Het Westen koos voor een oorlog in Gaza

Een staakt-het-vuren is niet genoeg. Betaal de salarissen van Gaza-ambtenaren en open de grensovergang met Egypte, zegt Nathan Thrall.

Hamas vuurt raketten op Israëlische steden af; Israël laat zijn uitgebreide luchtaanvallen volgen door een grondoperatie in de Gazastrook. Maar beide landen gaan voorbij aan de meest directe oorzaak van deze jongste oorlog.

En dat is de reeks hindernissen die Israël en een groot deel van de internationale gemeenschap hebben opgeworpen voor de Palestijnse regering van ‘nationale eenheid’.

Deze regering, die begin juni werd gevormd, was vooral het product van Hamas’ radeloosheid en isolement. Het bondgenootschap van Hamas met Syrië en Iran lag immers aan diggelen. De banden met de Moslim Broederschap in Egypte waren een last geworden sinds president Mohamed Morsi vorig jaar door een verbitterde tegenstander van Hamas, generaal Abdel Fattah el-Sisi, werd vervangen. En de schatkist van Hamas raakte leeg toen deze generaal de tunnels sloot die Gaza de broodnodige goederen en belastinginkomsten brachten.

Hoewel Hamas in 2006 de laatste verkiezingen won, besloot het om het formele gezag over te dragen aan de Palestijnse leiders in Ramallah. In een regio die wordt overspoeld door volksprotesten tegen leiders die nog niet eens in de basisbehoeften van hun burgers kunnen voorzien, is dat een logische keuze. Hamas geeft liever de officiële controle over Gaza op dan dat ze wordt afgezet.

Dit besluit leidde tot een verzoening tussen Hamas en de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie. Al werden de voorwaarden voor de samenwerking bijna geheel bepaald door de PLO-voorzitter en president van de Palestijnse Autoriteit, Mahmoud Abbas.

Israël probeerde deze verzoening onmiddellijk te ondermijnen, door de leiders van Hamas en de inwoners van Gaza de twee wezenlijkste voordelen van de overeenkomst te onthouden. Zo blokkeerde het de salarisbetaling aan de 43.000 ambtenaren van de Hamas-regering die Gaza ook onder de nieuwe regering zullen blijven besturen, en keerde het zich tegen versoepeling van de verstikkende grensafsluitingen met Egypte.

Echter, in veel opzichten had de Palestijnse regering van verzoening de belangen van Israël kunnen dienen. Zo bood ze de politieke tegenstanders van Hamas een steunpunt in Gaza; werd ze gevormd zonder ook maar één lid van Hamas en behield ze dezelfde premier, vicepremiers, minister van Financiën en minister van Buitenlandse Zaken als in Ramallah. Als laatste beloofde ze te voldoen aan de drie voorwaarden voor westerse hulp die Amerika en zijn Europese bondgenoten al zo lang stellen: geweldloosheid, nakoming van afspraken uit het verleden en erkenning van Israël.

Maar Israël, dat elke kleine stap naar Palestijnse eenheid als een bedreiging ziet, was fel tegen een Amerikaanse erkenning van de nieuwe regering. Israël vreest dat, als de banden tussen de Westelijke Jordaanoever en Gaza worden versterkt, Hamas ook zijn kop op de Westelijke Jordaanoever zal opsteken.

Daarnaast zijn de Israëliërs tegen een tweestatenoplossing – en een verenigd Palestijns leiderschap brengt die duurzame vrede alleen maar dichterbij.

Ondanks zijn verzet tegen het verzoeningsakkoord ging Israël wel door met de overdracht van de belastinginkomsten die het namens de Palestijnse Autoriteit int. Ook bleef het nauw samenwerken met de nieuwe regering, vooral op veiligheidsgebied.

Maar de kwesties van de betaling van de ambtenaren in Gaza en de openstelling van de grens met Egypte bleven dooretteren. De ogenschijnlijke aanhangers van de nieuwe regering, vooral de Verenigde Staten en Europa, hadden Egypte kunnen bewegen de grensbeperkingen te verlichten. Op die manier hadden ze de Gazanen duidelijk kunnen maken dat Hamas de oorzaak van hun isolement en verarming was geweest. Maar dat lieten ze na.

Nadat Hamas het gezag had overgedragen aan een regering van pro-westerse technocraten, werd het leven in Gaza in plaats daarvan slechter.

Qatar bood aan de 43.000 ambtenaren in Gaza te betalen. Amerika en Europa hadden kunnen helpen dit te faciliteren. Maar Washington waarschuwde dat geen enkele instantie volgens de Amerikaanse wet ook maar één betaling mocht doen aan deze medewerkers. Voor alle duidelijkheid; duizenden van hen zijn geen lid van Hamas, maar behoren voor de Amerikaanse wet toch tot een terroristische organisatie.

Toen een gezant van de Verenigde Naties aanbood deze crisis op te lossen door de salarissen af te leveren via de Verenigde Naties en zo alle partijen van wettelijke aansprakelijkheid te vrijwaren, werkte de regering-Obama niet mee. Ze bleef ook afzijdig toen de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Avigdor Lieberman opriep tot uitzetting van de gezant omdat deze ‘probeerde geld naar Hamas te sluizen’.

Hamas probeert nu met geweld te krijgen wat met een vreedzame overdracht van verantwoordelijkheden niet is gelukt. Israël mikt op een terugkeer naar de toestand van voorheen, toen Gaza amper acht uur per dag elektriciteit had, het water ondrinkbaar was, het riool op zee loosde, zuiveringsinstallaties wegens brandstoftekort moesten sluiten en vuilnis soms door de straten dreef. Patiënten die medische zorg nodig hadden, konden niet in Egyptische ziekenhuizen komen en inwoners van Gaza betaalden 3.000 dollar smeergeld voor een kans om weg te komen als Egypte besloot de grensovergang open te stellen.

Voor veel inwoners van Gaza, en niet alleen de aanhang van Hamas, loont het de moeite om nog meer bombardementen en zelfs een grondaanval te riskeren voor een kans om deze onaanvaardbare status quo te veranderen.

Een staakt-het-vuren dat geen oplossing biedt voor de kwestie van de salarissen en en de openstelling van de grens tussen Gaza en Egypte, zal geen standhouden.

Het is voor Gaza onhoudbaar om blijvend van de wereld afgesneden te zijn en bestuurd te worden door medewerkers die geen loon krijgen. Een ruimhartiger staakt-het-vuren, hoe moeilijk ook voor premier Benjamin Netanyahu, zou duurzamer zijn.

Dat de situatie in Gaza nu escaleert, is een rechtstreeks gevolg van de keuze van Israël en het Westen om de uitvoering van de Palestijnse verzoeningsovereenkomst van april 2014 te belemmeren.

De uitweg uit de crisis is een omkering van dit beleid.

© 2014 The New York Times