Ruim drie miljoen boete voor inzetten van Roemenen in haven

In het Rijnmondgebied bleken 66 Roemenen illegaal aan twee schepen te werken. De inspectie controleert strenger.

Vijf bedrijven hebben van de arbeidsinspectie een boete van in totaal 3,1 miljoen euro gekregen voor het inzetten van Roemeense arbeidskrachten zonder werkvergunning. Het gaat om twee Zwitserse opdrachtgevers, een hoofdaannemer en twee onderaannemers die betrokken waren bij de bouw van twee schepen in het Rijnmondgebied. Dat heeft de arbeidsinspectie gisteren bekendgemaakt. De namen van de bedrijven zijn niet vermeld.

Op de werf werden vorig jaar 66 Roemeense werknemers ingezet. De bedrijven hadden een werkvergunning moeten aanvragen, omdat de grenzen voor Roemeense (en Bulgaarse) arbeidskrachten pas op 1 januari van dit jaar opengingen. „Dan nog was het de vraag of zie die werkvergunning hadden gekregen”, zegt een woordvoerder van de arbeidsinspectie. „Het was geen specialistisch werk. Je hebt geen 66 Roemenen nodig om een schip te lassen.”

Bij overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) geldt iedere partij in de keten als werkgever. De hoofdaannemer en onderaannemers kregen ieder een boete van 792.000 euro, gebaseerd op de maximale boete van 12.000 euro per illegale werknemer. De twee Zwitserse opdrachtgevers kregen boetes van 384.000 euro en 372.000 euro. De bedrijven kunnen nog in beroep gaan.

Het gebeurt niet vaak dat de arbeidsinspectie zulke hoge boetes oplegt, volgens de woordvoerder. Vorig jaar mei kregen een Gronings scheepvaartbedrijf en een Cypriotisch bedrijf samen een boete van 2,7 miljoen euro voor het inzetten van Roemenen zonder werkvergunning. Het ging om 167 Roemenen, maar volgens de woordvoerder van de arbeidsinspectie was de boete per arbeidskracht lager (8.000 euro) omdat het een oudere zaak was uit de periode 2011-2012. Het Cypriotische bedrijf moest bovendien een aantal Roemenen bijna 80.000 euro betalen, omdat ze minder dan het Nederlandse minimumloon kregen, plus een extra boete van 94.500 euro.

De inspectie controleert strenger op zogenoemde ‘schijnconstructies’ om oneerlijke concurrentie en uitbuiting tegen te gaan. Ook loopt de overheid premies en belastingen mis door het illegale werk.