‘Ik wil solist worden, anders dokter’

Leon Blekh (14) is violist. Hij won dit jaar het belangrijke Nederlands Vioolconcours Iordens en geeft volgende week een recital op het Delft Chamber Music Festival

Leon Blekh in het gebouw van het Muziekinstrumentenfonds in Amsterdam. Foto Maurice Boyer

Hoe zou je je jezelf omschrijven?

„Ik begon met vioolspe- len toen ik zeven was. Eerst was de viool voor mij gewoon een stuk hout; voetbalspelen deed ik net zo lief. Tot ik twee keer mijn arm brak en in het ziekenhuis ervoer wat ik zonder viool ben. Dat was een omslagpunt. Ik ben gestopt met voetbal en kan mezelf niet meer zonder viool voorstellen. Ik studeer zoals ik eet en slaap. Het is wie ik ben.”

Pas je in een traditie, zo ja, welke?

„Ik krijg les van mijn vader, Mark Blekh. Meestal studeer ik eerst een uur alleen, daarna een uur met hem. Mijn vader is opgegroeid in Oekraïne en naar de VS verhuisd in 1977, toen hij 22 was. Daar, aan de Juilliard School of Music in New York, ontmoette hij Jaap van Zweden, die een goede vriend werd en hem stimuleerde in Nederland een baan als concertmeester te zoeken. Je zou kunnen zeggen dat mijn vader het goede van de Russische én de Amerikaanse vioolschool vertegenwoordigt. Dat is ook mijn geluk. Speel ik virtuoze muziek van Wieniawski of Paganini, benut ik de Russische speelstijl: snel vibrato, veel stok, veel lucht in de klank. Bij Brahms of Bruch profiteer ik van de Amerikaanse manier, die zwaarder en ‘vierkanter’ is.”

Wat is je lievelingsstuk?

„Ik houd erg van het Pianokwintet in f-klein van Brahms, het Strijkkwintet van Schubert en de Eerste symfonie van Tsjaikovski. Maar het is moeilijk om uit te leggen waarom. Ook aan mijn vrienden op school, die snappen gewoon niet goed wat klassieke muziek inhoudt. Pas als je er vaak naar luistert en zelf een instrument speelt, ervaar je wat die muziek met je kan doen. Maar dat benoemen, is haast niet te doen. Je moet het voelen.”

Wie is je grootste voorbeeld?

„Janine Jansen speelt prachtig. Jascha Heifetz, David Oistrakh en Leonid Kogan zijn grootheden. Maar de allerbeste voor mij is Pinchas Zuckerman. Hij heeft veel kenmerken van de Amerikaanse school, maar zijn geluid heeft iets extra’s. Zijn klank is in zekere zin sappig, ongekend kleurrijk. Ik ben er echt door betoverd.”

Wat was de belangrijkste gebeurtenis in je carrière tot zover?

„Ik heb vier concoursen gewonnen, waarvan het Nederlands Vioolconcours Iordens begin dit jaar het belangrijkst was, omdat er zoveel uit voortkomt. Veel concerten én een nieuwe viool in bruikleen, die ik met mijn vader bij het Nationaal Muziekinstrumentenfonds mag uitkiezen. Dat is heel leuk en spannend.”

Wat wil je bereiken?

„Een leven in de muziek. Maar het is alles of niks. Ik wil uitblinken als solist, niet in een orkest belanden. Mijn vader heeft dat zijn leven lang gedaan en hij vond dat niet geweldig. Maar ik ben nog maar veertien, we zien wel. Misschien breek ik wel weer mijn arm. Dokter lijkt me ook een mooi vak. Ik houd alle opties open.”

Moet je offers brengen?

„Ik woon sinds twee jaar in Antwerpen, en Belgische scholen zijn wel erg streng. Ze geven veel huiswerk en toetsen. Als ik om half vijf thuiskom, eet ik eerst een soepje. Daarna ga ik vioolspelen. Om half acht moet ik nog aan mijn huiswerk beginnen, terwijl ik óók om negen uur naar bed wil. Eigenlijk heb ik altijd onvoldoende tijd voor alles wat moet. Ik ga school afmaken, maar ik kies ervoor dat desnoods met een zes te doen. De viool gaat voor.”