aanvallende toon spreken ze de tekst uit alsof het een lang gedicht is. Ondertussen zetten andere spelers felgroene of rode pruiken op, geven een dramatische act ten beste en roepen tegen het publiek: „U bent groots in uw klassieke rol.” Briljant bespelen de acteurs het publiek, dat volkomen in verwarring is en na afloop een overweldigend applaus geeft, al is het uitgescholden als „jullie marskramers” en „jullie criminelen”.

Het was net als de wereldpremière van het stuk destijds. Er is maar één conclusie: er is niets veranderd. Het verleden leeft volop. En, het mooie is: dat verleden zegt iets over nu.