‘We willen onze mensen terug’

Forensisch team bij trein; Rutte zinspeelt op sancties; rouwbijeenkomsten gaan door

Bij de gekoelde treinwagon met de resten van de slachtoffers van vlucht MH17 gebaart eencommandant van de pro-Russische rebellen naar de toegestroomde pers. Foto EPA

Eindelijk bereikte het team van Nederlandse forensisch specialisten (LTFO) vanmorgen de koeltrein. De trein des doods, geparkeerd bij het Oost-Oekraïense plaatsje Torez. Met erin de stoffelijke resten van de inzittenden van vlucht MH17.

De resten van een groot aantal van de 193 overleden Nederlanders over wie premier Rutte de afgelopen dagen op steeds hogere toon de beschikking eiste. ‘Onze mensen’ die hij terug wil, zoals hij vanmorgen in de Tweede Kamer zei. De doden ook die de Australische premier Abbott op felle toon terug eist. De gestrande overledenen uit al die tien landen waar de wereld zich almaar bozer om maakt.

Volgens Rutte beloofde de Russische premier Poetin hem gisteren nu echt te gaan helpen. Het Kremlin meldde daar niets over in het Russische verslag van het gesprek. Vanmorgen zinspeelde Rutte voor het eerst op sancties tegen Rusland als de toegang tot het rampgebied „slecht” blijft.

De spanningen die gepaard gaan met de oorlog in het oosten van Oekraïne verstoren de prioriteiten van Rutte en andere leiders van landen die slachtoffers tellen. Zij eisen de doden terug, toegang tot de rampplek en gedegen onafhankelijk onderzoek naar de toedracht. Tegelijk moeten ze de emoties thuis in goede banen leiden: verdriet, woede, frustratie.

Pro-Russische separatisten speelden de afgelopen dagen met hun macht over de trein, de lijken, de rampplek. Ze spelen ook met de emoties in de rest van de wereld. Ze tonen zich ongevoelig voor de internationale gevolgen van hun optreden. Ze worden beesten genoemd, ze verliezen de kans op krediet die hun van pas zou komen in hun strijd. Hun held Poetin wordt een paria op het wereldtoneel als hij hen blijft steunen. Intussen gaat hun oorlog door. In Donetsk, op zo’n 60 kilometer van Torez, waren vanochtend weer hevige gevechten.

Oorlog, raket, vliegtuig neergehaald, vijand: het zijn onwerkelijke termen voor Nederlanders in rouw, bleek dit weekend. ‘Ramp’ is opeens een understatement: de slachtoffers zijn genadeloos opgeslokt door een oorlog. In het oosten van Europa – een oorlog die heel dichtbij komt. Hoe praat je daarover in kerken en scholen, op pleinen en sociale media?

Kijk naar de stille tochten, kerkdiensten, herdenkingen bij winkels en op scholen. De organisatoren van de rouw vormen een kring rond nabestaanden, leggen bloemen voor onbekenden. Ze zijn stil en huilen. Kinderen kleuren mandala’s op school voor hun omgekomen juf. De vader van een zeventienjarig meisje schrijft een brief aan de schuldigen, die hij „zeer bedankt” voor „het vermoorden van mijn enige en lieve kind”. Maar wie het gedaan heeft, Poetin, de Oekraïense regering, de separatisten, laat hij in het midden. „Ze is er plotseling niet meer! Uit de lucht geschoten in een vreemd land waar oorlog gaande is.”

Intussen klinkt hier en daar de roep om straf. De Telegraaf wil „ingrijpen”. Een enkeling als ex-voetballer John van ’t Schip, die werkt in Australië, roept op het WK voetbal in Rusland in 2018 te boycotten.

In de Tweede Kamer is de steun voor het optreden van premier Rutte vrijwel unaniem.