Bij poging zes is het raak: het sperma zit in de koker

Henk Sulkers werkt voor de Genenbank van Wageningen UR.Hij haalt sperma van dieren op bij boeren. Dat is niet zonder gevaren, want een bronstige stier kan behoorlijk onberekenbaar zijn.

Het sperma van ram Henri, goed voor twaalf inseminaties, zal straks worden opgeslagen in de Genenbank van het Centrum voor Genetische Bronnen in Lelystad. Foto Niels Blekemolen

Op het erf van de boerderij schudden drie mannen elkaar de hand. Sipke-Joost Hiemstra (47) en Henk Sulkers (51) van het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland hebben een afspraak met rundveehouder Gertjan Aalvanger. De boer heeft goed nieuws. „Jullie geloven het niet”, zegt hij in een onverstaanbaar Hasselts dialect, „maar we hebben vandaag een tochtige koe”.

De koe in kwestie staat gescheiden van de kudde in de stal. Ze loeit onafgebroken. Achterin, ook apart, staat stier Henk. Henk is een Fries roodbonte witrik, een zeldzame kleurslag. Dat wil zeggen dat het dier bepaalde uiterlijke kenmerken heeft, zoals een witte streep over de nek en rug en ‘griemel’: spikkels op de kop en poten.

Sulkers loopt de stal in. Hij draagt kaplaarzen en heeft een blauwgrijze overall aangetrokken. „Hier gaat het mee gebeuren”, zegt hij, zwaaiend met de collector, een soort plastic koker met een rubberen binnenwand. Een kunstschede, legt hij uit. Hiermee wordt het ejaculaat van zijn naamgenoot straks opgevangen.

Terwijl Sulkers een tube uit zijn zak haalt en de kunstschede insmeert met glijmiddel, knoopt boer Gertjan de tochtige koe los en zet haar bij de stier. Die snuffelt even aan haar billen. Ook Sulkers stapt het hok in. „Dit is echte actie hoor”, zegt hij.

Sulkers weet dat hij snel moet zijn. In rust ligt het geslachtsdeel van de stier in een S-vormige bocht, maar bij een erectie komt de penis de schacht uit. Zodra-ie de schede binnengaat, vindt ejaculatie vrijwel onmiddellijk plaats.

De stier komt met zijn voorpoten van de grond en werpt zich de lucht in. Sulkers probeert de penis in de kunstschede te duwen. „Heb je wat?” vraagt Hiemstra. Sulkers houdt de collector omhoog. „Nee. Het moet ongeveer tien keer zoveel zijn.” Poging twee. Sulkers duikt weer naar beneden. Mis. Zijn bril staat scheef op zijn hoofd. „Je ziet: dit werk is niet zonder gevaren”, zegt Hiemstra. „Stieren blijven altijd een beetje onberekenbaar.”

Na zes keer is het raak. Sulkers loopt de stal uit naar de witte bestelbus die buiten geparkeerd staat. Het zweet staat op zijn voorhoofd. „Onverdund sperma, daar kun je niet zoveel mee”, legt hij uit terwijl hij zijn gereedschap tevoorschijn haalt. „Dat gaat helemaal kapot als je het bevriest. Daarom doen we er een verdunmiddel bij.”

Sperma winnen blijft altijd spannend

Henk Sulkers is onderzoeksassistent bij het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN) in Lelystad. Dit centrum, verbonden aan de Wageningen UR, richt zich op het behoud van de genetische diversiteit van landbouwhuisdieren. Het CGN heeft een aantal taken gekregen van de overheid en werkt samen met fokkerijorganisaties, rasverenigingen en de Stichting Zeldzame Huisdierrassen. De belangrijkste taak: de opslag van sperma van zeldzame rassen in de Genenbank.

Het winnen van sperma ‘op bedrijfsniveau’ was vroeger een activiteit van de Gezondheidsdienst voor Dieren, een veterinaire organisatie uit Deventer, vertelt Sulkers terwijl hij met het verdunmiddel in de weer is. „Maar op een gegeven moment werden die activiteiten afgestoten en moesten onderzoekers het zelf gaan doen. Ik kreeg dit spul in m’n handen gedrukt en ze zeiden: doe maar.” Hoewel hij het werk inmiddels twaalf jaar doet, vindt hij het winnen van sperma nog altijd spannend. „Als je geen gezonde angst hebt voor een stier, ben je niet goed wijs.”

Het buisje met het sperma van stier Henk gaat de koelbox in. Straks gaat het naar het centrum in Lelystad, waar het zal worden beoordeeld op kwaliteit. Vervolgens wordt het in rietjes gestopt en bewaard in een vat met vloeibare stikstof. Ooit zal het beschikbaar komen voor kunstmatige inseminatie, om de witrik in stand te houden.

Dat is mijn schaap, wegwezen jij

Maar voor het zover is hebben Sulkers en Hiemstra nog een afspraak op de Vreugdehoeve in Zwolle, een biologische melkschapenboerderij met tweehonderd schapen en 24 geiten. In de schaapskooi gaat Sulkers op zijn knieën in het stro zitten. Naast hem staat ram Henri, tegenover hem boer Herman van Assen, met in zijn armen een blatende ooi. „Tsh tsh tsh”, doet Sulkers. Diersignalen, legt hij uit. Door het gedrag van de ram te observeren, kan hij inschatten wat het dier van plan is. Henri maakt een sprongetje. „Kijk, dit moest ik zien”, zegt Sulkers. „Die ram ziet mij nu als concurrentie. Hij denkt: dit is mijn schaap, wegwezen jij.”

Toch heeft Henri geen zin om te doen wat er van hem wordt verwacht. „Ik denk dat we de boel even moeten stimuleren”, zegt Sulkers. Met zijn gehandschoende linkerhand maakt hij masserende bewegingen over de onderbuik van de ram. „Ja hoor, daar komt-ie…” Een ogenblik later toont Sulkers de gevulde reageerbuis. Op zijn hand zit een beetje sperma.

„Eigenlijk moet ik een soort duizendpoot zijn”, zegt Sulkers later op het terras bij een ijsje van biologische schapenmelk. „Ik ben onderzoeksassistent, maar ook laborant en een beetje dierenverzorger. Mijn schoonouders hebben geen idee wat ik doe. Die denken: Henk, die doet gewoon iets op een boerderij.”