Gedenk de slachtoffers, maar rouw laat zich niet opleggen

In de Nederlandse samenleving, inclusief de Tweede Kamer, klinkt de roep om de vliegtuigramp in Oost-Oekraïne te herdenken met een dag van nationale rouw. De reactie van premier Rutte was gisteren terughoudend; hij wenste het gevoel daarover van de nabestaanden van de 193 Nederlandse doden een belangrijke rol te laten spelen. Later die dag ontmoette hij hen op een besloten bijeenkomst in Nieuwegein.

Nederland kent de traditie van een nationale dag van rouw niet. De laatste keer dat er zo’n dag was, dateert van 1962, na het overlijden van prinses Wilhelmina. Eerder dat jaar vielen er bij een treinramp bij Harmelen 93 doden. Dat was toen geen aanleiding voor een dag van nationale rouw. Hetzelfde gold voor de vliegtuigramp op Tenerife (1977, 583 doden, van wie 238 Nederlanders), de SLM-ramp in Suriname (1989, 176 doden, grotendeels Surinaamse Nederlanders), de Bijlmerramp (1992, 43 doden plus een onbekend aantal overleden, niet geïdentificeerde illegalen), de vliegramp bij Faro in Portugal (1992, 56 doden, vooral Nederlanders), de vuurwerkramp in Enschede (2000, 23 doden), de caféramp in Volendam (2001, 14 doden), de vliegramp in Tripoli, Libanon (2010, 71 Nederlandse doden). Deze opsomming is lang niet compleet.

Sommige andere landen doen wel aan dagen van nationale rouw. België besloot daartoe toen in 2012 een Belgische bus met schoolkinderen in Zwitserland verongelukte (28 doden onder wie 6 Nederlandse). In Nederland gingen alleen de vlaggen halfstok, net als afgelopen vrijdag en op diverse plaatsen ook in het weekeinde.

In een artikel in het Magazine Nationale Veiligheid en Crisisbeheersing in 2011 werd melding gemaakt van een leerzame ervaring van de vroegere burgemeester van Alphen aan den Rijn, Eenhoorn. Een man had dat jaar in een winkelcentrum in Alphen om zich heen geschoten. Zeven doden. De burgemeester ervoer daarna dat mensen niet het gevoel moeten krijgen dat ze publiek bezit worden door de maatschappelijke impact van een ongeval. Collectivisering van rouw is niet ieders wens; het verwerken van leed is een zaak van het individu. Hulp daarbij is ongetwijfeld nuttig en het gevoel niet alleen te staan kan, enigermate, vertroosting bieden. Maar ook dat zal van mens tot mens verschillen.

Dat roept de vraag op of een door de overheid verordonneerde dag van nationale rouw met bijbehorende rituelen en beperkingen in het publieke leven voor iedereen verstandig is. Rouwbetoon laat zich niet opleggen. Zeker moeten de slachtoffers van vlucht MH17 worden herdacht. Een nationale herdenkingsdienst is gepast, nadat de stoffelijke overschotten in Nederland zijn aangekomen. Laat iedereen die dat wenst daaraan op eigen wijze meedoen.