Zeg niet dat Nederlandse militairen schuld dragen voor genocide

Dick Berlijn begrijpt dat nabestaanden in Srebrenica naar de rechter stappen. Maar Dutchbat veroordelen? Nee!

Graffiti en muurschilderingen in het voormalige onderkomen van Dutchbat. FOTO Sake Elzinga

De Nederlandse staat is aansprakelijk voor de dood van 320 moslim-mannen die in juli 1995 hun toevlucht hadden gezocht tot de Nederlandse militaire basis in Srebrenica. Die uitspraak heeft de rechter in Den Haag vorige week gedaan, in een zaak die is aangespannen door nabestaanden van de mannen die zijn omgekomen bij de genocide.

De Nederlandse militairen hadden volgens de rechter kunnen weten dat deze mannen, met de overdracht aan de Bosnisch-Servische militairen, een zekere dood tegemoet gingen. De uitspraak is wereldnieuws en maakt bij veel mensen sterke gevoelens los.

Kort na het vonnis berichtte een Bosnisch radiostation dat Nederland aansprakelijk is voor ‘deelname aan genocide en de dood van meer dan 2.000 personen’. De boosheid over het Nederlandse falen om de bevolking te beschermen, is bij een deel van de Bosnische bevolking zo mogelijk nog groter dan de haat jegens de daders: de Bosnische Serviërs.

In het NOS Journaal kwam ’s avonds Dutchbat III-veteraan Wim Dijkema aan het woord. Hij vertelde dat het „geen seconde” in hem op was gekomen dat de Bosnische mannen zouden worden vermoord.

Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) en de parlementaire enquêtecommissie hebben eerder vastgesteld dat Dutchbat in Bosnië op een onmogelijke missie was gestuurd: geen duidelijk mandaat, geen goede bewapening en geen steun van lucht- en grondtroepen toen het erop aankwam. Wat er fout is gegaan, mag en kan niet op de mannen en vrouwen van Dutchbat III worden afgewenteld. Als je militairen – achteraf bezien – op een onmogelijke missie stuurt, moet je ze des te meer steunen. Daarom heeft minister Kamp in 2006 in mijn ogen zeer terecht besloten Dutchbat III een erkenningsteken toe te kennen. Een erkenning dat zij naar eer en geweten hebben gehandeld. Niets meer, niets minder.

De uitspraak van de rechter is voor mijn gevoel een stap terug. De rechter wekt de suggestie dat de mannen en vrouwen van Dutchbat III – al dan niet bewust – hebben meegewerkt aan genocide. Het feit dat je niet slaagt in je missie (het beschermen van de bevolking) resulteert nu in de suggestie dat je ook verantwoordelijk bent voor de gruwelijke afloop. Die suggestie is voor mij even onjuist als ondenkbaar.

Ik geloof veteraan Wim Dijkema en hij heeft mijn steun. Nederlandse militairen handelen naar eer en geweten – soms niet met een goede afloop voor degenen die ze moeten beschermen en voor henzelf. Srebrenica is daarbij zonder meer de zwartste bladzijde van de laatste decennia. Een onvergetelijke misdaad die ons met Srebrenica verbindt.

Nederland moet zich rekenschap geven van zijn rol destijds in Srebrenica en doet dat ook. We kijken niet weg. Tot op de dag vandaag is Nederland een van de grootste donoren van wederopbouwprojecten en verwerkings- en gedenkactiviteiten in Srebrenica.

In reacties van deskundigen en politici in de media wordt gezegd dat Nederland deze uitspraak van de rechter maar moet accepteren, zodat we de zwarte bladzijde kunnen omslaan of verdere pijnlijke juridische procedures kunnen voorkomen. Dat is denk ik verkeerd gedacht.

Sommige wonden helen niet, daarvoor is het trauma te groot. Voor de nabestaanden gaat de uitspraak niet ver genoeg. Niemand in Nederland moet de indruk wekken te begrijpen welk leed zij moeten dragen. Vanuit de ontstellende misdaad die hen is aangedaan, heb ik respect voor hun strijd voor erkenning en genoegdoening. Maar ik zal nooit de suggestie accepteren dat Nederlandse militairen medeverantwoordelijk zijn voor genocide.