Hondenluis

Het nieuwe collectiedepot in het Darwin Center van het Natural History Museum in Londen biedt ruimte aan 17 miljoen geprepareerde insecten. Daar zou ik op mijn zoektocht naar bewaard gebleven schaamluizen (Pthirus pubis) wel wat moeten kunnen vinden. De verzameling ‘zuigende dierluizen’ bestaat uit tienduizenden objectglaasjes met luizen, netjes geordend naar gastheer. De rijtjes ‘mens’ zijn goed gevuld met kleer- en hoofdluizen, maar het grootste natuurhistorische museum ter wereld heeft slechts 33 schaamluispreparaten.

De oudste stammen uit 1852 en de meest recente is in 1984 in Londen verzameld. De negentiende-eeuwse schaamluizen komen uit de verzameling van Henry Denny (1803-1871) die destijds met Charles Darwin over zijn luizencollectie correspondeerde. Helaas zitten tussen die zeven monsters geen exemplaren die Darwin zelf uit zijn baard gekamd heeft. Toch geven de preparaten een mooi tijdsbeeld, zoals de luis verzameld in de wimpers van een ‘Samoan boy’ (1925), of het exemplaar dat bemachtigd werd bij een ‘Englishman on SS Kashmir’ (1914). Het hoogtepunt is zeker het schaamluizenpaar dat langs het Malawimeer werd verzameld in de oksel van een hond (1910). Uitstapjes naar andere diersoorten dan de mens zijn uiterst zeldzaam.