Je bent jong en je wild wat

Iedereen kan een jachtakte halen, maar als dat papiertje eenmaal binnen is, wordt het nog moeilijk om ook echt als jager aan de slag te gaan.Vrouwen hebben als vreemde eend in de bijt vaak een voordeel.

Isabella Rozendaal schiet sinds 2009 plaatjes van jagers. Haar project ‘Isabella Hunts’ gaat over moderne jaagculturen over de hele wereld. Deze foto nam ze in Strijen, in de Hoeksche Waard. Foto Isabella Rozendaal

Grijs, bruin en groen voeren de boventoon bij de schietbaan in Weert. Zo’n veertig jagers, vooral wat oudere heren – boskleurige broeken, een indrukwekkende variatie aan ruitjespatronen – luisteren wat afgeleid naar een betoog over de geschiedenis van reeën in Nederland. De avond is bedoeld om jonge jagers met de oude garde in contact te brengen. Een gemoedelijke netwerkavond was het plan, maar vijf minuten geleden laaide de discussie op. ‘Wij kunnen te weinig op jacht’, is de klacht van de jonge jagers.

Want jachtakte of niet, om daadwerkelijk te kunnen jagen, hebben de jongeren de oudere jagers nodig om ervaring op te doen. Zomaar een veld inlopen om op eigen houtje eens een konijn of eend te schieten, gaat ook met je papiertje op zak niet. De jachtterreinen zijn in Nederland verdeeld en komen maar zelden vrij. Om in andermans veld te mogen schieten, moet je een uitnodiging hebben van degene die het jachtveld, vaak boerenland, beheert. En daar wringt de schoen; de oudere jagers nodigen vooral elkaar uit. Jongeren komen er maar moeilijk tussen.

Drie jaar wachten

„Sommigen lukt het meteen om uitnodigingen te krijgen, maar anderen zitten drie jaar te wachten zonder dat de telefoon gaat. Dan gooien ze het bijltje erbij neer”, zegt Reinier Enzerink, zelf vier jaar in het bezit van een jachtakte. „Je moet echt laten zien dat je het wil. Dat je nieuwsgierig bent, wil leren. Mensen die gaan jagen om op een zaterdag eens wat te kunnen schieten, kunnen het wel schudden.”

Een jager ben je niet zomaar, zegt Enzerink (29). „Het is geen hobby, het zit in je bloed. Jagers zijn meer dan mensen die alleen een trekker overhalen. Wij zijn geen bezoeker in de natuur, zoals een wandelaar of een natuurfotograaf, maar onderdeel van het landschap.”

Werkt het in je nadeel als je niet uit een jagersfamilie komt, of als je in de stad bent opgegroeid? „Dan rol je er minder makkelijk in”, antwoordt Enzerink. „Je moet iets met de natuur hebben, en met boeren. En je moet schieten op een tweede plan kunnen zetten. Je bent in de eerste plaats onderdeel van het landschap. Daarvoor moet je als nieuweling een stap terug willen zetten en laten zien dat je wil leren. Dan word je uitgenodigd.”

Piepjong voor jagersbegrippen

Maar zelfs als je de jagersmores al kent, is het moeilijk om helemaal opgenomen te worden in de jagersgemeenschap, weet Christiaan van Daalen (33), de organisator van de avond. Als klein jongetje ging hij al met zijn vader mee. Op zijn eenentwintigste haalde hij zijn jachtakte, piepjong voor jagersbegrippen. Nu, na ruim een decennium geoefend te hebben, droomt hij van een eigen jachtveld. Maar een terrein waar je zelf kan bepalen wanneer je jaagt en welke dieren je kan schieten, waar je zelf de verantwoordelijkheid voor draagt, dat zit er nog niet in. Nog steeds is hij afhankelijk van de uitnodigingen van anderen om op jacht te kunnen. Die krijgt hij genoeg, zegt hij. „Maar op den duur wil ik ook wel eens zelf het beleid kunnen uitvoeren.”

Van Daalen organiseert namens de Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging (KNJV) regelmatig avonden waarin de jonge generatie de oude kan leren kennen. Dat is onderdeel van het landelijk beleid om het bestand jagers op tijd te verjongen. „Wij jongeren vinden het heel normaal dat contact maken makkelijk gaat. Dat is voor de oudere generatie anders. Die moet je echt ontmoeten. Het gaat om de koppeling tussen jong en oud. Soms blijft het bij één keer, net als bij een echte date, soms word je later meegevraagd.”

De soms weinig verwelkomende houding door oude jagers naar jongeren is ingegeven voor een oud gevoel van wantrouwen, denkt Enzerink. „Even gechargeerd: de oudere generatie die nu op de jachtvelden zit, wil niet alleen publiek eruit houden, maar ook jonge jagers. Dat is een barrière om aan het jagen te komen. Zij hebben de jaren tachtig en negentig meegemaakt, toen jagen not done was. Het heeft die generatie verkrampt, verbitterd en conservatief gemaakt.”

Jonge vrouwen: geen probleem

Er is een kleine groep jonge jagers die er juist helemaal geen moeite mee heeft om uitnodigingen te krijgen: jagende vrouwen. „Wij hebben al meerdere uitnodigingen om ons eerste bokje te komen schieten”, zegt de 24-jarige Jenny Verheijen. Zij heeft net de dag ervoor samen met haar zus Anniek (28) haar jachtakte gehaald. Slechts 9 procent van de mensen met een akte is vrouw. „Je valt gewoon op, ook omdat we zussen zijn. Dat onthouden mensen gewoon.”

Het helpt ook dat de zusjes opgegroeid zijn in een jagersfamilie. Hun vader introduceerde ze in de jagersgebruiken. Anniek Verheijen: „We zijn al een stuk of dertig keer mee geweest als drijvers. Alleen onze moeder jaagt niet, maar die kan het vlees dan weer heel goed klaarmaken.”

Het is geen traditionele mannencultuur meer, beaamt Marion Verberne (43). Zeven jaar geleden schoot zij haar eerste dier, een fazant. „Van de oude generatie wordt wel eens gezegd dat ze eerder hun auto, huis en vrouw opgeven dan hun jachtveld. Mannen die zonder hun vrouw hun eigen hobby hebben.” Verberne jaagt met haar vriend. „Niks leukers dan samen op vos of fazant jagen.”

Maar ze kijkt wel uit om met een vreemde mannelijke jager het bos in te gaan. „Het is me een keer overkomen dat die man zich verbeeldde dat hij wel wat meer mocht dan alleen op dieren jagen. Die werd handtastelijk. En natuurlijk grapjes als ‘kom jij maar eens bij mij op de hoogzit, meiske’. Daar moet je wel tegen kunnen. Wat dat betreft is het dan wel weer wat ouderwets.”