Lotto moet Nederlandse wielercultuur behouden

Lotto en BrandLoyalty lopen zich warm als sponsors. Maar blijft Mollema aan boord?

Accordeoniste Yvette Horner in de reclamekaravaan tijdens de Tour de France van 1959. Foto AFP

Als er buiten ijs ligt, is wielrenner Laurens ten Dam van Belkin daar „niet van af te slaan”, zegt hij in de winderige tuin van een hotel in Narbonne. „Het heeft me zelfs een blessure bezorgd. Als er ijs ligt, ga ik er meteen zes uur op staan. Ik vind het bijna mooier dan wielrennen.”

Ten Dam was gisteren, op de tweede rustdag in de Tour de France, niet de enige met vrolijke gelaatstrekken. Na een publicatie in De Telegraaf kwam algemeen directeur Richard Plugge van de Belkin-ploeg kwam met een verklaring over de beoogde nieuwe sponsors: Lotto en BrandLoyalty. Dat laatste bedrijf – een Bossche firma die zich internationaal bezighoudt met loyaliteitsprogramma’s voor supermarkten, zoals spaarzegels en voetbalplaatjes – is al actief in het schaatsen, met een ploeg waar onder anderen olympisch kampioen Sven Kramer onder contract staat. De handtekeningen zijn nog niet gezet, aldus Plugge, maar iedereen gaat ervan uit dat het rondkomt.

De bedoeling is dat de schaatsploeg en de wielerformatie onder dezelfde organisatie gaan vallen. Zelfde naam, zelfde kleuren, zelfde uitstraling. Schaatsers en wielrenners hebben wel wat met elkaars sport, getuige de geestdriftige woorden van Ten Dam. Zoals de renner graag op het ijs vertoeft, zo is Kramer een begenadigd amateurwielrenner.

Natuurlijk gaan de gedachten meteen uit naar sportieve samenwerking: schaatscoach Jac Orie als trainer van de wielrenners, en de wielercoaches die Kramer aan een carrière als profwielrenner helpen. Maar zo ver is het nog niet, benadrukt Plugge. „We beginnen als twee gescheiden ploegen. Dan kunnen we langzaam naar elkaar toe groeien en kijken op welke vlakken we kunnen samenwerken.”

Een maand geleden kondigde Belkin, een Amerikaanse producent van computerbenodigdheden, aan dat het aan het eind van dit jaar stopt als sponsor van de wielerploeg. De hoop bestond dat het voormalige Rabobankteam een grote multinational zou strikken, maar het lijkt zich toch weer te verlaten op Nederlandse bedrijven. Ploegleider Nico Verhoeven ziet dat als een voordeel: het betekent dat de kern van de ploeg zal blijven bestaan uit Nederlandse renners. „Dan kunnen we de vaandeldrager blijven van het Nederlandse wielrennen. Voor de publiciteit is het belangrijk dat we Nederlandse renners onder contract hebben.

Nederlandse wielercultuur vertegenwoordigt de ploeg zeker. In feite bestaat de equipe al dertig jaar. In 1984 scheidde Jan Raas zich af van TI Raleigh van Peter Post, onder de naam Kwantum Hallen-Yoko. Via Superconfex-Yoko, Buckler, WordPerfect, Novell, Rabobank en Blanco evolueerde de ploeg tot Belkin. Een dubieuze wielercultuur, dat wel. Zeker in de Rabobanktijd werd in de Nederlandse formatie, net als in de rest van het peloton, volop doping gebruikt.

Maar ook een cultuur waarin Nederland een jaar geleden enthousiast raakte door de prestaties van Laurens ten Dam en Bauke Mollema. Juist over de laatste, de kopman in deze Tour die min of meer voorbijgestreefd wordt door Ten Dam, bestaat de nodige schimmigheid. Zo ontkent Plugge het bericht dat Mollema zou hebben getekend bij Trek. Merkwaardig was dat Mollema vrolijk vertelde dat hij tot gisteren totaal niets wist over de nieuwe sponsors.

Als je je kopman graag zou behouden, zou je hem dan niet enigszins op de hoogte houden van de kansen op voortbestaan van de ploeg? Nee, zegt Plugge beslist. „Want wat moet je dan zeggen als het toch niet doorgaat? Sorry dat we je verkeerd hebben geïnformeerd?” Maar dat de liefde tussen renner en ploeg enigszins bekoeld is, blijkt ook uit het antwoord van Plugge op de vraag of de sponsors niet afhaken als Mollema vertrekt? „Nee hoor. Misschien willen ze Niki Terpstra wel als boegbeeld.”