Geef de slachtoffers geen gezicht

De media moeten niet aan de haal gaan met de slachtoffers van vlucht MH17, schrijftThomas de Veen.

Zondagochtend stond bovenaan mijn Facebooktimeline een filmpje van CNN. Het werd met me gedeeld door een familielid van een MH17-slachtoffer – iemand die het nieuws heel dicht bij mij bracht. Zij was met haar vriend op weg naar vakantie in Indonesië. Het filmpje ging over haar en ik klikte erop.

Meteen was daar haar gezicht. CNN toonde foto’s van haar, afkomstig van de Amerikaanse universiteit waar ze studeerde, maar ook de foto die ze donderdagmiddag vlak voor vertrek zelf op Facebook had gezet. Ondertussen vertelde haar Amerikaanse roommate telefonisch hoe ze had vernomen dat haar vriendin in het vliegtuig zat: via Facebook. Ze gaf ook met liefde het gevraagde eerbetoon: ze was „een echte vriendin”, iemand die je „vertelde wat je moest horen, niet wat je wilde horen”.

De woorden waren liefdevol en het item was respectvoller dan dat het sensatiebelust was. Toch ben ik blij dat het filmpje tot op heden niet op de Nederlandse televisie is langsgekomen.

Alle actualiteitenrubrieken toonden de afgelopen dagen hoe de Nederlandse samenleving massaal treurt, en dan lag ramptoerisme op de loer. „Van sommige slachtoffers liggen er ook foto’s. Dat is héél aangrijpend, zeker voor de directe familieleden”, schmierde de verslaggever van RTL Nieuws die zondag bij de bloemen op Schiphol was. En vrijdag al, een dag na de ramp, was er een melodramatische EenVandaag-reportage over een omgekomen stel uit Volendam. „Ze hebben het hele jaar hard gewerkt, en dan wordt hun vliegtuig gewoon uit de lucht geschoten”, tierde de verslaggeefster. Er volgden schermvullende foto’s van het stel, huilende Volendammers, pianomuziek.

Het Jeugdjournaal van zaterdag vond de beste balans. Wél tonen dat er rouwberichten op de websites van scholen en sportclubs staan, maar foto’s en namen waren vaag of onleesbaar gemaakt. Zo kregen niet de slachtoffers een gezicht, maar wel het verdriet van de nabestaanden. Ook het NOS-achtuurjournaal toonde zondag rouwenden. Soms werd een slachtoffer bij naam genoemd, maar vluchtig. Het wereldverdriet stond centraal. Het nieuwsfeit.

Maar zaterdagochtend, maandagochtend en maandagmiddag deed het me pijn om in meerdere kranten de namen en foto’s te zien van de twee slachtoffers die ik kende. Ik mocht dat bijna niet pijnlijk vinden, want vrienden hadden meegewerkt aan de reportages, de familie had zelf de krant benaderd. Zij vinden troost in de steun van onbekenden – ik kan me dat voorstellen, al voel ik het zelf niet zo.

Maar om hun keuze gaat het me niet: de openbare publicatie van hun namen en foto’s is een betwistbare journalistieke beslissing. Deze mensen waren geen publieke figuren en kozen er niet voor postuum beroemd te worden. Wat hun overkwam is nieuws. Zijzelf niet.

En waarom moeten de MH17-slachtoffers eigenlijk een gezicht krijgen? Ik vind en ik voel dat de rest van de wereld niets te maken heeft met mensen die in de besloten openbaarheid van Facebook herdacht worden. Daar krijgen ze geen gezicht, daar hadden ze al een gezicht.

Mijn Facebookvrienden delen in memoriams, ik lees ze en vind ze mooi, maar ik wil op tv niet ongevraagd worden geconfronteerd met emotiezoekerij à la CNN. Ik zag het filmpje op Facebook en klikte erop, dat is het verschil.