Drie redenen waarom Nuon het moeilijk heeft

Foto ANP

UPDATE: Vattenfall lijdt weer verlies

Opnieuw schrijft Nuon-eigenaar Vattenfall rode cijfers. Het nettoverlies was afgelopen kwartaal 2,3 miljard kronen (250 miljoen euro), maakte het Zweedse energiebedrijf vanochtend bekend. In hetzelfde kwartaal vorig jaar was dat verlies 23 miljard kronen. Toen moest het bedrijf 29,7 miljard kronen (3,4 miljard euro) afschrijven, vooral op overgewaardeerde elektriciteitscentrales van Nuon.

De onderliggende bedrijfswinst daalde met een kwart van 5,4 miljard kronen (583 miljoen euro) in het tweede kwartaal vorig jaar, naar 4 miljard (432 miljoen euro) nu.

Ja, er stappen langzaam meer mensen over op prijsstunters als Energiedirect en de Nederlandse Energie Maatschappij. Reclames van Maurice de Hond (“ik zeg: doen”) hebben dus nut. Maar nog steeds hebben de ‘traditionele drie’ – Nuon, Essent en Eneco – driekwart van de Nederlandse elektriciteitsmarkt in handen.

Toch gaat het slecht met Nuon, dat vandaag zijn halfjaarcijfers presenteert. De Zweedse eigenaar Vattenfall kondigde eerder al honderden ontslagen aan. Ook de rest van de Europese energiemarkt heeft het zwaar. Drie redenen.

1. We gebruiken minder stroom

Vóór de crisis leek er geen einde te komen aan de stijgende energievraag. Energiebedrijven gingen steeds meer stroom opwekken, zowel ‘groen’ als ‘grijs’. Er kwamen nieuwe installaties en oude centrales kregen dure opknapbeurten om alle vraag aan te kunnen.

Toen kwam de crisis. Bedrijven gingen failliet, fabrieken trokken naar goedkope landen, bijvoorbeeld in Azië. Opeens daalde de vraag naar stroom weer, totaal onverwacht.

Al die nieuwe centrales bleken overbodig. Deze maand werd de Claus C-centrale in het Limburgse Maasbracht stilgelegd door RWE, de Duitse eigenaar van Essent. De gascentrale die stroom kon leveren voor drie miljoen huishoudens, was nog maar twee jaar open en kostte 1 miljard euro.

2. De stroomprijs daalt (zonder dat jij dat merkt)

Het aantal centrales steeg, terwijl de vraag naar stroom daalde. Gevolg: dalende stroomprijzen. Daar komt nog bij dat Duitsland veel overtollige groene stroom goedkoop aanbiedt op de Nederlandse markt. Die stroom is zo goedkoop door subsidie van de Duitse overheid, de ‘Energiewende‘.

Terwijl energiebedrijven steeds minder geld konden vragen voor hun stroom, merkte de consument daar niks van. Dat komt vooral doordat de transportkosten en heffingen steeds hoger worden. Inmiddels vormen die samen de helft van de energieprijs voor Nederlandse consumenten.

3. Met gascentrales kun je niet concurreren

Tweederde van Nuons Nederlandse energieproductie komt van gascentrales – niet zo gek, in een land met aardgasvelden. Maar dat is nu wel relatief duur geworden, waardoor er niet meer mee te concurreren valt. Het is niet alleen duur vergeleken met de Duitse gesubsidieerde groene stroom, maar ook vergeleken met steenkool.

Doordat Amerika nu op grote schaal schaliegas uit de grond haalt, komt het Amerikaanse steenkooloverschot goedkoop de Europese markt op. Zo goedkoop, dat het voor energieproducenten goedkoper is dan aardgas. Ondanks de CO₂-emissierechten die ze voor de zwaar vervuilende kolen moeten betalen.

En nu?

De komende jaren zullen worden alleen maar moeilijker, verwacht analist Hans van Cleef van ABN Amro. “De verduurzaming komt in een stroomversnelling.” Bedrijven en particulieren kopen bijvoorbeeld hun eigen zonnepanelen. Als er weinig zon is, willen ze energie bijkopen. Maar als er juist veel zon is, willen ze wellicht zelf stroom verkopen aan de energiemaatschappij. Van Cleef: “Zo krijgen elektriciteitsbedrijven een hele andere rol. Het is een spannende en onzekere tijd.”