Hoe gaat het onderzoek in Nederland verder?

De nasleep van de vliegramp Bijna een week na de ramp met de MH17 is er nog veel onduidelijk. Er zijn vragen over de toedracht, de vliegroute, het onderzoek in Oekraïne en over het onderzoek dat vandaag in Nederland begint.

De Korporaal van Oudheusdenkazerne ligt op een prachtige locatie in de bossen ten zuiden van Hilversum. Normaal gesproken worden hier legerartsen opgeleid, maar vanaf vandaag zal in de gebouwen van het Instituut Defensie Geneeskundige Opleidingen de identificatie plaatsvinden van de slachtoffers van de ramp met vlucht MH17.

Vanuit Charkov vliegen Hercules-transporttoestellen met de lichamen naar vliegveld Eindhoven, waarna ze naar Hilversum worden overgebracht. Daar staan medewerkers van het Landelijk Team Forensisch Onderzoek (LTFO) van de politie en specialisten van Defensie klaar om aan een zware taak te beginnen: het geven van een naam aan de lichamen die voor hen op de sectietafel komen te liggen.

„Je kunt al snel een eerste schifting maken met behulp van foto’s die door de nabestaanden zijn gegeven”, zegt Frank van de Goot. Hij werkte acht jaar voor het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en werkt nu bij Symbiant, een expertisecentrum op het gebied van klinische en forensische pathologie. „Maar als je ziet hoe hoog de emoties rondom deze ramp zijn opgelopen, dan kan ik me voorstellen dat ze bij alle slachtoffers alle mogelijke manieren van identificatie zullen toepassen: dus ook vingerafdrukken en DNA. Ze zullen geen enkele fout willen maken. Met driehonderd slachtoffers kun je het ook zo uitgebreid doen. Bij een ramp als de tsunami in Thailand in 2004, waarbij duizenden mensen omkwamen, is dat niet mogelijk.”

Een reguliere sectie wordt door minstens drie mensen gedaan, maar in Hilversum zullen veel meer mensen betrokken zijn, zegt Van de Goot. „Eerst moeten de zakken die binnenkomen worden gecontroleerd, daarna opengemaakt, dan moeten er foto’s worden genomen en worden gebitten en DNA onderzocht. Dat moet allemaal keurig netjes in kaart worden gebracht. Hierbij zijn tientallen mensen betrokken.”

Omdat de zakken met stoffelijke resten uit oorlogsgebied komen, is extra voorzichtigheid geboden, meent Van de Goot. „Er kunnen explosieven in zitten. En dat hoeft niet eens met opzet te zijn gebeurd. Ze zullen dus eerst moeten worden gescand. In de VS gebeurt dat ook met stoffelijke resten die terugkomen uit Afghanistan.”

Nederlandse onderzoekers hebben één keer eerder op grote schaal slachtoffers van een vliegramp geïdentificeerd: in 2010, bij de crash van een toestel van Afriqiyah Airways bij Tripoli. Hierbij kwamen 103 mensen om, onder wie 71 Nederlanders. Reza Gerretsen, patholoog bij het NFI, vertelt in het boek Kroongetuige DNA over de werkwijze van zijn team in het mortuarium van Tripoli. ‘De stoffelijke overschotten worden in- en uitwendig onderzocht, er worden vingerafdrukken en gebitsstatussen gemaakt en persoonlijke eigendommen worden in kaart gebracht. Bemonstering voor DNA-onderzoek was het belangrijkste onderdeel van ons werk.’ Er werd DNA-materiaal afgenomen uit het spierweefsel, botmateriaal en het gebit. Eerst wordt het spiermateriaal onderzocht. Als dat geen uitsluitsel biedt volgen de andere monsters.

‘Onze intentie was heel duidelijk, namelijk dat lichamen niet verder beschadigd zouden worden dan strikt noodzakelijk’, zegt Gerretsen in Kroongetuige DNA. ‘Voor het gebitsonderzoek werd de onderkaak bijvoorbeeld geluxeerd (ontwricht, red.) en uitgenomen. Zo krijg je goed zicht op het boven- en ondergebit zonder dat er in de wang gesneden hoeft te worden. Na het onderzoek werd de onderkaak teruggeplaatst zonder dat het verrichte onderzoek uitwendige sporen naliet. Bij de sectie gebruikten we geen oplossingen met alcohol, omdat er tussen de slachtoffers enkele moslims waren.’