Komen de daders voor de rechter?

Een separatist zet een van de ‘zwarte dozen’ op tafel vóór de overhandiging. Foto AP

Terwijl premier Mark Rutte nog steeds zegt dat de schuldvraag over de vliegtuigramp niet aan de orde is, stoeit het Nederlandse Openbaar Ministerie al heel nadrukkelijk wel met die vraag. Minder dan twee dagen na de ramp van 17 juli zat officier van justitie Thijs Berger al in Kiev te vergaderen met de autoriteiten in Oekraïne. Officieel heet het dat Nederland een oriënterend onderzoek heeft geopend naar het neerstorten van vlucht MH17. Maar in feite is het strafrechtelijk onderzoek al begonnen. De verdenkingen die het OM heeft geformuleerd zijn: moord, oorlogsmisdaden en het opzettelijk laten neerstorten van een vliegtuig.

In Nederland is sinds 2003 de Wet internationale misdrijven van kracht die het OM in staat stelt iedereen, ook buiten Nederland, te vervolgen die zich schuldig maakt aan een oorlogsmisdrijf tegen een Nederlander.

Voor het OM gaat het om een strafzaak die zijn gelijke niet kent in de Nederlandse strafrechtspleging. Het is de grootste klus ooit die dan mogelijk moet worden geklaard door een van de kleinste afdelingen van het OM. Officier van justitie Berger werkt op de afdeling internationale misdrijven van het landelijk parket van het OM. Daar werken twee magistraten. En de vrouw die jarenlang leiding gaf aan de afdeling, Hester van Bruggen, vertrekt volgende maand voor een nieuwe baan naar het buitenland.

Toch is het OM er veel aan gelegen deze strafzaak zelf te doen. Den Haag is immers de juridische hoofdstad van de wereld. De laatste jaren behandelde de afdeling internationale misdrijven vooral zaken tegen asielzoekers. Het ging om Afghanen en Rwandezen die in eigen land van misdaden tegen de menselijkheid worden verdacht.

Nederland zou verdachten bij verstek kunnen berechten. Een andere optie is dat Oekraïne zorgt dat verdachten naar Nederland komen. Oekraïne levert geen eigen onderdanen uit. Dat ligt anders bij Russen die in het door separatisten beheerste gebied opereren in dit land.

Een optie voor berechting van verdachten is ook dat Oekraïne het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag vraagt om vervolging van verdachten.

Ook Maleisië heeft rechtsmacht in deze. Een vliegtuig wordt juridisch aangemerkt als territorium van het land waartoe de luchtvaartmaatschappij behoort. Het neerschieten van een vliegtuig is een aanslag op het land. Berechting door landen heeft volgens het statuut van Rome – dat de positie van het ICC regelt – de voorkeur boven berechting door het strafhof. Pas als landen zelf niet in staat zijn of bereid zijn oorlogsmisdrijven te berechten, ligt er een taak voor het ICC.

Mocht het tot berechting komen dan zullen verdachten naar alle waarschijnlijkheid zich erop beroepen dat het neerschieten een vergissing was. Voor een Nederlandse strafrechter zal dat verweer weinig kans maken. De rechter zal voorwaardelijke opzet bewezen achten. De verdachte heeft met het afschieten van een raket bewust het risico genomen dat hij wat anders raakte dan hij van plan was.