Waar is toch de radicale dierenactivist gebleven?

Het dierenextremisme in Nederland nam de afgelopen jaren af. Maar helemaal verdwenen is het niet.

Arie den Hertog, die de ganzen rondom Schiphol vangt en vergast, kon dit jaar voor het eerst ongestoord zijn werk doen. Ook andere ondernemers wier bedrijven ooit door activisten wegens dierenleed werden beklad, vernield of bestolen, geven aan weinig of geen last meer te hebben van acties. Het lijkt voorbij met het extremisme van dierenactivisten.

Neem de circusbranche, onder vuur wegens gebruik van dieren in de voorstellingen. Het is rustig, zegt Adri Lammers van de Vereniging Nederlandse Circus Ondernemingen. „Beschadiging van affiches, demonstranten in apenpak die schreeuwend rond de kassa lopen, vastgeketende mensen aan de tent – dat zie je niet meer. Activisten proberen nu vooral sponsoren te beïnvloeden. Dat veroorzaakt economische schade, maar het is in Nederland niet verboden.”

Het proefdierencentrum BPRC in Rijswijk, waar wetenschappelijke experimenten worden uitgevoerd op apen, was jarenlang het middelpunt van legale en illegale protesten. Nu heeft het centrum weinig meer te stellen met gewelddadige activisten. „Het is rustig, niet te vergelijken met het begin van dit millennium”, zegt Ronald Bontrop, sinds 1998 directeur ervan. „We hebben nu eens in de drie weken een demonstratie van tien tot vijftien man, altijd dezelfden. Dat is hun goed recht.” Tien jaar geleden vlogen de verfbommen nog tegen de muren van zijn woning.

Lijk van schoonmoeder

Het aantal zaken waarin dierenactivisten voor de rechter komen, is al jaren constant laag, net als de aantallen mensen die zich met ‘dierenextremisme’ bezighouden. Volgens de veiligheidsdienst AIVD gaat het om enkele tientallen. In het laatste dreigingsbeeld dat minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) naar de Tweede Kamer stuurde, schrijft hij er slechts twee korte zinnen over: „De relatieve rust in de activiteiten van dierenrechtenextremisten heeft zich opnieuw doorgezet. Er was geen sprake van grote buitenwettelijke acties.”

In 2007 was Nederland nog de ‘springplank’ naar Europa voor dierenextremisten. Vanuit Nederland zouden acties in het buitenland gepland worden. Vooral beruchte Engelse dierenextremisten die contacten hadden met Nederlandse organisaties baarden de AIVD destijds zorgen. Zo zag de dienst verband tussen de Nederlandse groep Respect voor Dieren en het radicale Stop Huntingdon Animal Cruelty (SHAC) in Engeland. Sympathisanten van die Britse groep wekten ooit beroering door als ultiem intimidatiemiddel het lijk op te graven van de schoonmoeder van een Engelse caviafokker. Zulke extreme vormen hebben de acties in Nederland nooit aangenomen.

Peter Knoope, directeur van het Internationaal Centrum voor Contra-Terrorisme (ICCT), denkt dat de rust voortvloeit uit een onbuigzame opstelling van de overheid en een ferme afwijzing van extremisme door reguliere voorvechters van dierenwelzijn. „Min of meer gelijktijdig, rond 2009, gaven zowel dierenwelzijnsorganisaties als de overheid een duidelijk signaal af dat extreme acties hier in Nederland niet welkom waren. Hardliners uit Engeland hebben hierdoor nooit voet aan de grond gekregen, al waren er pogingen.”

Iedere vorm van dierenleed heeft in Nederland een sociaal aanvaarde tegenstander. Zo strijdt Wilde Dieren de Tent uit voor diervrije circussen, nemen Greenpeace en het Wereldnatuurfonds het op voor dieren in de natuur, bestrijdt Wakker Dier de bio-industrie, en helpt de Dierenbescherming huisdieren. Dierenvrienden hebben, uniek in de wereld, hun eigen partij in het parlement met de Partij voor de Dieren.

Die brede vertegenwoordiging van dierenvrienden in het maatschappelijk debat helpt de scherpe kantjes ervan af te halen, meent Knoope. „Iedereen krijgt hier een plek aan tafel. Die diversiteit in je parlement heeft als voordeel dat mensen zich gehoord voelen. In Engeland en de VS is er een bipolair systeem, daar krijgen minderheden veel minder ruimte.”

Heldendaad

Betekent dit dat het dan gedaan is met dierenrechtenorganisaties die het recht in eigen hand nemen? Nee, laat de AIVD weten. Het aantal mensen dat zich ermee bezighoudt mag klein zijn, maar de grens tussen activisme en extremisme is dun.

Dat illustreert de regiezitting, vorige week in den Bosch, in een zaak tegen vijf mensen verbonden aan de Anti Dierproeven Coalitie. Nadat ze zich aanvankelijk hadden beperkt tot petities en demonstraties, gingen ze vorig jaar april over tot diefstal. Ze namen zes beagles mee bij een proefdierfokker die honden levert aan farmaceutisch bedrijf Intervet.

Bij de ADC hebben ze er geen spijt van en spreken ze van een heldendaad. „Het heeft een enorme positieve impact gehad; het toont dat we een organisatie zijn die ervoor gaat”, zegt campagneleider Robert Molenaar, zelf ook verdachte. Hij sluit meer illegale acties niet uit. „Het geeft je organisatie smoel, menig mens zal positief tegen de bevrijding aankijken. We zijn voor 99 procent netjes en braaf, maar we blijven niet altijd aan de zijlijn.”