Doden onderzocht in ‘identificatiestraat’

Zeventig medewerkers van het Landelijk Team Forensisch Onderzoek (LTFO) en Defensie gaan de slachtoffers van de vliegramp identificeren. Dat gebeurt in een Hilversumse kazerne, waar ze ook zullen overnachten.

De Korporaal van Oudheusdenkazerne ligt op een prachtige locatie in de bossen ten zuiden van Hilversum. Normaal gesproken worden hier legerartsen opgeleid, maar vanaf vandaag vindt in de gebouwen van het Instituut Defensie Geneeskundige Opleidingen de identificatie plaats van de slachtoffers van de ramp met vlucht MH17.

In totaal staan ruim zeventig medewerkers van het Landelijk Team Forensisch Onderzoek (LTFO) en Defensie klaar om aan een zware taak te beginnen: het geven van een naam aan de lichamen die voor hen op de sectietafel komen te liggen. De onderzoekers zullen ook op de kazerne overnachten. Het complex is gisteren in gereedheid gebracht. Zo zijn er koelcontainers geplaatst om de lichamen in op te slaan.

Het werk kan snel beginnen, denkt Frank van de Goot. Hij werkte acht jaar voor het Nederlands Forensich Instituut (NFI) en is nu werkzaam bij Symbiant, een expertisecentrum op het gebied van klinische en forensische pathologie dat werkt voor de ziekenhuizen in de kop van Noord-Holland. „Je kan al een eerste schifting maken met behulp van foto’s die door de nabestaanden zijn gegeven”, zegt hij. „Maar als je ziet hoe hoog de emoties zijn opgelopen, dan kan ik me voorstellen dat ze bij alle slachtoffers alle mogelijke manieren van identificatie zullen toepassen: dus ook vingerafdrukken en DNA. Ze zullen geen enkele fout willen maken. Met driehonderd slachtoffers kan je het ook zo uitgebreid doen. Bij een ramp als de tsunami in Zuidoost-Azië in 2004, waarbij duizenden mensen omkwamen, is dat niet mogelijk.”

Een reguliere sectie wordt met minstens drie mensen gedaan, maar bij de werkzaamheden in Hilversum zullen veel meer mensen betrokken zijn, denkt Van de Goot. Hij spreekt over een „identificatiestraat”. „Er is een compleet team bezig. Eerst moeten de zakken die binnenkomen worden gecontroleerd, daarna opengemaakt, dan moeten er foto’s worden genomen en worden gebitten en DNA onderzocht. Dat moet allemaal keurig netjes in kaart worden gebracht. Hierbij zijn tientallen mensen betrokken.”

Eerst moet er worden gescand

Omdat de zakken met stoffelijke resten uit oorlogsgebied afkomstig zijn, is extra voorzichtigheid geboden, meent Van de Goot. „Er kunnen explosieven in zitten, die hoeven er niet eens met opzet in gestopt te zijn. Maar ze zullen eerst moeten worden gescand. Dat gebeurt ook in de Verenigde Staten met stoffelijke resten die terugkomen uit Afghanistan.”

Nederlandse onderzoekers hebben één keer eerder op grote schaal slachtoffers van een vliegramp moeten identificeren, in 2010, na de crash van een toestel van Afriqiyah Airways bij Tripoli. 103 mensen kwamen om, onder wie 71 Nederlanders. Reza Gerretsen, patholoog bij het NFI, vertelt in het boek Kroongetuige DNA over de werkwijze van zijn team in het mortuarium van de Libische hoofdstad. „De stoffelijke overschotten worden in- en uitwendig onderzocht, er worden vingerafdrukken en gebitsstatussen gemaakt en persoonlijke eigendommen in kaart gebracht. Bemonstering voor DNA-onderzoek was het belangrijkste onderdeel van ons werk.”

Er werd DNA-materiaal afgenomen uit het spierweefsel, botmateriaal en het gebit, zegt Gerretsen. Ervaringen van het team van Nederlandse pathologen dat had meegewerkt aan de identificatie van de slachtoffers van de tsunami hadden geleerd dat dit de beste kans gaf op resultaten. Eerst wordt het spiermateriaal onderzocht, als dat geen uitsluitsel biedt, volgen de andere monsters.

„Onze intentie was heel duidelijk, namelijk dat lichamen niet verder beschadigd zouden worden dan strikt noodzakelijk”, aldus Gerretsen in Kroongetuige DNA. „Voor het gebitsonderzoek werd de onderkaak bijvoorbeeld geluxeerd (ontwricht, red.) en uitgenomen. Zo krijg je goed zicht op het boven- en ondergebit zonder dat er in de wang gesneden hoeft te worden. Na het onderzoek werd de onderkaak teruggeplaatst zonder dat het verrichte onderzoek uitwendige sporen naliet. Bij de sectie gebruikten we geen oplossingen met alcohol, omdat er tussen de slachtoffers enkele moslims waren.”

Patholoog Van de Goot denkt dat zijn collega’s in de Korporaal van Oudheusdenkazerne een zware tijd tegemoet gaan. „Dit is voor alle betrokkenen een belasting van de eerste orde. Je moet mensen laten rouleren: je kunt niet van ze verwachten dat ze dit een maand lang achter elkaar doen. Dat is niet vol te houden.”