Kruiperig relativisme jegens Rusland

Veel te lang zijn we veel te aardig geweest tegen het Rusland van Poetin. Wegens onze handelsrelatie. Hoog tijd dat we dat knuffelgedrag stoppen, vindt Bas Heijne.

illustratie paul zanetti

De afgelopen dagen heeft het drama rond de aanslag op vlucht MH17 twee gezichten gekregen – een persoonlijk gezicht en een politiek gezicht. Er is de ontsteltenis, de rouw en het hartverscheurende verlangen om de lichamen van de slachtoffers terug te brengen naar hun familie. Voor de direct betrokkenen, maar ook voor Nederland, begint daarna een lang proces van verwerking. De regering en de koning lijken daarin, na een te lange aanloop, de juiste toon gevonden te hebben.

Maar de aanslag op vlucht MH17 heeft behalve honderden mensenlevens ook de wereld zelf geraakt. Het regionale conflict waarin de aanslag plaatsvindt is geen lokaal verschijnsel, het maakt deel uit van een geopolitiek conflict dat steeds scherpere contouren krijgt. In het hart daarvan bevindt zich het Rusland van Vladimir Poetin, die in Oekraïne een war by proxy voert. Veel van wat er in de nabije toekomst zal gebeuren, hangt af van de houding die de westerse landen, waaronder Nederland, hierin aannemen.

Wat dat betreft is er weinig om optimistisch over te zijn. De Britse krant The Independent bericht vandaag over hoe Amerika en Engeland zich steeds bozer maken: landen als Frankrijk en Duitsland zouden zich teveel door handelsbelangen laten leiden om op een overtuigende manier een vuist tegen Rusland te kunnen maken. Wat bij eerdere kwesties met Rusland niet lukte – de jammerlijke staat van de burgerrechten onder Poetin, de annexatie van de Krim – dreigt in de poging om Poetin zijn handen van de Oekraïne te laten afhalen opnieuw te mislukken.

Nederland heeft in deze weinig om trots op te zijn. De harde waarheid is dat de Nederlandse regering Poetin eindeloos geknuffeld heeft en, wanneer het erop aankwam, zijn gang heeft laten gaan. Er was het rampzalige „vriendschapsjaar’’ waarin 400 jaar wederzijdse betrekking gevierd moest worden, en waarin Nederland steeds opnieuw door de Russen werd vernederd. Nederland bleef maar hameren op de „dialoog’’ die de Russen tot zelfonderzoek zou moeten bewegen. Er was alleen propaganda.

Toen Poetin zijn bewind in de wereld trachtte te legitimeren met de Olympische Spelen in Sotsji waren de meeste westerse landen inmiddels wel zover dat zij zich daar niet al te opzichtig wilden laten zien. Niet Nederland – onze regering stuurde een belachelijk zware delegatie. Toen Rutte in het ingeroosterde gesprek met Poetin vooraf homorechten te sprake wilden brengen – wat hem op de valreep was afgedwongen door het parlement – verklaarde Poetin dat het er nu niet het moment voor was. Tijdens de openingsceremonie nam Mark Rutte plaats vlakbij Aleksandr Loekasjenko, de autoritaire president van Wit-Rusland. Toen minister Schippers om commentaar gevraagd werd op de arrestatie van de punkband Pussy Riot in Sotsji, opperde ze dat de band wellicht enkel publiciteit zocht voor een nieuwe plaat. En ten slotte was er de foto: Poetin en het Koninklijk echtpaar vrolijk gesponsord proostend in het Holland Heineken Huis, op de avond dat Nederland de eerste gouden plak binnen had. Toen Poetin kort daarna de Krim bezette en annexeerde, stond vast dat die foto het Koningshuis nog lang zou achtervolgen.

Die overdreven serviele houding van de Nederlandse regering tegenover de Russen het afgelopen jaar heeft veel mensen bevreemd, zelfs in kringen waarin de Realpolitik hoog in aanzien staat. Afgezien van politieke naïviteit, wat zeker een rol speelde, is de enige logische verklaring een aanhoudende angst dat onze handelsrelatie gevaar zou lopen. Op het hoogtepunt van de crisis rond de Krim zocht Ben van Beurden, topman bij Shell, Poetin persoonlijk op en verklaarde naderhand dat, ongeacht de omstandigheden, Shell en Rusland grootste plannen voor de toekomst hadden.

Terwijl de tragedie van vlucht MH17 langzaam tot ons door dringt en de zoektocht naar de daders indirect of zelfs direct naar Poetins Rusland lijkt te leiden, valt het te bezien hoezeer deze gebeurtenis de tot dusver zo inschikkelijke houding van de Nederlandse regering ten opzichte van de brutale minachting van Poetin voor Nederlandse gevoeligheden en de internationale rechtsorde zal veranderen. Een van de effecten van het proces van globalisering is ongetwijfeld dat ons land zich bewust is geworden van zijn nietige rol op het wereldtoneel. Het gepreek van Nederland over mensenrechten over de hele wereld in het verleden wordt nu door veel Nederlanders gezien als een uiting van ijdele zelfgenoegzaamheid.

Maar is dat wel zo? Tenslotte heeft ons land ervoor gekozen deel uit te maken van een westerse alliantie, van de NAVO en van wat de beschaafde wereld wil heten. Nu bijna 200 landgenoten zijn vermoord in een conflict dat cynisch wordt opgestookt door een land waarmee we 400 jaar bevriend zijn, is dit soort kruiperig relativisme, dat de dominante factor is geworden in onze relatie met Rusland, ons tot geen enkel nut.