De Jodenhaat van moslims is een echo uit het Westen

Jodenhaat van moslims is niet anders dan de christelijke versie. Toch zijn er geen bestsellerlijsten met Mein Kampf, aldus Jan Just Witkam.

David Suurland schrijft dat Jodenhaat bij de islam hoort (NRC 19 juli) en inderdaad, in de islam is veel haat tegen Joden, christenen en ongelovigen te vinden. Op de eerste bladzijde van de Koran is het al meteen raak: „Leid ons tot de rechte weg, niet de weg van hen over wie toorn wordt uitgestort, en niet die van de dwalenden.” De traditionele uitleg van dit vers is dat met de eerste groep de Joden worden bedoeld en met de tweede de christenen.

Vrijwel alle moslims kennen het korte eerste hoofdstuk van Gods woord uit het hoofd en de uitleg is welbekend. De profeet Mohammed heeft tevergeefs geprobeerd zich bij de Joden van West-Arabië een positie van religieus leiderschap te verwerven. Dat doet pijn en de Koran geeft daar uitdrukking aan. Dat in enquêtes onder moslims een hekel aan Joden wordt geconstateerd is dus niet zo verwonderlijk. Dat zich in de loop van de geschiedenis moslimse excessen tegen Joden en vooral christenen hebben voorgedaan is ook waar. Sinds het einde van de negentiende eeuw is daar de golf van het Europese en Noord-Amerikaanse antisemitisme overheen gekomen. De classics van die stroming, Hitlers ‘Mein Kampf’, de Protocollen van de Wijzen van Zion, Henri Fords ‘The Complete International Jew’, enz., zijn in vertalingen in de wereld van de islam verkrijgbaar.

De Holocaust wordt door veel moslims ontkend, vooral omdat deze zo onvoorstelbaar is en tegelijk het bestaan van Israël moet rechtvaardigen. De ‘Protocollen’, die een evidente vervalsing zijn, worden door velen voor echt gehouden. Er zijn ook moslims die echt willen weten wat er aan de hand is. Abdel Wahhab al-Messiri was Egyptes specialist in Joodse studies. Hij propageerde die onzin niet in zijn veelgelezen boeken. En wat dan van die bestsellerlijsten? Die bestaan niet, in elk geval niet in de Arabische wereld. De antisemitische classics kunnen er dus niet aan de top van staan. Hier is Suurlands retorisch enthousiasme met hem op de loop gegaan. Wie de Egyptische pers volgt, zal vergeefs naar besprekingen van, bijvoorbeeld, de nieuwste studies over Mein Kampf zoeken. Maar het boek staat wel in veel boekwinkels in de Arabische wereld, tussen de memoires van Golda Meir en de herinneringen van veldmaarschalk Montgomery. Daar hoort het ook thuis. Het is de autobiografie van de man die later tot het grote monster van de twintigste eeuw uitgroeide. Hitler is niet vanwege zijn antisemitisme een held maar omdat hij tegen de Engelsen, Fransen en Amerikanen heeft gevochten, de kolonisatoren van de islamitische wereld. Het boek is nu een historische bron, volgens sommigen ook nog slecht geschreven, maar wel één waartoe onze moslimvrienden makkelijker toegang hebben dan West-Europese lezers. Met moet zich grote zorgen maken over haat tegen andersdenkenden, Joden, christenen, boeddhisten en wie al niet, maar dan wel om de goede redenen. Het antisemitisme dat nu met de immigratiegolven meekomt is het boemerangeffect van Westers antisemitisme. De traditionele islamitische Jodenhaat is geen andere dan de christelijke Jodenhaat.