Tijd dat Nederland stopt met het knuffelen van Rusland

De ramp met het vliegtuig van Malaysia Airlines is het moment voor Nederland om eens te stoppen met die inschikkelijke houding tegenover Rusland, vindt Bas Heijne.

zondag 20 juli, 18.50 uur Foto's ANP / Novum

Nederland is een klein land, dus de afschuwelijke dood van 193 landgenoten bij de aanslag op vlucht MH17 zal jarenlang zijn weerslag hebben in de Nederlandse samenleving, misschien wel heel veel jaren. Zo veel mensen staan in een directe relatie met de slachtoffers of hun familieleden; ook vrienden van mij hebben een goede vriend of kennis verloren. De afgelopen dagen vulden de sociale media zich met uitroepen van ongeloof, rauw verdriet en hartverscheurende getuigenissen van verlies, vriendschap en liefde. Dit is een nationale tragedie.

Toch klonk de eerste reactie van de regering op deze terreurdaad erg voorzichtig of zelfs vreemd gedempt. De minister-president weigerde zich te laten verleiden tot speculaties over de daders en sprak slechts van een reusachtige ramp. Eerst moesten alle feiten bekend zijn, sprak hij – in zijn geval een bekend refrein. Mark Rutte is geen man van grote woorden; in zijn belangrijkste toespraak tot nu toe klopte hij zichzelf op de borst vanwege het feit dat hij geen visie had – waarmee hij waarschijnlijk een ideologie bedoelde. In het liberalisme van Rutte staan Nederlandse burgers er alleen voor; de staat hoeft hen niet te verzorgen en ook niet te verenigen.

Pas nadat kritiek had geklonken en zijn timide, ambtelijke reactie op de ramp ruggengraatloos werd genoemd, besloot hij zijn stem te verheffen. Tijdens een latere persconferentie beloofde hij de daders op te sporen en eigenhandig voor het gerecht te brengen. Zaterdag, nadat hij de beelden had gezien van separatisten die de plaats van de crash bezetten, hulpverleners dwarszaten en zich „compleet respectloos” gedroegen, liet Rutte eindelijk woede en frustratie zien. Of het genoeg was, daar kon je over twisten – in elk geval was het een beetje laat.

Poetins belofte is weinig waard

Zeker, Nederland is een klein land, maar we hebben machtige bondgenoten en we maken deel uit van een krachtige alliantie die zijn weerga niet kent. Maar de harde waarheid is dat de Nederlandse regering de potentaat van Moskou eindeloos geknuffeld heeft en wanneer het erop aankwam zijn gang heeft laten gaan. In zijn condoleancebrief en later aan de telefoon heeft Poetin Rutte steun toegezegd in een onafhankelijk onderzoek. Als we mogen afgaan op hoe Nederland zich eerder tegenover Poetin heeft opgesteld, zal die belofte nauwelijks handen en voeten krijgen.

Voor veel Nederlanders klinkt iedere belofte van Poetin inmiddels omineus. De laatste keer dat de Russische regering een grondig onderzoek beloofde was vorig jaar oktober, toen de oudere Nederlandse diplomaat Onno Elderenbosch in zijn woning werd overvallen en mishandeld door een stel heavies, een incident dat verdacht snel volgde op de arrestatie van de dronken Russische diplomaat Dmitri Borodin, nadat zijn buren geklaagd hadden dat hij zijn kinderen aan hun haren door de tuin sleepte – wat in de Russische media leidde tot een anti-Nederlandcampagne van de nationalisten. Van dat beloofde onderzoek is niets meer vernomen. Tot dusver is er geen arrestatie verricht.

Het was een van de vele incidenten in een jaar dat opzichtig feestelijk bedoeld was. Hoewel er tijdens het zogenaamde vriendschapsjaar, waarin 400 jaar wederzijdse betrekkingen gevierd werden, heel wat geproost en geglimlacht werd, draaide het uit op een pijnlijke mislukking. Dat was te voorzien geweest – en het werd hier en daar ook voorzien. In de aanloop ernaartoe had het Ministerie van Buitenlandse Zaken zich bekeerd tot wat ‘culturele diplomatie’ wordt genoemd – de overtuiging dat je zowel handel als mensenrechten kunt promoten door middel van een uitwisseling van kunstenaars en tentoonstellingen. Zoiets kan heel goed werken in een stevige democratie als, laten we zeggen Oostenrijk, waar de overheid er eveneens van overtuigd is dat tolerantie en begrip voor diversiteit door middel van de kunsten gestimuleerd moeten worden. Maar in een schijndemocratie als Poetins Rusland werkt het alleen maar averechts. In het Rusland van Poetin is er geen dialoog, er is alleen propaganda.

En propaganda was er genoeg. Protest tegen zijn beruchte antihomowet werd door Poetin weggewuifd met een verwijzing naar een imaginaire pedofielenpartij. Door hoog van de toren te blazen over de gearresteerde dronken diplomaat en een aantal Nederlandse Greenpeace- activisten onrechtmatig vast te houden, omdat ze te dicht in de buurt van een olieplatform gevaren hadden, slaagden de Russen erin ieder voorgenomen protest tegen de jammerlijke staat van de burgerrechten in het Rusland van Poetin bij voorbaat de kop in te drukken, zodat de festiviteiten die plaatsvonden uiteindelijk gewoon de Russische status quo legitimeerden.

Steeds opnieuw lieten de Nederlanders zich door de Russen intimideren. Hoewel er vooraf sprake was van de noodzaak van een artistiek protest tijdens het sluitstuk van het vriendschapsjaar – een diner met Poetin en onze nieuwe koning en koningin, en een concert van het Koninklijk Concertgebouworkest in Moskou – gebeurde er niets. Het enige wat te horen viel na de laatste klanken van het orkest, was de zucht van opluchting onder de diplomaten dat het eindelijk allemaal voorbij was.

Belachelijk zware delegatie in Sotsji

Maar lessen werden er niet geleerd. Toen Poetin zijn bewind in de wereld trachtte te legitimeren met de Olympische Spelen in Sotsji waren de meeste westerse landen inmiddels wel zover dat zij zich daar niet al te opzichtig wilden laten zien. Niet Nederland – onze regering stuurde een belachelijk zware delegatie. Toen Rutte in het ingeroosterde gesprek met Poetin vooraf homorechten ter sprake wilde brengen – wat hem op de valreep was afgedwongen door het parlement – verklaarde Poetin dat het er nu niet het moment voor was. Tijdens de openingsceremonie nam Rutte plaats vlak bij Aleksander Loekasjenko, de autoritaire president van Wit-Rusland. Toen minister Schippers om commentaar gevraagd werd op de arrestatie van de punkband Pussy Riot in Sotsji, opperde ze dat de band wellicht enkel publiciteit zocht voor een nieuwe plaat. En ten slotte was er de foto: Poetin en het koninklijk echtpaar vrolijk gesponsord proostend in het Holland Heineken Huis, op de avond dat Nederland de eerste gouden plak binnen had. Toen Poetin kort daarna de Krim bezette en annexeerde, stond vast dat die foto het Koningshuis nog lang zou achtervolgen.

Koning Willem-Alexander staat niet bekend om zijn formidabele politieke inzicht, maar die overdreven serviele houding van de Nederlandse regering tegenover de Russen heeft veel mensen bevreemd, zelfs in kringen waarin de Realpolitik hoog in aanzien staat. Afgezien van politieke naïviteit, wat zeker een rol speelde, is de enige logische verklaring een aanhoudende angst dat onze handelsrelatie gevaar zou lopen. De feiten zijn bekend: bijna vierduizend bedrijven doen zaken in Rusland, waardoor ons land op de achtste plaats op de lijst van naar Rusland importerende landen staat. Omgekeerd importeert Nederland vooral gas en olie, genoeg om Rusland op de zesde plaats te zetten op de lijst van importlanden.

Maar of die houding nu verandert...

Dus toen het vriendschapsjaar dreigde te ontsporen, trokken bedrijven als Unilever en Philips publiekelijk (en vermoedelijk ook achter de schermen) aan de bel en eisten dat protesten verder zouden uitblijven. Het Koninklijk Concertgebouworkest, dat van tevoren de mogelijkheid had opengehouden protest te laten klinken tegen het afbreken van de rechtstaat door Poetin, schikte zich terstond.

Vlak daarna vroeg de voorzitter van de werkgeversorganisatie VNO-OCW, Bernard Wientjes, aan Buitenlandse Zaken de morele inzet van het buitenlandbeleid voortaan achterwege te laten. Vroeger had je de eeuwige koopman en de dominee, maar vanaf nu, verklaarde Wientjes, zou enkel de koopman het voor het zeggen moeten krijgen. Het eeuwig opgeheven vingertje, aldus Wientjes, kostte ons handenvol geld. In april van dit jaar, toen de crisis rondom de Krim het hevigst was, reisde Ben van Beurden, topman van Royal Dutch Shell, met opzet af naar Poetin en verklaarde na het fotomoment dat Rusland en Shell, ongeacht de omstandigheden, een prachtige toekomst tegemoet gingen.

Terwijl de tragedie van vlucht MH17 langzaam tot ons door dringt en de zoektocht naar de daders indirect of zelfs direct naar Poetins Rusland lijkt te leiden, valt te bezien hoezeer deze gebeurtenis de tot dusver zo inschikkelijke houding van de Nederlandse regering ten opzichte van de brutale minachting van Poetin voor Nederlandse gevoeligheden en de internationale rechtsorde zal veranderen. Een van de effecten van het proces van globalisering is ongetwijfeld dat ons land zich bewust is geworden van zijn nietige rol op het wereldtoneel. Het gepreek van Nederland over mensenrechten over de hele wereld in het verleden wordt nu door veel Nederlanders gezien als een uiting van ijdele zelfgenoegzaamheid.

Maar is dat wel zo? Tenslotte heeft ons land ervoor gekozen deel uit te maken van een westerse alliantie, van de NAVO en van wat de beschaafde wereld wil heten. Wanneer het niet zozeer gaat om mishandelde homo’s en lokale mensenrechtenactivisten, maar om het verlies van bijna 200 levens van landgenoten vanwege een conflict dat cynisch wordt opgestookt door een land waarmee we 400 jaar bevriend zijn, is dit soort kruiperig relativisme, dat de dominante factor is geworden in onze relatie met Rusland, ons tot geen enkel nut.