Hoe verloopt het onderzoek op de rampplek?

Nee, de omstandigheden op de crashsite zijn niet ideaal: het is al bijna een week geleden dat vlucht MH17 is neergestort en de plaats delict is betreden door mensen, die ook nog eens met spullen hebben gesleept. Maar als het onderzoek naar de oorzaak van de ramp nu kan beginnen, hebben kenners er alle vertrouwen in dat de waarheid boven water komt.

Joost Hulsenbek is oud-voorzitter van de luchtvaartcommissie van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid. Hij was verantwoordelijk voor de onderzoeken naar de ramp in Tripoli in 2010 en de crash van een toestel van Turkish Airlines bij Schiphol in 2009. Hij zegt: „Je kunt veel afleiden uit de gegevens van de zwarte dozen en uit de sporen op de grond. Je maakt letterlijk een tekening van álles wat er op de grond te vinden is. Dan leg je de puzzel, totdat het vliegtuig weer samenkomt. Het feit dat er mensen op de crashsite hebben rondgelopen is natuurlijk niet goed voor de onderzoekszuiverheid, maar dat wil niet zeggen dat je niks meer kan.”

Van het vliegtuig hebben onderzoekers niet alle onderdelen nodig om tot een oordeel te komen, zegt Hulsenbek. „Door uitsluiting van wat je normale oorzaken zou kunnen noemen, kom je ook veel te weten.”

De uitgestrektheid van het gebied waarop de brokstukken zijn neergekomen, vormt een belangrijke uitdaging voor de onderzoekers, denkt Joris Melkert, docent luchtvaarttechniek aan de TU Delft. De resten van het toestel van Malaysia Airlines zijn geland op een oppervlakte van 35 vierkante kilometer. „Dat is een gebied zo groot als de gemeente Zoetermeer. Het zal niet meevallen om alles te vinden.”

Melkert heeft uitgerekend hoelang de resten van het toestel erover hebben gedaan om van tien kilometer hoogte op de grond te komen. „Zonder luchtweerstand duurt het driekwart minuut. Met luchtweerstand tussen de anderhalf en twee minuten, afhankelijk van de massa en weerstand van de objecten.”

Als er een raket in de buurt ontploft, wordt het toestel doorzeefd met splinters. Dat leidt in ieder geval tot het wegvallen van de druk in de cabine en afhankelijk van de plaats van impact tot desintegratie van het vliegtuig, aldus Melkert. „Een toestel ontploft niet zo makkelijk als je in films ziet. Kerosine is niet bijzonder ontvlambaar. Maar als er in de buurt een raket ontploft, zou dat zeker kunnen leiden tot het ontvlammen van de brandstof die aan boord is.”

De resten van een eventuele raket en de raketbrandstof moeten op de crashsite te vinden zijn, vermoedt Melkert. „Brokstukken kun je verwijderen, maar de chemische sporen die een raketinslag achterlaat, zijn voor leken niet te zien. Helaas heeft het op de crashsite al wel geregend, dus een deel van die sporen is waarschijnlijk weggespoeld. Maar met wat er ligt, gaan de onderzoekers een heel eind komen. Het gaat bij luchtvaartongelukken niet om het ontdekken van dé oorzaak, maar om het vaststellen van the most probale cause. Daarvoor is genoeg materiaal aanwezig.”

Volgens Joost Hulsenbek zullen ook de zwarte dozen nog belangrijke informatie opleveren. Gisteren werd bekend dat ze in Groot-Brittannië zullen worden onderzocht. Dat ze enige dagen in het bezit zijn geweest van de opstandelingen, is geen probleem, zegt hij. „Met die zwarte dozen kan niet zijn gerommeld door de rebellen. Er zijn maar twee hoog gespecialiseerde instituten die deze apparaten kunnen lezen, in Parijs en Londen. Een handige jongen met een laptop kan zo’n doos niet manipuleren. En zeker deze mannen niet, van wat ik er van zie op televisie.”