‘In Spanje slaapt men tijdens de siësta’

Deze zomer kruipen onze correspondenten in de rol van factchecker. Ze behandelen een groot misverstand over hun land. Vandaag: Spanje

Het is een van de bekendste Spaanse woorden buiten Spanje: siesta. In het Nederlands staat het – met trema op de ë – al decennia in het woordenboek. Het middagdutje komt van het Latijnse ‘sexta’, het zesde uur na zonsopgang, wanneer de zon het felst is. Een moment waarop men in veel warme landen na de lunch een dutje doet alvorens de dag te hervatten.

Een ‘powernap’ met een productiviteitsverhogend effect, stellen voorstanders. De VN-Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) raadt een korte slaap na de lunch aan als „stimulans voor de hersenactiviteit”. Siësta als ‘Spanish yoga’.

Voor anderen staat ze juist voor luiheid. Fiesta en siesta zijn twee zijden van dezelfde mediterrane medaille. Toen Spanje tijdens de eurocrisis in problemen raakte, viel de term ‘siëstaland’ regelmatig. In een Kameroverleg over de Europese bankensteun aan het land stelde een PVV’er: „Ik was in Spanje en ik zie daar inderdaad dat tussen één en vijf niemand werkt. Dan denk je toch: als we die 40 miljard ooit nog terug willen krijgen van Spanje [...] dan moet er toch een tandje bij. De vraag is of Brussel hierover gaat en tegen Spanje kan zeggen: jongens, vergeet die siësta maar, want jullie zijn nog het enige land in Europa dat dit doet.”

Dommelt Spanje inderdaad collectief weg tijdens de middag?

Winkelend de siësta door

Integendeel. De siësta zorgt er paradoxaal genoeg juist voor dat Spanjaarden massaal slaap tekort komen. Vooral kleine en middelgrote bedrijven sluiten inderdaad nog om 02.00 uur ‘s middags. Veel mensen wonen echter niet dicht genoeg bij hun werk om op en neer naar huis te gaan. Zij lunchen en doden vervolgens de tijd winkelend, koffiedrinkend met vrienden of in de sportschool. Tussen 16.30 en 17.00 uur gaan ze weer werken, tot 20.00 of 21.00 uur ’s avonds.

Uit cijfers van de Europese samenwerkingsorganisatie OESO blijkt dat Spanjaarden gemiddeld 1.690 uur per jaar werken. Meer dan Nederlanders (1.379 uur) of Duitsers (1.430). Tegelijkertijd zijn ze minder productief. Deels ligt dit aan de aard van de economie zelf, die grote laagproductieve sectoren kent. Maar ook aan de werknemers, die tijdens de lange, onderbroken werkdagen hun aandacht verliezen. Omdat ze moe zijn: Spanjaarden komen, volgens de WHO, elke dag gemiddeld 53 minuten slaap tekort.

Vuilnis om middernacht opgehaald

Zorg voor het gezin, avondeten en vrije tijd worden door de siësta namelijk diep de late avond ingeduwd. Restaurants lopen vol vanaf 21.30 uur ’s avonds. In Madrid wordt het vuilnis om middernacht opgehaald, maar niemand die klaagt over het lawaai: de stad is nog wakker. Om nog een beetje van hun kroost te genieten, sturen ouders kinderen naar bed op een tijdstip dat Noord-Europa al slaapt.

Op de siësta klinkt ook in Spanje kritiek. Ze was logisch in een warm land met een boerensamenleving, maar inmiddels leeft men in de stad en werkt men in luchtgekoelde kantoren. De povere lunchcultuur in Noord-Europa – gehaast een boterham wegwerken achter je computer – blijft voor Spanjaarden een gruwel. Maar vooral jongere generaties zien een middagpauze van drie uur als ander uiterste.

De siësta wordt langzaam ingeperkt

Veel grote of moderne bedrijven hebben de middagpauze al ingekort. Omdat ze internationaal opereren en niet drie uur achter elkaar de telefoon niet kunnen opnemen.

Maar de siësta overleeft op veel andere plekken. De baas – vaak man, vaak boven de vijftig – hoeft daar niet per se op tijd thuis te zijn voor zijn gezin. Hij gaat liever uitgebreid lunchen, buitenshuis, met wijn en een borrel toe. Ergens na vijven komt hij terug op de zaak en werkt tot 21.00 uur. Zijn goed recht. Maar omdat Spanjaarden niet eerder naar huis durven dan de chef, legt hij dit ritme ook op aan zijn ondergeschikten.