Column

Gaan de vakbonden nu de VEB imiteren?

Het verschil tussen een beleggersvakbond en een werknemersvakbond is meer dan de leeftijd van hun (nieuwe) voorman. Ton Heerts (FNV) is geboren in 1966. Maurice Limmen (CNV) is van 1972. Maar toekomstig directeur Paul Koster van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB), de beleggersvakbond, is van 1952.

Het profiel van de gestaalde kaders van de vakbeweging, oudere witte mannen van 50-plus, is misschien ook wel het profiel van de VEB-leden. Alleen vermogens verschillen. Maar de VEB beleggersvakbond?

Ja, wat de VEB doet, is niet anders dan wat FNV en CNV doen. Opkomen voor de belangen van hun leden. Zij onderhandelen met dezelfde partijen: werkgevers. De bonden met het oog op lonen, arbeidsvoorwaarden en sociale plannen. De VEB zet in op het ondernemingsbeleid en de vruchten daarvan. Dividend voor beleggers. Geen vanzelfsprekende verrijking van topkader. De VEB strijdt voor meer zeggenschap voor aandeelhouders. Daar nemen vakbonden altijd een tweeslachtige positie in: medezeggenschap voor bonden of voor ondernemingsraden?

In één opzicht is er tussen de twee categorieën bonden wel een cruciaal verchil. De VEB heeft een traditie opgebouwd om wanbeleid, falende managers en tekortschietende commissarissen aan te pakken. Als directeur ‘grapte’ Peter Paul de Vries met ernstige ondertoon wel eens dat de VEB subsidie zou verdienen omdat hij taken van het Openbaar Ministerie opknapte in de bestrijding van witteboordencriminaliteit. De rechtszaken van de VEB zijn primair belangenbehartiging voor gedupeerde leden. En reclame en ledenwerving. Maar zij zorgen ook voor jurisprudentie en daardoor voor nieuwe normen waaraan managers en commissarissen getoetst worden. Van Ogem, het grootste bedrijfsschandaal in de jaren zeventig van de vorige eeuw, tot de beursflop van World Online in de internethausse en de lopende zaak om Fortis’ bijdrage aan de overname van ABN Amro in 2007.

De methode van de VEB om met rechtszaken de druk op te voeren en jurisprudentie uit te lokken is aan vakbonden niet besteed. Zij gaan in individuele arbeidszaken wel naar de rechter, bijvoorbeeld. FNV Bondgenoten liet eerder deze week nog weten dat zij 35 miljoen euro had binnengehaald met juridische zaken, het merendeel ontslagzaken.

Liever onderhandelen vakbonden gewoon rechtstreeks met werkgevers. Sneller resultaat dan naar de rechter stappen. Pressiemiddelen (acties) zijn voorhanden en hebben direct effect op de werkgever. En met zo’n onafhankelijke rechter weet je vooraf maar nooit wat de uitkomst is.

Juist daarom is het spannend dat FNV Bondgenoten en CNV Vakmensen naar de rechter stappen om het ‘flitsfaillissement’ eerder dit jaar van garnalenvisser Heiploeg (Zoutkamp, 300 werknemers in Nederland, ruim 2.000 in het buitenland) aan te vechten. Gaan ze de VEB imiteren? Het draait om een zogeheten pre-pack: een voorverpakt bankroet waarbij een bedrijf via faillissement een razendsnelle doorstart maakt. Met minder mensen en/ óf minder goeie arbeidvoorwaarden. Kinderopvangbedrijf Estro overkwam deze maand hetzelfde: duizend van de 3.600 werknemers kwamen na de doorstart niet meer in dienst.

Uit de dagvaarding blijkt dat de bonden via de rechter de verslechtering van de arbeidsvoorwaarden van de (deels ontslagen) Heiploeg-werknemers ongedaan willen maken. Maar het gaat hen ook om jurisprudentie voor de parlementaire behandeling later dit jaar van een wetswijziging ten gunste van flitsfaillissementen.

Ook de rechter inschakelen is gewoon goed werk.